Mens tot Cel - Thema 1

3.0(1)
studied byStudied by 5 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/102

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 3:12 PM on 11/16/22
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

103 Terms

1
New cards
Segmentatie
alle compartimenten van een geheel uit dezelfde onderdelen bestaan en kunnen blijven doorleven wanneer ze van elkaar gescheiden
2
New cards
gesegmenteerd onderdeel in het menselijk lichaam
wervelkolom
3
New cards
Hoeveel cervicale wervels zijn er?
7
4
New cards
Hoeveel thoracale wervels zijn er?
12
5
New cards
Hoeveel lumbale wervels zijn er?
7
6
New cards
Hoeveel sacrale wervels zijn er
5 (gefuseerd)
7
New cards
Coccyx
staartbeen (4 gefuseerde wervels)
8
New cards
Hoeveel krommingen doorgaat de wervelkolom?
3
9
New cards
Lordose
voorwaartse kromming
10
New cards
Kyfose
achterwaartse kromming
11
New cards
Overmatige kromming naar voren of achtern
hyperlordose of -kyfose
12
New cards
Scoliose
laterale kromming
13
New cards
Thoracalisatie C7
Rib groeiing aan cervicale wervel
14
New cards
bewegingen in de romp
flexie, extensie, lateroflexie, rotatie
15
New cards
Echte ribben
eerste 7 wervels met kraakbeen verbonden aan sternum
16
New cards
valse ribben
3 ribben onder de echte ribben; samen aan hetzelfde stuk kraakbeen aan sternum vast
17
New cards
zwevende ribben
onderste 2 ribben; niet vast aan sternum
18
New cards
Wat is het grootste onderdeel van het wervellichaam?
Corpus vertebrae
19
New cards
Tussenwervelschijf
Laag kraakbeen tussen de wervellichamen
20
New cards
Verbinding van wervel met tussenwervelschijf
Door laag hyalien kraakbeen
21
New cards
Wervelboog
arcus vertebrae
22
New cards
arcus vertebrae
ligt dorsaal van het lichaam; bestaat uit twee pedikels en twee laminae
23
New cards
Foramen vertebrale
Gat tussen wervellichaam en wervelboog
24
New cards
Canalis vertebralis
wervelkanaal; gevormd door alle wervelgaten
25
New cards
Verbinding tussen de wervels
boogvoetjes
26
New cards
Welke structuren lopen door het wervelkanaal?
Ruggenmerg, bloedvaten en vet
27
New cards
processus spinosus
doornuitsteeksel achterop de wervel
28
New cards
processus transverus
twee dwarsuitsteeksels; hieraan hechten de dieper gelegen rugspieren
29
New cards
Gewrichtsvlak van de wervel
facetgewrichtjes; bepalen beweegelijkheid
30
New cards
Volgorde van embryonale ontwikkeling
Bevruchting-klievingsdelingen-innesteling-gastrulatie-neurulatie
31
New cards
Door deze zone moet de zaadcel heen om de eicel te bevruchten
zona pellucida
32
New cards
functie zona pellucida
tegenhouden 2e bevruchting; tegenhouden vroegtijdige innesteling
33
New cards
klievingsdelingen
de cel deelt zich wel maar neemt niet toe in volume
34
New cards
Zygote
naam voor eicel op moment dat zaadcel heeft bevrucht
35
New cards
morula
naam voor zygote na klievingsdelingen
36
New cards
de cellen in de morula differentiëren zich tot 2 type cellen
trophoblast en embryoblast
37
New cards
trophoblast
vormt de buitenkant van de celformatie
38
New cards
embryoblast
vormt de binnenkant vormt van de celformatie
39
New cards
holte tussen trophoblasten en embryoblasten
blastocoel
40
New cards
Blastocyt
Zo noemt men de morula na het ontstaan van de blastocoel
41
New cards
Wanneer springt de zona pellucida open?
Na het vormen van de blastocoel holte
42
New cards
Het embryoblast differentieert zich in de volgende celstructuren
epiblast en hypoblast
43
New cards
epiblast
ligt tegen trophoblast aan
44
New cards
hypoblast
ligt tegen de blastocoel aan
45
New cards
zo noemen we de epiblast en hypoblast samen
kiemschijf
46
New cards
Deze holte ontstaat binnen het epiblast
amnionholte
47
New cards
Dooierzakholte
naam voor de blastocoel nadat de hypoblastcellen om de trophoblast heen gaan liggen
48
New cards
Deze holte ontstaat tussen trophoblast en dooierzakholte
chorionholte/extra embryonaal coeloom
49
New cards
oropharyngeale membraan
deukje aan de craniale kant van het embryo
50
New cards
cloacale membraan
deukje aan de caudale kant van het embryo
51
New cards
primiteifknoop
deukje in het midden van het embryo
52
New cards
Functie van haren op de primitiefknoop
Deze haren draaien de vloeistof in de amnionholte, het vruchtwater, één bepaalde kant op. Ze draaien van links naar rechts. Dit wordt de nodal flow genoemd. Sensoren aan een kant van het embryo merken welke kant de vloeistof op beweegt. Met dit gegeven wordt bepaald welke kant van het embryo links en welke kant van het embryo rechts.
53
New cards
Wat ontstaat er craniaal en caudaal vanaf primitiefknoop?
Primitiefstreep
54
New cards
Ingressie
cellen van de epiblast vallen in de primiteifstreep
55
New cards
Nieuwe namen van cellagen na ingressie
ecto-, endo en mesoderm
56
New cards
Ecto-, endo-, mesoderm samen noemen we:....
de kiembladen
57
New cards
Neurulatie
transformatie van neurale plaat naar neurale buis
58
New cards
Hoe heet de kern tot waar de cellen in het midden van het mesoderm differentiëren?
Chorda
59
New cards
Locatie van de chorda
onder de primitiefstreep
60
New cards
Neurale plaat
ectoderm boven het chorda differentieert
61
New cards
De neurale plaat zakt in en vormt de...
neurale groeve
62
New cards
Neurale buis
gesloten neurale groeve
63
New cards
Hoe ontstaat de neurale buis?
Neurale lijstcellen verlaten hun plek zodat de neurale groeve aan elkaar kan groeien
64
New cards
Wat doen de neurale lijstcellen
Verspreiden zich over het embryo en worden verschillende weefsels zoals het perifere zenuwstelsel, myelineschede, melanocyten en bijniermerg
65
New cards
Wat vormen de neurale lijstcellen die aan de craniale kant van de neurale buis ontspringen
Hoofd en hals; dit proces heet inductie
66
New cards
Kieuwbogen
ontwikkelen later tot bot- spier- en bindweefsel in de hals en hoofd; bevat veel neurale lijstcellen
67
New cards
Tot welke structuren differentieert het midden van het mesoderm?
Axiaalmesoderm = chorda
68
New cards
Deze structuur bevindt zich links en rechts van het chorda
paraxiaal mesoderm; bolletjes die somieten worden genoemd
69
New cards
Somieten
Zorgen voor segmentatie van de mens
70
New cards
Intermediair mesoderm
Bevindt zich naast paraxiaal mesoderm; hieruit ontstaat het urogneitaal stelsel
71
New cards
pronefros
ontstaat als eerste, verdwijnt na ontstaan van mesonefros
72
New cards
mesonefros
wordt geslachtsorganen
73
New cards
metanefros
wordt de uiteindelijk nier
74
New cards
zijplaatmesoderm
zit volledig aan de buitenzijde van het emsoderm; splitst zich in tweeën
75
New cards
somatopleura
mesoderm tegen ectoder; vormt vlies rondom botten en spieren in rompwand
76
New cards
splanchonopleura
mesoderm tegen endoderm aan; wordt visceraal vlies rondom organen
77
New cards
Intraembryonale coeloomholte
Bevindt zicht tussen somatopleura en splanchonopleura
78
New cards
Ligging van de intraembryonale coeloomholte
Als een hoefijzer om het embryo heen
79
New cards
Wat gebeurt er met de intraembryonale coeloomholte als embryo gaat krommen?
Vouwt naar binnen in een soort vlinder
80
New cards
In welke holtes veranderdt de intraembryonale coeloomholte?
Pericardholte, pleuraholten en peritionaalholten
81
New cards
Pericardholte
In deze holte ontwikkelt zich het hart, wat zich heeft ontwikkeld in het meest craniale gedeelte van het embryo
82
New cards
pleuraholten
hierin ontwikkelen de 2 longen zich
83
New cards
peritoniaalholten
Worden holten voor de abdomen; rechter holte draait naar achter, linker holte draait naar voren en ontwikkelt tot holte met buikorganen
84
New cards
Septum transversum
middenrif; ontstaat boven pericardholte, komt onder hart te liggen na kromming
85
New cards
aorta abdomalis splitst in
aorta iliaca dextra en sinistra (en dan interna en externa)
86
New cards
was dit
was dit
cervicaal
87
New cards
was dit
was dit
thoracaal
88
New cards
was dA
was dA
lumbaal
89
New cards
twee grote lymfebanen
1. De ductus thoracicus à lymfe van alle lichaamskwadranten behalve de superior.
2. Ductus lymphaticus dexter à lymfe van de superior lichaamskwadrant.
90
New cards
ectoderm wordt
Huid en huidklieren
o Zenuwstelsel
o Calvaria
91
New cards
mesoderm wordt
Skelet en hartspier
o Bindweefsel
o Bloed
o Weivliezen
92
New cards
endoderm
Darmepitheel en darmklieren
o Luchtpijp en longepitheel
o Blaasepitheel
93
New cards
axiaal
Inductie neurale plaat en vorming van chorda (=notochord)
o Hergebruiken als tussenwervelschijven (demping wervelschokken)
94
New cards
paraxiaal
Aanvankelijk ongesegmenteerd
o Segmenteert tot somieten die zich splitsen in dermatomen (onderhuids bindweefsel),
myotomen (skeletspieren), sklerotomen (botten van het lichaam)
o Somieten zijn paarsgewijs aangelegd
o Segmentale opbouw van het lichaam met een vaste opbouw: occipitaal (4), cervicaal
(7), thorocaal (12), lumbaal (5), sacraal (5) en coccygeaal (+/- 3).
o Somieten ontstaan bij de neurale buis en daaruit ontstaat er een deel van het lichaam
wat wordt geïnnerveerd door een aangrenzende buis.
95
New cards
intermediar
Longitudinale strook tussen somiet en zijplaat
o Urogenitaal stelsel
o Ontwikkeling: pronefos (voornier, verdwijnt), mesonefros (oernier, maakt
vruchtwater, wordt definitieve gonaden), metanefros (definitieve nier)
96
New cards
zijplaat mesoderm
Laterale kant van het embryo, rompwand
o Ontwikkelt: somatisch mesoderm (bindweefsel lichaamswand, botten, extremiteiten)
en splanchnisch mesoderm (viscerale bekleding van ingewandena
97
New cards
astrocyten
bloed-hersenbarrieren
98
New cards
neemt astrocyt rol over in perifere zenuwstelsel
satellietcellen
99
New cards
microgliacellen
mononucleire fagocyten, niet uit ectoderm, opruimen dode cellen
100
New cards
hersenvlies zakken om CZS lagen buiten naar binnen
dura mater (verankerd met filum terminale, eindigt bij S2, maar ruggenmerg gaat maar tot L2)
arachnoide mater
hiertussen liqus cerebrospinalisst
pia mater