hoofdstuk 4. stress, biopsychosociale factoren en ziekte

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/41

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:53 AM on 4/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

42 Terms

1
New cards

sociale steun

het ervaren comfort, zorg, waardering of hulp van andere personen of groepen

  • zorgt voor gevoel van geliefd zijn, waardering, deel uitmaken van een sociaal netwerk

2
New cards

emotionele of waarderingssteun

vorm van sociale steun. empathie, zorg, bezorgdheid, waardering, aanmoediging.

geeft een gevoel van thuishoren of geliefd zijn

3
New cards

tastbare of instrumentele steun

vorm van sociale steun. directe hulp (bv geld lenen, baan regelen)

4
New cards

informationele steun

vorm van sociale steun. advies, aanwijzingen, suggesties of feedback geven over hoe de persoon het doet

5
New cards

kameraadschappelijke steun (netwerksteun)

vorm van sociale steun. tijd doorbrengen met de persoon, geeft gevoel van groepslidmaatschap en gevoel van bij een groep horen met mensen die jouw interesses en denkbeelden delen

6
New cards

social support uestionnaire

vrangelijst met 27 items om de mate van sociale steun te meten. bij elk item de mensen aangeven op wie ze kunnen rekenen en de mate van tevredenheid met die hulp

7
New cards

cardiovasculaire reactiviteit

toename in bloeddruk en/of hartslag

manier om spanning te meten

8
New cards

de bufferhypothese

sociale steun beïnvloedt de gezondheid door de persoon te beschermen tegen de negatieve effecten van stress.

  • werkt alleen of vooral als de persoon onder zeer hoge stress staat.

  • werkt doordat:

    • mensen met veel steun een stressor minder bereigend inschatten

    • de sociale steun de reactie van mensen op een stressor bepaalt nadat ze de situatie hebben beoordeeld, na een primaire beoordeling

9
New cards

de direct effect hypothese

sociale steun heeft een direct positief effect op de gezondheid, onafhankelijk van wel of niet meemaken van stress

  • directe effect werkt doordat mensen met veel steun een sterker bewustzijn kunnen hebben van erbij horen en eigenwaarde

  • moedigt mensen aan om gezond te leven omdat anderen om hen geven

10
New cards

stress preventie model

sociale steun is behulpzaam omdat het met name advies en hulpbronnen kan bieden om stress te minimaliseren of te voorkomen

11
New cards

daadwerkelijke sociale steun

wat wordt er objectief gezien aan sociale steun gegeven aan individu

12
New cards

waargenomen of subjectieve sociale steun

wat ervaart het individu aan sociale steun

13
New cards

beschikbare sociale steun

wat is er in potentie beschikbaar aan sociale steun

mensen met een groot sociaal netwerk hebben veel beschikbare sociale steun

14
New cards

persoonlijke controle

het gevoel dat men zelf beslissingen kan nemen en effectieve actie kan ondernemen om gewenste uitkomsten te produceren en ongewenste uitkomsten te voorkomen

15
New cards

gedragscontrole

concrete acties ondernemen om de impact van een stressor te verminderen

16
New cards

cognitieve controle

denkprocessen of strategieën gebruiken om de impact van een stressor te bepalen. vooral effectief bij het verminderen van stress

17
New cards

i-e-schaal

gebruikt voor het meten van de graad van internaliteit of externaliteit van iemands geloof over persoonlijke controle

18
New cards

self-efficacy

eigen effecitviteit, gevoel, geloof of vertrouwen in je eigen kunnen

  • wordt bepaald door eerdere ervaringen die mensen hebben gehad met dezelfde vergelijkbare situaties

19
New cards

aangeleerde hulpeloosheid

wanneer mensen persoonlijke controle missen voelen ze zich hopeloos en gevangen en vinden ze het moeilijk om moeilijke situaties te vermijden

20
New cards

attributie

mensen maken beoordelingen (toekennen van bepaalde oorzaken of eigenschappen aan situaties of aan gedrag van personen) over 3 dimensies van de situatie

21
New cards

intern-extern

3 dimensies van de situatie. komt het door persoonlijke of door externe oorzaken buiten je macht om

22
New cards

stabiel-instabiel

3 dimensies van de situatie. een langdurige oorzaak of tijdelijk

23
New cards

globaal-specifiek

wijdverbreide effecten of alleen op klein gebied

24
New cards

multidimensional health locus of control scales

meten van interne locus of control. 3 schalen:

  • interne gezondheidslocus of control

  • machtige anderen gezondheidslocus of control

  • toeval locus of control

25
New cards

gehardheid (hardiness)

een beschermende factor die sommige mensen bevatten zodat ze niet ziek worden van stress

26
New cards

stamina

weerstands- en uithoudingsvermogen

27
New cards

typ-a gedrag

bestaat uit 4 karakteristieken

  • competitief prestatiepatroon

  • tijdsnood

  • boosheid/ vijandigheid

  • hard stemgeluid

meten door: gestructureerd interview

28
New cards

cook-medly hostility scale

meten van boosheid en vijandigheid binnen type-a gedrag

50 waar of fout vragen

meet boosheid, synisme, achterdocht en andere negatieve eigenschappen

29
New cards

diathese-stressmodel

de visie van de ontvankelijkheid voor fysieke of psychologische ziekte afhangt van de wisselwerking tussen de aanleg voor de ziekte (diathese) en de hoeveelheid stress die men ervaart

30
New cards

cardiovasculaire reactiviteit

iedere fysische verandering die optreedt in het hart, de bloedvaten en bloed als reactie op een stressor

31
New cards

psychoneuro-immunologie

de relatie tussen de psychosociale processen en de activiteit van het zenuwstelsel, het endocriene- en het immuunsysteem

32
New cards

feedback loop

zenuwstelsel en endocriene systeem versturen chemische boodschappen in de vorm van neurotransmitters en hormonen die de immuun functie verhogen of verlagen

33
New cards

zweren en inflammatoire darmziekte

veroorzaken wonden in het spijsverteringskanaal die pijn en bloedingen veroorzaken

(ziekte van crohn en ulceratieve coltitis)

34
New cards

prikkelbare darmsyndroom

buikpijn, diarree en constipatie.

35
New cards

astma

ademhalingsziekte waarin ontsteking, spasmen en slijm de bronchiën verstoppen die leiden tot ademhalingsmoeilijkheden met piepen en hoesten

36
New cards

migraine

uitzetting van bloedvaten rond de hersenen

37
New cards

reumatoïde artitis

een chronische, zeer pijnlijke aandoening die ontsteking en stijfheid van de kleine gewrichten veroorzaakt

38
New cards

dysmennoroe

pijnlijke menstruatie met misselijkheid, hoofdpijn en duizeligheid

39
New cards

huidafwijkingen

bv netelroos, eczeem en psoriasis. droge huid, scheurtjes en schilfers, vaak door allergieën

40
New cards

hypertensie

hoge bloeddruk gedurende een aantal weken

41
New cards

secundaire oorzaak

door kwalen aan andere lichaamssystemen of organen

  • op te lossen door medische procedures

42
New cards

primaire of essentiële oorzaak

de oorzaak is niet duidelijk.

Explore top flashcards

flashcards
Week 1
20
Updated 716d ago
0.0(0)
flashcards
Introduction to Biology
33
Updated 446d ago
0.0(0)
flashcards
Classical Roots Lessons 7-8
42
Updated 1146d ago
0.0(0)
flashcards
Civil Rights and Liberties
38
Updated 1075d ago
0.0(0)
flashcards
units 1-7 vocab
361
Updated 1081d ago
0.0(0)
flashcards
Survey of Humanities- Boroque
40
Updated 925d ago
0.0(0)
flashcards
Week 1
20
Updated 716d ago
0.0(0)
flashcards
Introduction to Biology
33
Updated 446d ago
0.0(0)
flashcards
Classical Roots Lessons 7-8
42
Updated 1146d ago
0.0(0)
flashcards
Civil Rights and Liberties
38
Updated 1075d ago
0.0(0)
flashcards
units 1-7 vocab
361
Updated 1081d ago
0.0(0)
flashcards
Survey of Humanities- Boroque
40
Updated 925d ago
0.0(0)