1/15
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Literaire canon: criteria
1 Oorspronkelijk in Nederlands geschreven
2 Volwassen lezerspubliek, behoort tot proza, poëzie of theater.
3 Minstens 25 jaar oud.
4 Auteur is overleden.
Mysteriespel
Geloofswaarheid = gedramatiseerd.
Mirakelspel
Wonder vormt dramatisch kern.
Moraliteit
Kort toneelstuk, concreet verhaal → morele les.
Abele spelen
Gedramatiseerde ridderromans, eerste niet-religieuze toneelstukken in Europa. Hoofse waarden worden op een aanschouwelijke manier geïllustreerd + gepropageerd -> adellijk publiek.
‘Abel’ - mooi, goed, ‘met kunde’ opgevoerd.
Intertekstualiteit
Literaire teksten bevateen echo’s van andere teksten.
Faust-motief
Persoon wordt verleid (dr duivel) iets slechts te doen in ruil voor macht/aanzien/welvaart.
Klute/sotternie
Grof komisch stuk, karikaturale overdrijving + seksuele toespeling, volgden op Abele spel.
Wagenspel
Gespeeld op een kar.
Simultaantoneel
Alle decors naast elkaar gebouwd, publiek verplaatst zich langs podium.
Standaardtaal
Geldt als norm (bv. journaal)
Tussentaal
Informele Nederlandse spreektaal, tus dialect + standaardtaal.
Accent
Horen uit welke streek iemand komt. Manier waarop mensen v/e bepaalde streek klanken uitspreken.
Jargon
Taal eigen aan beroep/sector.
Jongerentaal
Dr jongeren
Verandert voortdurend
Oude woorden → nieuwe betekenis
Geschreven = chattaal (+ afkortingen)
Ouderen kijken erop neer → neg invloed op taalbeheersing
MAAR versterkt fonetisch bewustzijn + jongeren weten welke taalvariëteit in welke situatie past.
Taaltechnologie
Tak v AI → interactie tus computers + menselijke taal.