Dutch Vocabulary and Expressions Review

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/157

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

A comprehensive set of flashcards covering various expressions, verbs, adjectives, nouns, and their meanings.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

158 Terms

1
New cards

De bloemetjes buitenzetten

Uitbundig feestvieren of genieten.

2
New cards

De handdoek in de ring gooien

Opgeven of ermee stoppen.

3
New cards

De kluts kwijt zijn

In de war zijn.

4
New cards

De koe bij de horens vatten

Een probleem direct aanpakken.

5
New cards

De spijker op de kop slaan

Precies de kern van de zaak benoemen.

6
New cards

Doen alsof je neus bloedt

Doen alsof je van niets weet.

7
New cards

Door de mand vallen

Betrapt worden op een leugen of fout.

8
New cards

Door de zure appel heen bijten

Iets onaangenaams doorstaan omdat het nodig is.

9
New cards

Een babbeltje slaan

Een ontspannen gesprek voeren.

10
New cards

Een gat in de lucht springen

Heel blij zijn.

11
New cards

Geen blad voor de mond nemen

Vrijuit spreken, ook als dat confronterend is.

12
New cards

Geen slapende honden wakker maken

Geen aandacht vestigen op een mogelijk probleem.

13
New cards

Het hoofd boven water houden

Financieel of mentaal net kunnen overleven.

14
New cards

Het verspreidt zich als een lopend vuurtje

Het verspreidt zich razendsnel.

15
New cards

Iemand een hart onder de riem steken

Iemand moed inspreken.

16
New cards

Iemand zwart maken

Iemand in een kwaad daglicht stellen.

17
New cards

Iets kopen voor een appel en een ei

Iets heel goedkoop kopen.

18
New cards

Iets uit de doeken doen

Iets onthullen of uitleggen.

19
New cards

Iets uit je duim zuigen

Iets verzinnen dat niet waar is.

20
New cards

In de put zitten

Zich somber of neerslachtig voelen.

21
New cards

In de wolken zijn

Erg gelukkig of enthousiast zijn.

22
New cards

Iets in de wind slaan

Ergens niet naar luisteren/er geen rekening mee houden.

23
New cards

In iemands schoenen staan

Zich verplaatsen in iemands situatie.

24
New cards

In zijn nopjes zijn

Tevreden en blij zijn.

25
New cards

Je hart vasthouden

Heel bang of bezorgd zijn over wat gaat komen.

26
New cards

Je steentje bijdragen

Een bijdrage leveren aan iets.

27
New cards

Met de gebakken peren zitten

De gevolgen van een probleem moeten oplossen.

28
New cards

Met je mond vol tanden staan

Niet weten wat je moet zeggen.

29
New cards

Niet door de beugel kunnen

Onacceptabel of onfatsoenlijk zijn.

30
New cards

Niet graag in iemands schoenen staan

Niet in iemands moeilijke situatie willen zitten.

31
New cards

Niet op je mondje gevallen zijn

Goed en snel kunnen reageren of jezelf uiten.

32
New cards

Olie op het vuur gooien

Een conflict of probleem erger maken.

33
New cards

Op eieren lopen

Voorzichtig handelen om problemen te vermijden.

34
New cards

Oude koeien uit de sloot halen

Praten over lang vergeten zaken of problemen.

35
New cards

Stilstaan bij iets

Aandacht besteden aan iets.

36
New cards

Tegen de lamp lopen

Betrapt worden op iets fouts.

37
New cards

Uit de boot vallen

Niet mee mogen doen of buitengesloten worden.

38
New cards

Uit de lucht komen vallen

Plotteling en onverwacht verschijnen.

39
New cards

Van de hak op de tak springen

Chaotisch van onderwerp veranderen.

40
New cards

Verder kijken dan je neus lang is

Vooruitdenken of breder nadenken.

41
New cards

Afdwingen

Iets verkrijgen door druk of dwang.

42
New cards

Bedwingen

Iets onder controle houden.

43
New cards

Beklemtonen

Iets extra benadrukken.

44
New cards

Belemmeren

Iets hinderen of vertragen.

45
New cards

Benaderen

Naderen of in contact komen met een probleem.

46
New cards

Berusten

Iets wat op een bepaalde basis of grondslag steunt.

47
New cards

Bestendigen

Duurzaam maken; iets laten voortduren.

48
New cards

Betwisten

Iets in twijfel trekken, ertegen ingaan.

49
New cards

Bevorderen

Iets verder helpen, ontwikkelen of verbeteren.

50
New cards

Blootstellen

Zichtbaar of kwetsbaar maken.

51
New cards

Escaleren

Een situatie groter of ernstiger maken.

52
New cards

Gelden

Van toepassing zijn; als iets belangrijk of waardevol worden beschouwd.

53
New cards

Gunnen

Zelf zonder jaloezie accepteren.

54
New cards

Intimideren

Iemand bang maken.

55
New cards

Lanterfanten

Niksen, lummelen.

56
New cards

Liefkozen

Iemand liefdevol aanraken.

57
New cards

Ondergraven

Het verzwakken van iets.

58
New cards

Onthullen

Het openbaar maken van iets dat verborgen was.

59
New cards

Ontplooien

Het verder ontwikkelen of laten groeien.

60
New cards

Ontrafelen

Het mysterie of complexiteit van iets oplossen.

61
New cards

Ontwrichten

Iets verstoren, chaos veroorzaken.

62
New cards

Polariseren

Het versterken van tegenstellingen tussen groepen.

63
New cards

Roddelen

Praten over iemand, vaak negatief.

64
New cards

Smullen

Met veel plezier of genoegen eten.

65
New cards

Tarten

Iemand uitdagen, provoceren.

66
New cards

Tegemoetkomen

Iemands wensen of behoeften vervullen.

67
New cards

Tegenstribbelen

Verzetten tegen iets, vaak op een koppige manier.

68
New cards

Uitlokken

Iemand bewust aanzetten tot een bepaalde reactie.

69
New cards

Verdrijven

Iemand of iets uit een gebied of situatie verwijderen.

70
New cards

Verduidelijken

Iets makkelijker te begrijpen maken.

71
New cards

Verklikken

Iemand aangeven of informatie geven.

72
New cards

Verknallen

Iets verpesten of in de war brengen.

73
New cards

Veroorzaken

Iets doen ontstaan.

74
New cards

Verstoren

Iets onderbreken of beschadigen.

75
New cards

Vervreemden

Iemand of iets afstandelijk laten voelen.

76
New cards

Verwaarlozen

Iets of iemand geen aandacht geven.

77
New cards

Verzoenen

Twee of meer mensen weer in vrede brengen.

78
New cards

Wankelen

Onstabiel of onzeker worden.

79
New cards

Driftig

Snel boos of opvliegend.

80
New cards

Bedachtzaam

Voorzichtig en doordacht handelend.

81
New cards

Beweeglijk

Snel en gemakkelijk in beweging.

82
New cards

Clandestien

Geheim en vaak illegaal.

83
New cards

Consciëntieus

Nauwgezet en zorgvuldig in het werk.

84
New cards

Doelgericht

Gericht op een specifiek resultaat.

85
New cards

Doortastend

Vastberaden en zonder aarzelen handelen.

86
New cards

Erbarmelijk

Zeer slecht, treurig of zielig.

87
New cards

Hardnekkig

Moeilijk te veranderen of op te geven.

88
New cards

Hooghartig

Arrogant en uit de hoogte doen.

89
New cards

Huidig

Van nu.

90
New cards

Huiveringwekkend

Angstaanjagend of griezelig.

91
New cards

Kwetsbaar

Gevoelig voor moeilijkheden.

92
New cards

Legitiem

Wettig, rechtmatig of gegrond.

93
New cards

Lichtvoetig

Vrolijk en speels.

94
New cards

Ludiek

Speels en vrolijk.

95
New cards

Meedogenloos

Zonder medelijden.

96
New cards

Minuscuul

Heel klein of bijna onzichtbaar.

97
New cards

Nefast

Negatieve effecten veroorzakend.

98
New cards

Onbeschoft

Respectloos, brutaal.

99
New cards

Onbezonnen

Zonder na te denken of impulsief.

100
New cards

Onheilspellend

Dreigend met een voorgevoel van naderend kwaad.