1/386
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
les vacances
de vakantie
Bonnes vacances!
Prettige vakantie!
un vacancier
een vakantieganger
le congé
het verlof
un jour de congé
een verlofdag
un touriste
een toerist
le tourisme
het toerisme
l'industrie du tourisme
de toeristenindustrie
la pleine saison
het hoogseizoen
hors saison
buiten het seizoen, in het laagseizoen
voyager
reizen
un voyage
een reis
partir en voyage
op reis gaan
un voyage organisé
een georganiseerde reis
un voyageur
een reiziger
un tour
een wandeling, een trip
un circuit
een tochtje
séjourner
verblijven
un séjour
een verblijf
un estivant
een zomergast
un voyage à prix forfaitaire
een reis voor een vaste prijs
un voyage d'études
een studiereis
un voyage d'affaires
een zakenreis
un voyage d'agrément
een plezierreis
un voyage de noces
een huwelijksreis
une agence de voyage
een reisbureau
un syndicat d'initiative
een VVV-kantoor, een toeristenbureau (gevestigd in plattelandsgemeenten)
un office de/du tourisme
een VVV-kantoor, een toeristenbureau (vormt een nationaal netwerk)
un project (de voyage)
een (reis)plan
se renseigner sur qc
informeren naar iets
un renseignement
een inlichting
s'informer sur
informeren naar
une information
een informatie
un catalogue
een catalogus
un prospectus
een folder(tje)
recommander qc à qn
iemand iets aanbevelen
les documents de voyage
de reisdocumenten
accompagner qn
iemand begeleiden, vergezellen
un accompagnateur
een (reis)begeleider
un voyagiste
een touroperator
un tour opérateur
een touroperator
réserver
reserveren
une réservation
een reservering, reservatie
annuler
annuleren
les bagages
de bagage
les bagages à main
de handbagage
une valise
een koffer, valies
(dé)faire sa valise
zijn/haar koffer (uit)pakken
un sac
een tas
un sac à dos
een rugzak
préparer
voorbereiden
les préparatifs
de voorbereidingen
une liste
een lijst
un guide
een (reis)gids
une carte routière
een wegenkaart
un itinéraire
een route
un itinéraire bis
een alternatieve (reis)route
partir (pour)
vertrekken (naar)
le départ
het vertrek
la destination
de bestemming
arriver
aankomen
arriver à destination
op de bestemming aankomen
l'arrivée
de aankomst
un passager
een passagier
un contrôleur
een conducteur, een controleur
un contrôle
een controle
un guichet
een loket
un billet
een ticket
un billet de train/d'avion
een treinkaartje/een vliegticket
un aller simple
een enkele reis
un aller (et) retour
een retour
un supplément
een toeslag, een bijlage
un train
een trein
un train rapide
een sneltrein
un train direct
een rechtstreekse trein
voyager en train
met de trein reizen
le TGV (train à grande vitesse)
de tgv, de hogesnelheidstrein (hst)
la correspondance
de aansluiting, de verbinding
une gare
een station
la consigne
het bagagedepot
la consigne automatique
de bagagekluis
un quai
een perron
une voie
een spoor
la classe
de klas(se)
l'horaire
de dienstregeling, het tijdschema
le retard
de vertraging
une heure de retard
een uur vertraging
une voiture
een wagon
un compartiment
een compartiment, een coupé
un wagon-lit
een slaapwagen
une couchette
een ligplaats, couchette
une voiture-couchettes
een ligwagen
un wagon-restaurant
een restauratiewagen
un avion
een vliegtuig
un aéroport
een luchthaven
voler
vliegen
un vol
een vlucht
décoller
opstijgen
le décollage
het opstijgen
atterrir
landen