Send a link to your students to track their progress
194 Terms
1
New cards
Technische professionalisering
De dingen goed doen (efficiënt)
2
New cards
3
New cards
Normatieve professionalisering
Goede dingen doen (effectief)
4
New cards
5
New cards
Politiserend werken
Mensen constant wakker schudden voor onrechtvaardigheden. Hen op hun rechten wijzen en aandacht hebben voor de oorzaken bij de structuren.
6
New cards
7
New cards
Nabijheid
Aanwezig zijn in de leefwereld van de personen in een kwetsbare situatie en gaan kijken samen met de client wat er allemaal mis is.
8
New cards
9
New cards
Proceslogica
Het is een proces, de uitkomst staat niet vast. We moeten ons handelen constant afstemmen op de situatie en de client. We moeten hierbij rekening houden met de inspraak van de client.
10
New cards
11
New cards
Generalistisch werken
Weg trekken van het individu en kijken op een groter niveau. Je kijkt over de levensdomeinen heen en beschikt over een breed spectrum aan kennis en vaardigheden.
12
New cards
13
New cards
Verbindend werken
Verbinden binnen de leefwereld van mensen (cliënten) en tussen de leefwereld en de maatschappij.
14
New cards
Individueel niveau \= versterken van individuen
15
New cards
Collectieve component \= verbinding in buurten en op lokaal niveau
16
New cards
17
New cards
Constructieproces
Bepaalde groepen of problemen construeren een afwijkend gedrag. Deze worden dus altijd als afwijkend gezien
18
New cards
19
New cards
Do ut des
Ik geef met de bedoeling dat jij geeft (wederkerigheid).
20
New cards
21
New cards
Burgerlijk beschavingsoffensief
De burgerij zette de opvoeding als middel in om de maatschappij naar het eigen burgerlijk ideaal in te richten.
22
New cards
23
New cards
emanciperen
Ontplooien. Opkomen voor zichzelf.
24
New cards
25
New cards
Dubbel karakter van sociaal werk
-Mogelijkheid tot sociale en culturele ontplooiing (emancipatie).
26
New cards
-Met als doel zich in te passen in bestaande maatschappelijke verhoudingen (disciplineren).
27
New cards
28
New cards
UVRM (ook jaartal)
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948)
29
New cards
30
New cards
informele economie
alle economische activiteiten die niet geregistreerd worden door de overheid, dit is dus zwart werk. (verborgen economie)
31
New cards
32
New cards
nachtwakersstaat
Dit is een staat waar de overheid zich zo weinig mogelijk bemoeit met de burgers. De enige taak van de overheid is in beginsel het garanderen van de veiligheid van de inwoners door het zorgen voor politie en krijgsmacht.
33
New cards
34
New cards
Sociale zekerheid
maatschappelijk systeem dat werklozen, zieken en ouderen een basisinkomen verschaft
35
New cards
36
New cards
sociale bijstand
In 1974 veranderd de naam naar Recht op bestaansminimum
37
New cards
38
New cards
Recht op een bestaansminimum
In 2002 veranderd de naam naar Recht op maatschappelijke integratie
39
New cards
40
New cards
Recht op maatschappelijke integratie
Het basis principe blijft behoeftig zijn, je hoeft niet gewerkt te hebben, maar er zullen voorwaarden aan hangen. Je moet bereid zijn om te gaan werken en dit ook kunnen tonen (voorleggen). Men moet dus bereidt zijn zich te integreren in de samenleving.
41
New cards
42
New cards
Recht op een bestaansminimum (\= sociale bijstand)
In het geval dat men niet gewerkt heeft, dit kan namelijk ook omdat bepaalde mensen gewoon niet kunnen werken (Down syndroom, psychiatrische patiënt, minder valide, enz) krijgt deze nog altijd een uitkering. Dit is het minimum inkomen om een menselijk bestaan te hebben.
43
New cards
44
New cards
Sociale rechtvaardigheid
recht op toegang tot de basisbehoeften om menswaardig te kunnen leven. Invalshoek zijn de mensenrechten (\= recht op een menswaardig bestaan).
45
New cards
46
New cards
Omslag denken
Mensenrechten denken
47
New cards
48
New cards
Consensus
Iedereen gelijk. Overeenkomst
49
New cards
50
New cards
Descensus
Diversiteit
51
New cards
52
New cards
Caritas
Aalmoes
53
New cards
54
New cards
Gunstkarakter
De arme is afhankelijk van de rijke, arme moet zich gedragen naar de normen en verwachtingen van de rijke. Rijke heeft plicht tot caritas en de maatschappij blijft buiten beeld.
55
New cards
56
New cards
Verzekeringskarakter
Besef van onderlinge gelijkwaardigheid. Iedereen draagt bij, wie pech heeft kan beroep doen op solidariteit. Maar de draagkracht van deze spontane solidariteit is heel precair, de overheid moet dus tussen komen en dit organiseren.
57
New cards
58
New cards
Rechtskarakter
Elke mens heeft recht op een menswaardig leven. Onwelzijn is gevolg van de manier waarop we het samenleven organiseren , niet van intrinsieke en onveranderlijke eigenschappen van mensen. Het rechtskarakter staat onder druk, op zoek naar een duurzaam sociaal werk.
59
New cards
60
New cards
disciplineren
Men de regels laten volgen (individueel)
61
New cards
62
New cards
Emanciperen
Helpen, versterken (individueel)
63
New cards
64
New cards
Sociale stabiliteit in een samenleving
Beheersen, disciplineren. De regels laten volgen (Samenleving)
65
New cards
66
New cards
Sociale gelijkheid in de samenleving
Helpen, versterken (Samenleving).
67
New cards
68
New cards
Methodiek
Manier van denken
69
New cards
70
New cards
referentie kader
het geheel van kennis, ideeën, ervaringen en overtuigingen van waaruit iemand denkt en handelt
71
New cards
72
New cards
aanpak
Methode
73
New cards
74
New cards
Systematisch
Bewust en weloverwogen
75
New cards
76
New cards
intentioneel
Vanuit een vooropgesteld doel
77
New cards
78
New cards
Werken met individu (micro)
Social case work/individueel maatschappelijk werk
79
New cards
80
New cards
Werken met de groep (Meso)
Social group work/groepswerk
81
New cards
82
New cards
Werken met/aan samenleving (Macro)
Community work/opbouwwerk (organisaties)
83
New cards
84
New cards
sociaalecologische benadering
Betrekking van de omgeving om het individu zo te helpen
85
New cards
86
New cards
Klassiek groepswerk
Groepswerk als aanvulling van individueel probleem
87
New cards
88
New cards
Sociaal agogisch groepswerk
Besef van gemeenschappelijkheid van problemen. Noden kenbaar maken en verandering eisen. Eisen gelijkheid.
89
New cards
90
New cards
Politiserend model
Samen met andere samenlevingen streven naar verbetering en kwaliteit om zo de maatschappelijke problemen weg te werken.
91
New cards
92
New cards
Welzijnsmodel
Vanuit ervaring betere hulpverlening realiseren.
93
New cards
94
New cards
Territoriaal opbouwwerk
Een vorm van opbouwwerk waarbij men maatschappelijke problemen aanvecht in stedelijke en achtergestelde gebieden.
95
New cards
96
New cards
Categoriaal opbouwwerk
Een vorm van opbouwwerk waarbij men maatschappelijke problemen voor kwetsbare groepen aanvecht.
97
New cards
98
New cards
Functioneel opbouwwerk
Een vorm van opbouwwerk waarbij men maatschappelijke problemen in functie van hulpverlening aanvecht.
99
New cards
100
New cards
Sociaal construct
Een activiteit die het product is van hoe we in een bepaalde tijd in onze samenleving kijken naar sociale problemen en hoe ze aan te pakken.