Biologie H9 (2vwo)

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/134

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 8:59 PM on 11/30/22
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

135 Terms

1
New cards
aangeschoten
een beetje dronken; de hersenen worden verdoofd door alcohol, maar je denkt dat je juist meer kunt
2
New cards
actieve immuniteit
je lichaam gaat zelf aan het werk om antistoffen te maken, vindt plaats bij een eerste infectie met een ziekteverwekker of bij vaccinatie
3
New cards
afhankelijk
je kunt niet zonder een bepaalde stof uit een genotmiddel of drug
4
New cards
afkicken
het ontwennen van een drug
5
New cards
afweer
uitschakelen van ziekteverwekkers door witte bloedcellen
6
New cards
afweerremmers
medicijnen die het afweersysteem remmen, waardoor de kans op afstoting van een donororgaan kleiner wordt
7
New cards
alcohol
vloeistof in alcoholische dranken waardoor je hersenen verdoofd worden; het is een verslavende stof
8
New cards
alcoholvergiftiging
zoveel drinken dat de alcohol de hersenen volledig uitschakelt; je raakt in coma
9
New cards
alvleesklier
orgaan dat in de buik tegen de onderkant van de maag ligt; maakt de hormonen glucagon en insuline
10
New cards
aminozuren
bouwstenen van eiwitten
11
New cards
antigenen
stoffen aan de buitenkant van cellen of virussen; hieraan herkent je lichaam of cellen lichaamsvreemd zijn of lichaamseigen
12
New cards
antistoffen
stoffen die ziekteverwekkers bestrijden; elke ziekteverwekker heeft een eigen antistof
13
New cards
bacteriën
microscopisch kleine organismen die ziekten kunnen veroorzaken
14
New cards
besmetting
ziekteverwekkers zijn je lichaam binnengedrongen, een ander woord is infectie
15
New cards
bewustzijnsveranderende middelen
drugs die je hersenen anders laten werken, waardoor je de werkelijkheid anders beleeft
16
New cards
bilirubine
stof waarin hemoglobine wordt omgezet bij afbraak van rode bloedcellen in de lever. Bij resusziekte hebben baby's een gele kleur door deze stof in hun bloed
17
New cards
binge-drinken
veel alcohol (5 of meer glazen) drinken in korte tijd
18
New cards
blaas
hierin sla je urine tijdelijk op
19
New cards
bloeddonor
iemand die bloed geeft voor bloedtransfusies
20
New cards
bloedgroep
geeft aan welke antigenen er op het membraan van je rode bloedcellen zitten
21
New cards
bloedklontering
door de antistoffen in het bloedplasma 'plakken' de rode bloedcellen aan elkaar als je bloed krijgt van een verkeerde bloedgroep
22
New cards
bloedstolling
het dichtmaken van een wondje dankzij bloedplaatjes en stollingseiwitten
23
New cards
bloedtransfusie
het toedienen van bloed
24
New cards
bloedvaatje (in huid)
helpt bij de regeling van de temperatuur door de huid; door het wijder worden koel je af, door het nauwer worden houd je warmte vast
25
New cards
blowen
het roken van hasj of wiet, in (meestal) de vorm van een joint
26
New cards
cholesterol
een vetachtige stof die gemaakt wordt door de lever
27
New cards
chronische bronchitis
chronische ziekte van de ademhalingsorganen. De bronchiën zijn steeds ontstoken en het slijmvlies maakt extra slijm aan
28
New cards
chronische ziekte
ziekte die nooit meer overgaat
29
New cards
comazuipen
zoveel alcohol drinken dat je in coma raakt
30
New cards
COPD
chronische ziekten van de ademhalingsorganen. Hieronder vallen chronische bronchitis en longemfyseem
31
New cards
diabetes
ziekte waarbij mensen te weinig insuline maken of insuline steeds minder goed werkt; hierdoor wordt glucose niet goed door de cellen opgenomen en blijft er te veel glucose in het bloed. Een ander woord is suikerziekte
32
New cards
diabetes type 1
ziekte waarbij mensen te weinig insuline maken
33
New cards
diabetes type 2
ziekte waarbij insuline steeds minder goed werkt
34
New cards
diagnose
vaststellen welke ziekte je hebt
35
New cards
donor
iemand die een orgaan weggeeft
36
New cards
donorregister
lijst waarin wordt opgeslagen wie donor wil zijn en wie niet
37
New cards
dronken
de hersenen worden verdoofd door alcohol waardoor het horen, zien, denken, bewegen en reageren moeilijker gaat
38
New cards
drugs
stoffen die je hersenen beïnvloeden, bijvoorbeeld wiet, cocaïne en xtc
39
New cards
etter
bestaat uit dode witte bloedcellen, verteerde bacteriën en de resten van kapotte huidcellen, een ander woord is pus
40
New cards
fibrinedraden
kleverige draden die ontstaan tijdens de bloedstolling; ontstaan uit onder andere fibrinogeen
41
New cards
fibrinogeen
belangrijkste stollingseiwit in je bloed
42
New cards
filtratie
het uitpersen van bloedplasma uit de haarvaten door de bloeddruk
43
New cards
gal
gal verdeelt vet in kleine druppeltjes zodat enzymen het vet beter kunnen verteren; de lever maakt gal en de galblaas slaat het op
44
New cards
geestelijk afhankelijk
je denkt steeds aan het genotmiddel waaraan je verslaafd bent en hebt het gevoel niet zonder te kunnen
45
New cards
geheugencellen
witte bloedcellen die na een infectie blijven bestaan; bij een tweede infectie met dezelfde ziekteverwekker kunnen deze witte bloedcellen snel de juiste antistoffen maken
46
New cards
genotmiddelen
product dat je bij inname een lekker gevoel geeft, bijvoorbeeld alcohol en sigaretten (tabak)
47
New cards
gezondheidszorg
mensen en voorzieningen voor de gezondheid, zoals de huisarts, het ziekenhuis en de tandarts
48
New cards
gezwel
een ophoping van cellen die ontstaat doordat cellen niet stoppen met delen, een ander woord is tumor
49
New cards
glucagon
hormoon dat de omzetting van glycogeen in glucose regelt
50
New cards
glucose
soort koolhydraat; glucose is de belangrijkste energierijke voedingsstof voor de verbranding
51
New cards
glycogeen
een lange 'ketting' van glucosedeeltjes; wordt gevormd door de lever, bij de opslag van glucose
52
New cards
griep
ziekte veroorzaakt door het griepvirus, je hebt pijn in je spieren, hoofdpijn, koorts en soms ben je daarbij verkouden
53
New cards
hoornlaag
bovenste laag van de opperhuid die steeds afslijt
54
New cards
hormonen
stoffen in je bloed die allerlei processen in je lichaam regelen zoals de hoeveelheid glucose in je bloed
55
New cards
huidkanker
kiemcellen in de huid gaan zich extra snel delen en vormen zo een kwaadaardig gezwel
56
New cards
hypothalamus
stukje hersenen onder de grote hersenen dat de temperatuur, bloeddruk, honger en dorst regelt
57
New cards
ijzer
stof die onderdeel is van hemoglobine in je rode bloedcellen
58
New cards
immuun
je wordt niet (meer) ziek van een ziekteverwekker doordat witte bloedcellen snel de juiste afweerstoffen ertegen maken
59
New cards
incubatietijd
tijd tussen besmetting en de eerste ziekteverschijnselen
60
New cards
inenting
ander woord voor vaccinatie; je krijgt een vaccin met verzwakte ziekteverwekkers toegediend
61
New cards
infectie
ziekteverwekkers zijn je lichaam binnengedrongen, een ander woord is besmetting
62
New cards
infectieziekten
ziekten die door infectie met ziekteverwekkers ontstaan
63
New cards
insuline
hormoon dat na een maaltijd de opslag van glucose in de spieren en de lever regelt
64
New cards
kiemlaag
tweede laag van huid; hier ontstaan steeds nieuwe huidcellen
65
New cards
kippenvel
haartjes die rechtop gaan staan als je het koud hebt. Bij dieren werkt dit isolerend, bij mensen niet meer
66
New cards
koolstofmonoxide
giftige stof in tabaksrook; hecht zich aan hemoglobine
67
New cards
lederhuid
laag van de huid onder de opperhuid
68
New cards
leefstijl
al je gewoonten van eten, drinken, roken, slapen, (school)werk, bewegen en ontspannen
69
New cards
lever
uitscheidingsorgaan dat giftige stoffen zoals medicijnen en alcohol omzet in minder schadelijke stoffen, en oude rode bloedcellen afbreekt en er gal van maakt
70
New cards
leverader
hierdoor stroomt zuurstofarm bloed van de lever naar de onderste holle ader
71
New cards
leverslagader
hierdoor stroomt zuurstofrijk bloed van de aorta naar de lever
72
New cards
lichaamseigen
antigenen op je eigen cellen
73
New cards
lichaamsvreemd
antigenen op een ziekteverwekker
74
New cards
lichamelijk afhankelijk
het lichaam heeft het genotmiddel nodig om te functioneren
75
New cards
longemfyseem
chronische ziekte van de ademhalingsorganen. De longblaasjes knappen, waardoor je minder zuurstof op kan nemen in het bloed
76
New cards
longkanker
gezwel of tumor in de longen; de kans erop wordt groter door roken
77
New cards
micro-organismen
organismen die zo klein zijn dat je ze niet met het blote oog kunt zien
78
New cards
nefron/nefronen
zorgt voor de zuivering van je bloed
79
New cards
nicotine
verslavende stof in tabak, veroorzaakt hoge bloeddruk en versnelt de hartslag
80
New cards
nier
uitscheidingsorgaan dat giftige stoffen, overbodige stoffen en overtollige stoffen zoals zouten en water uit het bloed haalt
81
New cards
nierkanaaltje
onderdeel van een nefron; hier vindt resorptie van nuttige stoffen uit de voorurine plaats
82
New cards
onderhuids bindweefsel
onderste laag van de huid waarin de bloedvaatjes en zenuwen lopen en waarin vet is opgeslagen
83
New cards
ontwenningsverschijnselen
klachten die je krijgt na het stoppen met alcohol of een andere drug
84
New cards
opperhuid
buitenste laag van de huid
85
New cards
orgaanafstoting
het vernietigen van een donororgaan door de witte bloedcellen van de patiënt
86
New cards
orgaantransplantatie
een ziek orgaan vervangen door een donororgaan
87
New cards
passieve immuniteit
je krijgt antistoffen tegen een ziekteverwekker ingespoten
88
New cards
pigment
korreltjes bruine kleurstof in de huid; beschermen tegen zonlicht
89
New cards
poortader
vervoert stoffen vanuit de darmen en de maag naar de lever
90
New cards
prognose
voorspellen hoe de ziekte en het herstel zal verlopen
91
New cards
propvorming
bloedplaatjes klonteren samen als een bloedvat kapot is
92
New cards
pus
ontstaat uit dode witte bloedcellen, verteerde bacteriën en de resten van kapotte huidcellen, een ander woord is etter
93
New cards
resorptie
het terug opnemen van stoffen in je bloed
94
New cards
resusantigeen
een bepaald antigeen op de rode bloedcellen
95
New cards
resusfactor
geeft aan of je het resusantigeen wel of niet op je rode bloedcellen hebt
96
New cards
resusnegatief
dit ben je als je rode bloedcellen geen resusantigeen hebben
97
New cards
resuspositief
dit ben je als je rode bloedcellen wel het resusantigeen hebben
98
New cards
resusziekte
aandoening van ongeboren en pasgeboren baby's die optreedt als een resusnegatieve moeder antistoffen maakt tegen het bloed van haar resuspositieve baby
99
New cards
rillen
spiertjes in je huid trekken samen waardoor je warmer wordt
100
New cards
schimmels
micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld zwemmerseczeem

Explore top flashcards

Los retrato vocab
Updated 1170d ago
flashcards Flashcards (23)
Kapitel 4
Updated 1115d ago
flashcards Flashcards (69)
Unit 1 Chem
Updated 383d ago
flashcards Flashcards (69)
Bio 2 e-ipsi
Updated 58d ago
flashcards Flashcards (22)
TECTONICS
Updated 638d ago
flashcards Flashcards (40)
Los retrato vocab
Updated 1170d ago
flashcards Flashcards (23)
Kapitel 4
Updated 1115d ago
flashcards Flashcards (69)
Unit 1 Chem
Updated 383d ago
flashcards Flashcards (69)
Bio 2 e-ipsi
Updated 58d ago
flashcards Flashcards (22)
TECTONICS
Updated 638d ago
flashcards Flashcards (40)