Thematische woordenschat Frans: (11) Reizen en toerisme

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/386

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

387 Terms

1
New cards

les vacances

de vakantie

2
New cards

Bonnes vacances!

Prettige vakantie!

3
New cards

un vacancier

een vakantieganger

4
New cards

le congé

het verlof

5
New cards

un jour de congé

een verlofdag

6
New cards

un touriste

een toerist

7
New cards

le tourisme

het toerisme

8
New cards

l'industrie du tourisme

de toeristenindustrie

9
New cards

la pleine saison

het hoogseizoen

10
New cards

hors saison

buiten het seizoen, in het laagseizoen

11
New cards

voyager

reizen

12
New cards

un voyage

een reis

13
New cards

partir en voyage

op reis gaan

14
New cards

un voyage organisé

een georganiseerde reis

15
New cards

un voyageur

een reiziger

16
New cards

un tour

een wandeling, een trip

17
New cards

un circuit

een tochtje

18
New cards

séjourner

verblijven

19
New cards

un séjour

een verblijf

20
New cards

un estivant

een zomergast

21
New cards

un voyage à prix forfaitaire

een reis voor een vaste prijs

22
New cards

un voyage d'études

een studiereis

23
New cards

un voyage d'affaires

een zakenreis

24
New cards

un voyage d'agrément

een plezierreis

25
New cards

un voyage de noces

een huwelijksreis

26
New cards

une agence de voyage

een reisbureau

27
New cards

un syndicat d'initiative

een VVV-kantoor, een toeristenbureau (gevestigd in plattelandsgemeenten)

28
New cards

un office de/du tourisme

een VVV-kantoor, een toeristenbureau (vormt een nationaal netwerk)

29
New cards

un project (de voyage)

een (reis)plan

30
New cards

se renseigner sur qc

informeren naar iets

31
New cards

un renseignement

een inlichting

32
New cards

s'informer sur

informeren naar

33
New cards

une information

een informatie

34
New cards

un catalogue

een catalogus

35
New cards

un prospectus

een folder(tje)

36
New cards

recommander qc à qn

iemand iets aanbevelen

37
New cards

les documents de voyage

de reisdocumenten

38
New cards

accompagner qn

iemand begeleiden, vergezellen

39
New cards

un accompagnateur

een (reis)begeleider

40
New cards

un voyagiste

een touroperator

41
New cards

un tour opérateur

een touroperator

42
New cards

réserver

reserveren

43
New cards

une réservation

een reservering, reservatie

44
New cards

annuler

annuleren

45
New cards

les bagages

de bagage

46
New cards

les bagages à main

de handbagage

47
New cards

une valise

een koffer, valies

48
New cards

(dé)faire sa valise

zijn/haar koffer (uit)pakken

49
New cards

un sac

een tas

50
New cards

un sac à dos

een rugzak

51
New cards

préparer

voorbereiden

52
New cards

les préparatifs

de voorbereidingen

53
New cards

une liste

een lijst

54
New cards

un guide

een (reis)gids

55
New cards

une carte routière

een wegenkaart

56
New cards

un itinéraire

een route

57
New cards

un itinéraire bis

een alternatieve (reis)route

58
New cards

partir (pour)

vertrekken (naar)

59
New cards

le départ

het vertrek

60
New cards

la destination

de bestemming

61
New cards

arriver

aankomen

62
New cards

arriver à destination

op de bestemming aankomen

63
New cards

l'arrivée

de aankomst

64
New cards

un passager

een passagier

65
New cards

un contrôleur

een conducteur, een controleur

66
New cards

un contrôle

een controle

67
New cards

un guichet

een loket

68
New cards

un billet

een ticket

69
New cards

un billet de train/d'avion

een treinkaartje/een vliegticket

70
New cards

un aller simple

een enkele reis

71
New cards

un aller (et) retour

een retour

72
New cards

un supplément

een toeslag, een bijlage

73
New cards

un train

een trein

74
New cards

un train rapide

een sneltrein

75
New cards

un train direct

een rechtstreekse trein

76
New cards

voyager en train

met de trein reizen

77
New cards

le TGV (train à grande vitesse)

de tgv, de hogesnelheidstrein (hst)

78
New cards

la correspondance

de aansluiting, de verbinding

79
New cards

une gare

een station

80
New cards

la consigne

het bagagedepot

81
New cards

la consigne automatique

de bagagekluis

82
New cards

un quai

een perron

83
New cards

une voie

een spoor

84
New cards

la classe

de klas(se)

85
New cards

l'horaire

de dienstregeling, het tijdschema

86
New cards

le retard

de vertraging

87
New cards

une heure de retard

een uur vertraging

88
New cards

une voiture

een wagon

89
New cards

un compartiment

een compartiment, een coupé

90
New cards

un wagon-lit

een slaapwagen

91
New cards

une couchette

een ligplaats, couchette

92
New cards

une voiture-couchettes

een ligwagen

93
New cards

un wagon-restaurant

een restauratiewagen

94
New cards

un avion

een vliegtuig

95
New cards

un aéroport

een luchthaven

96
New cards

voler

vliegen

97
New cards

un vol

een vlucht

98
New cards

décoller

opstijgen

99
New cards

le décollage

het opstijgen

100
New cards

atterrir

landen

Explore top flashcards