TP tout

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/179

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:30 PM on 10/17/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

180 Terms

1
New cards
bakken bakte gebakken
cuire
2
New cards
barsten barstte gebarsten
eclater
3
New cards
bederven bedierf bedorven
abimer
4
New cards
bedriegen bedroog bedrogen
tromper
5
New cards
beginnen begon begonnen
commencer
6
New cards
begraven begroef begraven
enterrer
7
New cards
begrijpen begreep begrepen
comprendre
8
New cards
besluiten besloot besloten
décider
9
New cards
bevelen beval bevolen
ordonner
10
New cards
bewegen bewoog bewogen
bouger
11
New cards
bezoeken bezocht bezocht
rendre visite
12
New cards
bidden bad gebeden
prier
13
New cards
bieden bood geboden
offrir
14
New cards
bijten beet gebeten
mordre
15
New cards
bieden bood geboden
offrir
16
New cards
blazen blies geblazen
lier
17
New cards
Blijken bleek gebleken
s'averer
18
New cards
blijven bleef gebleven
rester
19
New cards
blinken blonk geblonken
briller
20
New cards
braden braadde gebraden
rôtir
21
New cards
breken brak gebroken
casser
22
New cards
brengen bracht gebracht
apporter
23
New cards
brouwen brouwde gebrouwen
brasser
24
New cards
buigen boog gebogen
plier
25
New cards
Delven dolf gedolven
creuser
26
New cards
denken dacht gedacht
penser
27
New cards
doen deed gedaan
faire
28
New cards
dragen droeg gedragen
porter
29
New cards
drijven dreef gedreven
flotter
30
New cards
dringen drong gedrongen
pousser
31
New cards
drinken dronk gedronken
boire
32
New cards
druipen droop gedropen
gouter
33
New cards
duiken dook gedoken
plonger
34
New cards
dwingen dwong gedwongen
forcer
35
New cards
eten at gegeten
manger
36
New cards
fluiten floot gefloten
siffler
37
New cards
gaan ging gegaan
aller
38
New cards
gelden gold gegolden
valoir
39
New cards
genezen genas genezen
guérir
40
New cards
genieten genoot genoten
jouir, profiter
41
New cards
geven gaf gegeven
donner
42
New cards
gieten goot gegoten
verser
43
New cards
glijden gleed gegleden
glisser
44
New cards
glimmen glom geglommen
luire, briller
45
New cards
graven groef gegraven
creuser
46
New cards
grijpen greep gegrepen
saisir
47
New cards
hangen hing gehangen
pendre
48
New cards
hebben had gehad
avoir
49
New cards
heffen hief geheven
soulever
50
New cards
houden hield gehouden
tenir à
51
New cards
houwen hieuw gehouwen
tailler
52
New cards
kiezen koos gekozen
choisir
53
New cards
kijken keek gekeken
regarder
54
New cards
Kilmmen klom geklommen
grimper
55
New cards
klinken klonk geklonken
retentir
56
New cards
knijpen, kneep, geknepen
pincer
57
New cards
krimpen kromp gekrompen
rétrécir
58
New cards
kruipen kroop gekropen
ramper
59
New cards
kunnen kon gekund
pouvoir (capacité)
60
New cards
bewegen bewoog bewogen
bouger
61
New cards
helpen hielp geholpen
aider
62
New cards
heten heette geheten
s'appeler
63
New cards
komen kwam gekomen
venir
64
New cards
kopen kocht gekocht
acheter
65
New cards
lachen lachte gelachen
rire
66
New cards
laden laadde geladen
charger
67
New cards
laten liet gelaten
laisser
68
New cards
liegen loog gelogen
mentir
69
New cards
lezen las lazen gelezen
lire
70
New cards
liggen lag gelegen
se trouver
71
New cards
lijken leek geleken
sembler
72
New cards
lopen liep gelopen
courir
73
New cards
melken molk gemolken
traire
74
New cards
meten mat gemeten
mesurer
75
New cards
mijden meed gemeden
éviter
76
New cards
moeten moest gemoeten
devoir
77
New cards
mogen mocht gemogen
pouvoir
78
New cards
nemen nam genomen
prendre
79
New cards
nijpen neep genepen
pincer
80
New cards
ontmoeten, ontmoette, ontmoet
rencontrer
81
New cards
ontvangen ontving ontvangen
recevoir
82
New cards
overlijden overleed overleden
décéder
83
New cards
prijzen prees geprezen
louer
84
New cards
raden raadde geraden
deviner
85
New cards
reiken reikte gereikt
sentir
86
New cards
rijden reed gereden
rouler
87
New cards
rijzen rees gerezen
s'élever
88
New cards
roepen riep geroepen
crier
89
New cards
ruiken rook geroken
sentir
90
New cards
scheiden scheidde gescheiden
séparer
91
New cards
schelden schold gescholden
injurier
92
New cards
schenden schond geschonden
abîmer
93
New cards
schenken schonk geschonken
verser
94
New cards
scheppen schiep geschapen
créer
95
New cards
scheren schoor geschoren
raser
96
New cards
schieten schoot geschoten
tirer
97
New cards
schijnen scheen geschenen
briller
98
New cards
schrijven schreef geschreven
écrire
99
New cards
schrikken schrok geschrokken
effrayer
100
New cards
schuiven schoof geschoven
glisser