1/13
geen afpf
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
De student kan belemmeringen in het bevorderen van zelfmanagement met betrekking tot informatievoorziening benoemen;
Complexiteit van de informatie medische terminologie, hoeveelheid informatie, onduidelijke structuur;------
Lage gezondheidsvaardigheden beperkte lees- en taalvaardigheid, gezondheidsgeletterdheid;
Toegankelijkheid van informatie digitale kloof, gebrek aan gepersonaliseerde informatie, taalbarrières;
Mismatch met patiëntbehoeften onvoldoende inspraak van de patiënt, niet aansluiten bij het kennisniveau;
Psychologische factoren onzekerheid of angst, gebrek aan vertrouwen;
Gebrek aan ondersteuning beperkte tijd van zorgverleners, gebrek aan hulpmiddelen;
Cognitieve belasting stress of vermoeidheid, overload aan informatie.
De student heeft kennis over veiligheidsmanagementsystemen (VMS) en weet hierin aan te geven wat de rol van de verpleegkundige is in het uitvoeren van het veiligheidsbeleid;
Veiligheidsmanagementsystemen (VMS) zijn systematische frameworks dieorganisaties gebruiken om veiligheid te beheren, risico's te minimaliseren en een veilige werkomgeving te waarborgen.
Verwisseling van en bij patiënten;
Veilige zorg voor zieke kinderen;
Kwetsbare ouderen;
Voorkomen van lijnsepsis en behandeling van ernstige sepsis;
Optimale zorg bij Acute Coronaire Syndromen (ACS);
High Risk Medicatie klaarmaken en toedienen van parenteralia;
Nierinsufficiëntie;
Medicatieverificatie bij opname en ontslag;
Vroege herkenning en behandeling van pijn;
Vroege herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt;
Voorkomen van wondinfecties na een operatie.
Rol verpleegkundige de verpleegkundige speelt een centrale rol. Als zorgverlener bevindt de verpleegkundige zich in een unieke positie om veiligheidsrisico’s te identificeren, incidenten te voorkomen, en een cultuur van veiligheid te bevorderen.
Bewaken van patiëntveiligheid toepassen van protocollen,
medicatieveiligheid, signaleren van risico’s;
Rapporteren en analyseren van incidenten incidentmeldingen,
meewerken aan onderzoek, leren van fouten;
Voorlichting en educatie patiëntvoorlichting, training van collega’s,bevorderen van naleving;
Signaleren en reduceren van risico’s risico-inventarisatie, preventieve acties, handelen bij noodsituaties;
Bevorderen van een veiligheidscultuur leiderschap tonen, teamwork, open communicatie;
Kennis van regelgeving en beleid implementeren van beleid, bijblijven met kennis;
Evalueren en verbeteren van veiligheid feedback geven, audits en evaluaties, innovatie.
De student kan benoemen wat het doel is van de SURPASS-checklist en wat het betekent voor de patiëntveiligheid;
-SURPASS-checklist (Surgical Patient Safety System) uitgebreide checklist die is ontwikkeld om de veiligheid van chirurgische patiënten te vergroten en complicaties en fouten tijdens het gehele chirurgische proces te verminderen.--
-Doelen verhogen van patiëntveiligheid, verbeteren van communicatie en teamwork, standaardiseren van processen, bevorderen van een veiligheidscultuur, verminderen van complicaties en sterfte.
-Betekenis voor de patiëntveiligheid:
Voorkomen van medische fouten juiste patiënt, juiste procedure en verificatie van risico’s;
Verbeterde communicatie tussen zorgverleners overdrachten verbeteren, multidisciplinair overleg;
Vermindering van complicaties preventie van postoperatieve problemen, controle van apparatuur en materialen;
Betere betrokkenheid van de patiënt patiëntvoorlichting, vertrouwen in de zorg;
Bevordering van een veiligheidscultuur leren van fouten, naleving van protocollen;
Vermindering van mortaliteit en morbiditeit postoperatieve complicaties, mortaliteit
De student heeft kennis van pre- en postoperatieve zorg;
-Pre-operatieve zorg omvat alle voorbereidingen en zorg die plaatsvinden voor de operatie.
Medische voorbereiding anamnese en onderzoek, diagnostiek, medicatiebeheer;
Voorlichting en educatie uitleg over de ingreep, nazorgplan, informed consent;
Lichamelijke voorbereiding nuchter zijn, hygiëne, operatiegebied voorbereiden;
Psychologische ondersteuning angstreductie, vragen beantwoorden;
Administratieve en logistieke voorbereiding controle van
patiëntgegevens, communicatie.
-Postoperatieve zorg alle zorg die wordt verleend nadat de operatie is uitgevoerd, met als doel een goed herstel van de patiënt te ondersteunen en complicaties te voorkomen.
Directe postoperatieve fase (recovery) bewaken van vitale functies, nabloeden voorkomen, pijnbestrijding, herstel van bewustzijn;
Nazorg op de afdeling wondverzorging, vocht- en voedingsbalans, mobilisatie;
Complicatiemanagement herkennen van tekenen van infectie, signaleren van andere complicaties, tijdige interventie;
Rehabilitatie en herstel bevorderen van zelfstandig functioneren, fysiotherapie, patiënteducatie;
Psychologische ondersteuning emotionele begeleiding, motiveren.
De student heeft kennis van het effect van een verstandelijke beperking op het hulpverlener-cliëntcontact;
Communicatie beperkingen in begrip en taalgebruik, non-verbale communicatie;
Vertrouwen en relatieopbouw angst of onzekerheid, afhankelijkheid;
Gedrag en emotie uitdagingen in emotionele regulatie, onvoorspelbaar gedrag;
Behoefte aan duidelijkheid en structuur moeite met veranderingen, concreet handelen;
Sociale context en omgeving invloed van familie en begeleiders, omgevingsinvloeden;
Rol van de hulpverlener empathie en aanpassing, actief luisteren, creativiteit en flexibiliteit.
De student kan indicaties benoemen voor perifere bloedafname.
Diagnostische doeleinden laboratoriumonderzoek, screening, diagnose van ziekten;----
Monitoring van behandeling therapeutische monitoring, evaluatie van ziekteprogressie, effectiviteit van behandeling, bijwerkingen opsporen;
Screening en preventieve zorg algemene gezondheidscontrole, prenatale screening, periodieke controles;
Spoedeisende situaties diagnose van acute aandoeningen, monitoring van vitale functies;
Specifieke medische omstandigheden genetische of moleculaire testen, pre transfusie testen, onderzoek naar stollingsstoornissen;
Onderzoek of klinische studies wetenschappelijk onderzoek, klinische proeven.
e student kan contra indicaties benoemen voor perifere bloedafname.
Absolute contra-indicaties infectie of huidafwijkingen op de punctieplaats, lymfeoedeem of risico daarop;
Relatieve contra-indicaties stollingsstoornissen, gebruik van anticoagulantia, vasculaire problemen, ernstig oedeem, patiënt gerelateerde factoren, recentelijke interventies aan de aangedane arm, trombose of recente veneuze tromboflebitis, verband met medische apparatuur