1/157
A comprehensive set of flashcards covering various expressions, verbs, adjectives, nouns, and their meanings.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
De bloemetjes buitenzetten
Uitbundig feestvieren of genieten.
De handdoek in de ring gooien
Opgeven of ermee stoppen.
De kluts kwijt zijn
In de war zijn.
De koe bij de horens vatten
Een probleem direct aanpakken.
De spijker op de kop slaan
Precies de kern van de zaak benoemen.
Doen alsof je neus bloedt
Doen alsof je van niets weet.
Door de mand vallen
Betrapt worden op een leugen of fout.
Door de zure appel heen bijten
Iets onaangenaams doorstaan omdat het nodig is.
Een babbeltje slaan
Een ontspannen gesprek voeren.
Een gat in de lucht springen
Heel blij zijn.
Geen blad voor de mond nemen
Vrijuit spreken, ook als dat confronterend is.
Geen slapende honden wakker maken
Geen aandacht vestigen op een mogelijk probleem.
Het hoofd boven water houden
Financieel of mentaal net kunnen overleven.
Het verspreidt zich als een lopend vuurtje
Het verspreidt zich razendsnel.
Iemand een hart onder de riem steken
Iemand moed inspreken.
Iemand zwart maken
Iemand in een kwaad daglicht stellen.
Iets kopen voor een appel en een ei
Iets heel goedkoop kopen.
Iets uit de doeken doen
Iets onthullen of uitleggen.
Iets uit je duim zuigen
Iets verzinnen dat niet waar is.
In de put zitten
Zich somber of neerslachtig voelen.
In de wolken zijn
Erg gelukkig of enthousiast zijn.
Iets in de wind slaan
Ergens niet naar luisteren/er geen rekening mee houden.
In iemands schoenen staan
Zich verplaatsen in iemands situatie.
In zijn nopjes zijn
Tevreden en blij zijn.
Je hart vasthouden
Heel bang of bezorgd zijn over wat gaat komen.
Je steentje bijdragen
Een bijdrage leveren aan iets.
Met de gebakken peren zitten
De gevolgen van een probleem moeten oplossen.
Met je mond vol tanden staan
Niet weten wat je moet zeggen.
Niet door de beugel kunnen
Onacceptabel of onfatsoenlijk zijn.
Niet graag in iemands schoenen staan
Niet in iemands moeilijke situatie willen zitten.
Niet op je mondje gevallen zijn
Goed en snel kunnen reageren of jezelf uiten.
Olie op het vuur gooien
Een conflict of probleem erger maken.
Op eieren lopen
Voorzichtig handelen om problemen te vermijden.
Oude koeien uit de sloot halen
Praten over lang vergeten zaken of problemen.
Stilstaan bij iets
Aandacht besteden aan iets.
Tegen de lamp lopen
Betrapt worden op iets fouts.
Uit de boot vallen
Niet mee mogen doen of buitengesloten worden.
Uit de lucht komen vallen
Plotteling en onverwacht verschijnen.
Van de hak op de tak springen
Chaotisch van onderwerp veranderen.
Verder kijken dan je neus lang is
Vooruitdenken of breder nadenken.
Afdwingen
Iets verkrijgen door druk of dwang.
Bedwingen
Iets onder controle houden.
Beklemtonen
Iets extra benadrukken.
Belemmeren
Iets hinderen of vertragen.
Benaderen
Naderen of in contact komen met een probleem.
Berusten
Iets wat op een bepaalde basis of grondslag steunt.
Bestendigen
Duurzaam maken; iets laten voortduren.
Betwisten
Iets in twijfel trekken, ertegen ingaan.
Bevorderen
Iets verder helpen, ontwikkelen of verbeteren.
Blootstellen
Zichtbaar of kwetsbaar maken.
Escaleren
Een situatie groter of ernstiger maken.
Gelden
Van toepassing zijn; als iets belangrijk of waardevol worden beschouwd.
Gunnen
Zelf zonder jaloezie accepteren.
Intimideren
Iemand bang maken.
Lanterfanten
Niksen, lummelen.
Liefkozen
Iemand liefdevol aanraken.
Ondergraven
Het verzwakken van iets.
Onthullen
Het openbaar maken van iets dat verborgen was.
Ontplooien
Het verder ontwikkelen of laten groeien.
Ontrafelen
Het mysterie of complexiteit van iets oplossen.
Ontwrichten
Iets verstoren, chaos veroorzaken.
Polariseren
Het versterken van tegenstellingen tussen groepen.
Roddelen
Praten over iemand, vaak negatief.
Smullen
Met veel plezier of genoegen eten.
Tarten
Iemand uitdagen, provoceren.
Tegemoetkomen
Iemands wensen of behoeften vervullen.
Tegenstribbelen
Verzetten tegen iets, vaak op een koppige manier.
Uitlokken
Iemand bewust aanzetten tot een bepaalde reactie.
Verdrijven
Iemand of iets uit een gebied of situatie verwijderen.
Verduidelijken
Iets makkelijker te begrijpen maken.
Verklikken
Iemand aangeven of informatie geven.
Verknallen
Iets verpesten of in de war brengen.
Veroorzaken
Iets doen ontstaan.
Verstoren
Iets onderbreken of beschadigen.
Vervreemden
Iemand of iets afstandelijk laten voelen.
Verwaarlozen
Iets of iemand geen aandacht geven.
Verzoenen
Twee of meer mensen weer in vrede brengen.
Wankelen
Onstabiel of onzeker worden.
Driftig
Snel boos of opvliegend.
Bedachtzaam
Voorzichtig en doordacht handelend.
Beweeglijk
Snel en gemakkelijk in beweging.
Clandestien
Geheim en vaak illegaal.
Consciëntieus
Nauwgezet en zorgvuldig in het werk.
Doelgericht
Gericht op een specifiek resultaat.
Doortastend
Vastberaden en zonder aarzelen handelen.
Erbarmelijk
Zeer slecht, treurig of zielig.
Hardnekkig
Moeilijk te veranderen of op te geven.
Hooghartig
Arrogant en uit de hoogte doen.
Huidig
Van nu.
Huiveringwekkend
Angstaanjagend of griezelig.
Kwetsbaar
Gevoelig voor moeilijkheden.
Legitiem
Wettig, rechtmatig of gegrond.
Lichtvoetig
Vrolijk en speels.
Ludiek
Speels en vrolijk.
Meedogenloos
Zonder medelijden.
Minuscuul
Heel klein of bijna onzichtbaar.
Nefast
Negatieve effecten veroorzakend.
Onbeschoft
Respectloos, brutaal.
Onbezonnen
Zonder na te denken of impulsief.
Onheilspellend
Dreigend met een voorgevoel van naderend kwaad.