Biologie Waarneming en Gedrag

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/66

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:05 AM on 3/7/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

67 Terms

1
New cards
Accommodatie
Instelling van ogen op ver of dichtbij zien, zodat de beelden scherp op het netvlies komen.
2
New cards
Adequate prikkel
Prikkel die bij een zintuig past. Voor deze prikkel is de drempelwaarde van het zintuig het laagst.
3
New cards
Ambivalent gedrag
Gedrag dat is samengesteld uit handelingen van twee of meer gedragssystemen; een voorbeeld van conflictgedrag.
4
New cards
Antagonist
Spier of ander orgaan waarvan de werking tegengesteld is aan een andere spier of ander orgaan.
5
New cards
Antropomofisme
Toeschrijven van menselijke gevoelens en beweegredenen aan dieren.
6
New cards
Balts
Gedrag dat aan de paring vooraf gaat en de bereidheid tot paring vergroot.
7
New cards
Bijziend
Alleen dichtbij kunnen zien; te compenseren met negatieve lenzen.
8
New cards
Blinde vlek
Plaats waar de oogzenuw het netvlies verlaat en waar geen kegeltjes of staafjes voorkomen.
9
New cards
Broedzorg
Gedrag waarbij één of beide ouders voor hun nageslacht zorgt.
10
New cards
Bronst
Bereidheid tot paring bij zoogdieren.
11
New cards
Conditionering
Een leerprocestype waarbij bepaald gedrag geleerd wordt door beloning of straf.
12
New cards
Convergeren
Het naar elkaar toe bundelen van licht door een bolle lens.
13
New cards
Cultuur
Phenomenon waarbij individuen binnen een groep vergelijkbaar gedrag vertonen.
14
New cards
Divergeren
Het spreiden van licht door een holle lens.
15
New cards
Drempelwaarde
Minimale sterkte van een prikkel die effect heeft.
16
New cards
Dresseren
Voorbeeld van conditionering waarbij dieren bepaald gedrag leren uitvoeren op commando.
17
New cards
Erfelijk gedrag
Gedrag dat is aangeboren en niet is aangeleerd.
18
New cards
Ethogram
Objectieve beschrijving van de verschillende typen handelingen van een diersoort.
19
New cards
Ethologie
Natuurwetenschappelijke studie van het gedrag, ook wel gedragsleer.
20
New cards
FFF situaties
Dreig-vlucht-aanvalsituaties waarin conflicten kunnen ontstaan.
21
New cards
Fotoreceptor
Zintuigcel die gevoelig is voor licht.
22
New cards
Gedrag
Alle waarneembare activiteiten van een dier of mens, bepaald door erfelijke factoren en leerprocessen.
23
New cards
Gedragselement
Een afzonderlijke handeling van een dier.
24
New cards
Gedragsketen
Opeenvolging van handelingen waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling.
25
New cards
Gedragssysteem
Groepen van samenhangende handelingen, vaak met een gemeenschappelijk doel.
26
New cards
Gele vlek
Gedeelte van het netvlies waarmee het scherpst kan worden gezien.
27
New cards
Gevoelige periode
Periode waarin een bepaald gedrag gemakkelijk kan worden aangeleerd.
28
New cards
Gewenning
Een leerprocestype waarbij een bepaalde reactie op een prikkel wordt afgeleerd.
29
New cards
Hoornvlies
Doorzichtige voortzetting van het harde oogvlies aan de voorkant van het oog.
30
New cards
Imitatie
Leren door het gedrag van soortgenoten na te doen.
31
New cards
Imponeergedrag
Gedrag dat een functie heeft bij het vaststellen van een rangorde binnen een groep.
32
New cards
Inprenting
Een leerprocestype waarbij iets alleen kan worden geleerd in een bepaalde, korte levensperiode.
33
New cards
Instinct
Soortspecifiek en erfelijk vastgelegd gedragspatroon.
34
New cards
Intelligentie / Leervermogen
Het vermogen van een dier of mens tot effectieve gedragsverandering.
35
New cards
Inwendige factoren
Motiverende factoren die de kans dat bepaald gedrag wordt uitgevoerd bepalen.
36
New cards
Inzicht
Een leerprocestype waarbij een oplossing van een probleem wordt gevonden door ervaringen te combineren.
37
New cards
Kegeltje
Een van de twee soorten zintuigcellen in het oog, gevoelig voor kleur.
38
New cards
Klassiek conditioneren / geconditioneerde reflex
Een leerprocestype waarbij een prikkel een reflex veroorzaakt die oorspronkelijk niet door die prikkel werd veroorzaakt.
39
New cards
Motivatie
De bereidheid om bepaald gedrag te vertonen, beïnvloed door inwendige en uitwendige factoren.
40
New cards
Netvlies
Binnenste laag van het oog, bestaande uit pigmentcellen, zintuigcellen en zenuwceluitlopers.
41
New cards
Normen
Gedragsregels waarvan veel mensen vinden dat je je eraan moet houden.
42
New cards
Objectief
Alleen waargenomen feiten, zonder meningen of interpretaties.
43
New cards
Omgericht gedrag
Conflictgedrag waarbij de agressie wordt gericht op iets anders dan de soortgenoot.
44
New cards
Operant conditioneren
Een leerprocestype waarbij het effect van gedrag invloed heeft op hoe vaak dat gedrag plaatsvindt.
45
New cards
Optisch chiasma
De kruising van de uitlopers van beide oogzenuwen.
46
New cards
Overspronggedrag
Conflictgedrag waarbij gedrag uit een derde gedragssysteem wordt vertoond.
47
New cards
Pikorde
Een functie bij het vaststellen van een rangorde binnen een groep, meestal door pikgedrag.
48
New cards
Prikkel
Invloeden uit het milieu op het organisme.
49
New cards
Protocol
Een lijst van achtereenvolgens waargenomen handelingen van een dier.
50
New cards
Pupilreflex
Reflex waarbij de pupil afhankelijk van de lichthoeveelheid vernauwd of verwijd wordt.
51
New cards
Reflex
Eenvoudige vorm van gedrag waarbij een prikkel vrijwel zonder vertraging een reactie teweegbrengt.
52
New cards
Refractaire periode
Periode waarin een zenuwcel niet of minder goed in staat is een nieuwe impuls voort te geleiden.
53
New cards
Respons
Reactie van spieren of klieren.
54
New cards
Rodopsine
Het lichtgevoelige pigment in staafjes.
55
New cards
Rolgedrag
Gedrag dat anderen van iemand verwachten in een bepaalde situatie.
56
New cards
Signaal
Handeling die als prikkel werkt voor de volgende handeling van een soortgenoot.
57
New cards
Sleutelprikkel
Prikkel die een doorslaggevende rol speelt bij het veroorzaken van een bepaald gedrag.
58
New cards
Sociaal gedrag
Gedrag van soortgenoten ten opzichte van elkaar.
59
New cards
Staafje
Staafvormige lichtgevoelige zintuigcel in het netvlies, betrokken bij het zien bij weinig licht.
60
New cards
Staten
Samenlevingsvorm bij bepaalde soorten insecten met een sterke taakverdeling.
61
New cards
Supranormale prikkel
Prikkel die effectiever is dan de normale sleutelprikkel bij het veroorzaken van bepaald gedrag.
62
New cards
Territoriumgedrag
Gedrag met als functie het afbakenen van een territorium tegen binnendringende soortgenoten.
63
New cards
Trial and Error
Een leerprocestype waarbij een dier proefondervindelijk leert.
64
New cards
Verziend
Alleen in de verte kunnen zien; te compenseren met positieve lenzen.
65
New cards
Verzoeningsgedrag
Gedrag van een ondergeschikt dier ten opzichte van een dominante soortgenoot.
66
New cards
Waarden
Uitgangspunten die mensen gebruiken bij de inrichting van hun leven.
67
New cards

endolymfe

Het evenwichtsorgaan is gevuld met een dikke vloeistof