Frans: 6.1 Bouwen, huis, gebouwen en bewoners

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/116

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 8:14 PM on 3/14/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

117 Terms

1
New cards
bouwen
bâtir, construire
2
New cards
een bouwterrein
un terrain à bâtir
3
New cards
een gebouw
un bâtiment
4
New cards
de bouw, de constructie
la construction
5
New cards
verbouwen
transformer
6
New cards
de architectuur
l’architecture
7
New cards
een architect
un/une architecte
8
New cards
een plattegrond, een plan
un plan
9
New cards
een (bouw)materiaal, een (bouw)stof
un matériau
10
New cards
bouwmaterialen, bouwstoffen
des matériaux de construction
11
New cards
een steen
une pierre
12
New cards
een baksteen
une brique
13
New cards
een (dak)pan
une tuile
14
New cards
een dak met dakpannen
un toit de tuiles
15
New cards
het beton
le béton
16
New cards
een constructie van gewapend beton
une construction en béton armé
17
New cards
een (flat)gebouw, een huis, een onroerend goed
un immeuble
18
New cards
een toren, een torenflat, een wolkenkrabber
une tour
19
New cards
de wolkenkrabbers van de Défense (zakenwijk in Parijs)
les tours de la Défense
20
New cards
een sociale huurwoning
un/une HLM (une habitation à loyer modéré)
21
New cards
een appartement, een flat(woning), een woning
un appartement
22
New cards
een luxewoning
un appartement de luxe
23
New cards
de ruimte
l’espace
24
New cards
weinig ruimte hebben
manquer d’espace
25
New cards
een (monumentaal) gebouw
un édifice
26
New cards
een hoog gebouw, een flatgebouw
un building
27
New cards
de (voor)gevel, de façade
la façade
28
New cards
de buitenkant
l’extérieur
29
New cards
de binnenkant
l’intérieur
30
New cards
een appartement met gemeenschappelijk eigendom
un appartement en copropriété
31
New cards
een eenkamerwoning, een appartement
un studio
32
New cards
een tweekamerwoning/-flat
un deux-pièces
33
New cards
een maisonnette(woning)
un duplex
34
New cards
een driekamerwoning/-flat
un F3
35
New cards
gemeubileerd
meublé, meublée
36
New cards
weelderig, luxueus
luxueux, luxueuse
37
New cards
ruim
spacieux, spacieuse
38
New cards
krap, klein, benauwd
à l’étroit
39
New cards
luxe(-), met veel comfort
de grand standing
40
New cards
een woning met veel comfort
un appartement de grand standing
41
New cards
de (vaste) lasten, de bijkomende kosten
les charges
42
New cards
exclusief de bijkomende kosten
sans les charges
43
New cards
een huis, een woning
une maison
44
New cards
een eengezinswoning
une maison individuelle
45
New cards
een prefabwoning
une maison préfabriquée
46
New cards
een huisje, een kleine villa, een paviljoen
un pavillon
47
New cards
een kleine villa in de voorstad
un pavillon de banlieue
48
New cards
een villa
une villa
49
New cards
de woonplaats, de residentie, het verblijf, de villa(wijk)
la résidence
50
New cards
de woonlaats, de verblijfplaats
le lieu de résidence
51
New cards
een tweede huis, een weekendhuis
une résidence secondaire
52
New cards
wonen
loger, habiter
53
New cards
een woning, een woonruimte
un logement, une habitation
54
New cards
verhuizen
déménager
55
New cards
de verhuizing
le déménagement
56
New cards
gaan wonen in, betrekken
emménager (dans)
57
New cards
zich installeren/vestigen
s’installer
58
New cards
een kraan
un robinet
59
New cards
een gootsteen, een wasbak
un évier
60
New cards
de tegelvloer, de tegeltjes
le carrelage
61
New cards
een eigenaar, een eigenares
un/une popriétaire
62
New cards
een bezit, een eigendom
une propriété
63
New cards
bezitten
posséder
64
New cards
(ver)huren
louer, mettre en location
65
New cards
kamer te huur
chambre Ă  louer
66
New cards
de huur
le loyer
67
New cards
een huurder, een huurster
un/une locataire
68
New cards
een onderhuurder, een onderhuurster
un/une sous-locataire
69
New cards
de (ver)huur
la location
70
New cards
een bewoner, een bewoonster
un habitant, une habitante
71
New cards
een buurman, een buurvrouw
un voisin, une voisine
72
New cards
een conciërge
un/une concierge
73
New cards
een huismeester
un gardien, une gardienne
74
New cards
de deur
la porte
75
New cards
(aan)bellen
sonner
76
New cards
de bel is gegaan, er is gebeld
on a sonné
77
New cards
een (deur)bel
une sonnette
78
New cards
belletje trekken
donner un coup de sonnette
79
New cards
een slot
une serrure
80
New cards
een sleutel
une clé, une clef
81
New cards
op slot doen, afsluiten
fermer à clé
82
New cards
een ingang
une entrée
83
New cards
de huisdeur, de voordeur
la porte d’entrée
84
New cards
een gang
un couloir
85
New cards
de begane grond
le rez-de-chaussée
86
New cards
een verdieping, een etage
un étage
87
New cards
een trap
un escalier
88
New cards
de lift
l’ascenseur
89
New cards
de hal, de entree, de ingang
le hall d’entrée
90
New cards
een digitale deurbeveiliging
un digicode
91
New cards
de voordeur is uitgerust met een digitale deurbeveiliging
la porte d’entrée est équipée d’un digicode
92
New cards
een intercom, een huistelefoon
un interphone
93
New cards
de overloop, het (trap)portaal
le palier
94
New cards
een buurman op dezelfde etage
un voisin de palier
95
New cards
de zolder
le grenier
96
New cards
een kamer, een ruimte
une pièce
97
New cards
een driekamerflat
un (appartement de) trois pièces
98
New cards
een eetkamer
une salle Ă  manger
99
New cards
een woonkamer
une salle de séjour
100
New cards
een (woon)kamer, een salon
un salon