1/519
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Functieleer
Een basisvak in de psychologie dat zich bezighoudt met de studie van psychologische functies zoals waarnemen, aandacht, leren, onthouden, taal, redeneren en beslissen.
Herleren
Een studiemethode waarbij de stof meerdere keren wordt doorgenomen.
Psychologie
Een wetenschap die gedrag bestudeert om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen.
Hermann von Helmholz
Een wetenschapper die belangrijke inzichten leverde op het gebied van zien en horen.
Fransiscus Donders
Een oogarts die de tijd van mentale processen mat om de structuur van de geest te begrijpen.
Evolutietheorie
Levende wezens zijn het resultaat van een aanpassingsproces aan veranderende omstandigheden, zoals genetische variatie, natuurlijke selectie, 'struggle for life' en 'survival of the fittest'.
Wilhelm Wundt
Opende het 1e laboratorium voor experimentele psychologie aan de universiteit van Leipzig, Duitsland en staat zo aan de basis van wetenschappelijke psychologie.
Structuralisme
Onderzoek in de psychologie moet zich richten op de "onmiddellijke ervaring", zoals sensaties, mentale beelden/herinneringen en gevoelens.
Functionalisme
Psychologie dient om onderwijs te optimaliseren, gevaarlijke afwijkingen op te sporen en te behandelen, en de industriële productie te bevorderen.
Behavioristen
Stellen voor om enkel observeerbaar gedrag te bestuderen, waarbij gedrag het gevolg is van eenvoudige Stimulus-Respons koppelingen.
Psychoanalyse
Bewustzijn en gedrag zijn slechts oppervlakkige fenomenen, terwijl onbewuste krachten (seks en agressie) de oorsprong zijn van ons gedrag en verantwoordelijk zijn voor persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen.
Gestalt psychologie
Het geheel is meer dan de som der delen, waarbij perceptie meer is dan sensatie en complex gedrag meer is dan de som der componenten.
Cognitieve psychologie
Menselijk gedrag begrijpen en voorspellen met informatie-verwerkende cognitieve processen die zich in de hersenen afspelen.
Sociale factoren
Mens is sociaal wezen dat deel uitmaakt van allerhande sociale netwerken.
Culturele verschillen
Ontstaan omdat mensen zich vooral binnen één bepaalde sociale groep bevinden.
Geert Hofstede
Onderscheidde 5 (later 6) dimensies waarop (bedrijfs)culturen van elkaar verschillen.
WEIRD people
Merendeel van psychologisch onderzoek is gebaseerd op blanke personen uit de westerse wereld.
Nature-nurture debat
Onderzoek naar het relatieve belang van biologische en sociaal-culturele factoren voor het verklaren van gedrag.
Man-vrouw verschillen
Overschatting van biologische factoren en onderschatting van sociaal-culturele invloeden.
Biopsychosociale model
Biologische, psychologische en sociale factoren spelen een rol bij elke menselijke activiteit.
Interactie tussen factoren
Sommige genen worden slechts actief binnen een bepaald sociaal milieu.
Caspi et al
Onderzoek naar de relatie tussen kindermishandeling en agressief gedrag bij kinderen met een defect MAOA gen.
Beschrijvend onderzoek (descriptief onderzoek)
Correcte informatie verzamelen over een onderwerp.
Correlatie onderzoek
Beschrijven van verbanden tussen gegevens van een onderzoek.
Experimenteel onderzoek
Onderzoekers manipuleren één of meerdere variabelen en kijken of dit effect heeft op een andere variabele.
Naturalistische observatie
Gedrag systematisch observeren in natuurlijke context.
Vragenlijst
Reeks vragen die de ondervraagde in eigen tempo beantwoordt.
Gestandaardiseerde psychologische test
Test die speciaal is ontworpen om bepaalde menselijke vaardigheden en eigenschappen te meten.
Archiefdata
Onderzoeker verzamelt data niet zelf maar data zijn al in een of ander bestand aanwezig.
Gevalsstudie
Intensief, gedetailleerd onderzoek over één persoon of gebeurtenis.
Kwalitatief onderzoek
Geen getalsmatige/tabellen samenvatting, maar een volledig beeld krijgen van de onderwerpen en onderlinge relaties.
Correlatiecoëfficiënt
Getal tussen -1 en +1 welke richting en mate van het lineaire verband tussen twee variabelen aangeeft.
Probleem met correlatieonderzoek
Oorzaak-gevolg niet te onderscheiden.
Experimenteel onderzoek
Een onderzoeksmethode waarbij de onderzoeker één aspect van de situatie varieert terwijl de rest constant blijft, om het effect van deze variatie op het gedrag te meten.
Causaal verband
Een relatie waarbij een verandering in één variabele leidt tot een verandering in een andere variabele.
Hypothese
Een voorspelling op basis van een theorie die in een experiment getoetst wordt.
Onafhankelijke variabele
Het aspect dat de onderzoeker varieert in een experiment.
Afhankelijke variabele
Het aspect dat gemeten wordt in een experiment.
Controle variabelen
Aspecten van het experiment die gelijk zijn voor de experimentele en controle condities.
Persoonsvariabelen
De manier waarop groepen worden samengesteld, zoals leeftijd en geslacht.
Interne validiteit
De mate waarin het verschil in het experiment daadwerkelijk veroorzaakt wordt door het verschil in onafhankelijke variabelen.
Externe validiteit
De mate waarin de resultaten van het experiment gegeneraliseerd kunnen worden naar de 'gewone' wereld en andere personen.
Gewaarwording
Het vertalen van stimulatie naar neurale signalen.
Waarneming
Het interpreteren en begrijpen van de gewaarwording.
Zintuigen
De vijf traditionele zintuigen zijn zicht, gehoor, reuk, smaak en tast.
Licht
Een vorm van elektromagnetische straling die zich voortbeweegt in golven.
Golflengte
De afstand tussen twee golven van licht, gemeten in nanometer (nm).
Lichtintensiteit
Het aantal fotonen (energiepakketjes) dat per tijdseenheid een oppervlakte bereikt.
Oog
Het orgaan dat verantwoordelijk is voor het gezichtsvermogen, bestaande uit verschillende onderdelen zoals het hoornvlies, de pupil, de lens en het netvlies.
Retina
Het netvlies, dat lichtgevoelige receptoren bevat zoals kegeltjes en staafjes.
Blinde vlek
Het gebied op het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat en geen lichtgevoelige receptoren aanwezig zijn.
Evolutie
Het proces van verandering in de genetische samenstelling van populaties over opeenvolgende generaties.
Ganglioncellen
Neuronen in het netvlies die de visuele informatie verwerken en doorgeven aan de hersenen.
Contrastovergangen
Transitions between light and dark or dark and light areas that are crucial for object recognition.
Animation receptive field
A part of the retina that is specialized in detecting contrast changes.
CenterON/surroundOFF
A structure in ganglion cells that informs the brain about the brightness of the center.
Hermann grid illusion
An optical illusion where gray spots appear at the intersections of white lines due to the centerON/surroundOFF structure.
Mach-bands
Optical illusions where the perceived brightness is greater at the border between a light and a darker area.
Ganlion cells
Cells in the retina that have a centerON/surroundOFF structure and are important for detecting contrast and contours.
Primaire visuele cortex (V1)
The primary visual cortex, also known as V1 or striate cortex, where cells encode elementary visual features.
Ventrale route
The pathway from V1 to the inferotemporal cortex, involved in object recognition ("WHAT" pathway).
Dorsale route
The pathway from V1 to the parietal cortex, involved in spatial awareness and action planning ("WHERE" or "ACTION" pathway).
Saccades
Rapid eye movements used for scanning the environment and reading.
Nystagmus
Tremor-like eye movements that prevent cones from becoming fatigued.
Visueel geheugen
Visual memory, which is limited before and after a saccade.
Change blindness
The difficulty in detecting changes between two images when they are masked or during eye blinks.
Myopia
Nearsightedness, where the lens is too curved or the eye is too long.
Hypermetropie
Farsightedness, where the lens is too flat or the eye is too short.
Presbyopie
Age-related farsightedness caused by the hardening of the lens.
Astigmatisme
A condition where the cornea is not perfectly spherical.
Staar
Cataracts, a clouding of the lens.
Macula degeneratie
Degeneratie van de macula, leidt tot zwarte vlekken in het zicht en vervorming van het beeld
Glaucoom
perifere visie gaat langzaam achteruit door opbouwende druk in het oog.
Trichromatische theorie
The theory that all colors can be created by mixing three primary colors (red, green, and blue) in different intensities.
Additieve kleurmenging
The mixing of colors of light, where more wavelengths reach the retina as more colors are combined.
Subtractieve kleurmenging
The mixing of colors in paint or pigments, where fewer wavelengths reach the retina as more colors are absorbed.
Opponente-processen theorie
The theory that states that signals from the three types of cones in the eye are encoded in three channels with opponent processes (red-green process, yellow-blue process, white-black process).
Kleurnabeelden
The phenomenon where the perception of color is affected by the exhaustion of a part of the visual process.
Green dot illusion
An illusion where instead of seeing stationary pink circles with occasional disappearances, one perceives an illusory green circle (afterimage) that appears to move in a circular motion.
Kleuren deficiëntie (kleurenblind)
A condition where one or more aspects of color perception are deficient.
Ishihara test
A test consisting of 16 dot patterns used to detect color blindness.
Audiogram
A graph that shows the range of frequencies that a person can hear, with the human ear being most sensitive to sounds between 1000 Hz and 4000 Hz.
Decibelschaal
A logarithmic scale used to measure the relative strength of a sound compared to the absolute threshold for sound intensity.
Buitenoor
The outer part of the ear, consisting of the pinna, ear canal, and eardrum.
Middenoor
The middle part of the ear, consisting of the hammer, anvil, and stirrup.
Binnenoor
The inner part of the ear, consisting of the cochlea and the oval window.
Tonsterkte
The perceived loudness of a sound, which is influenced by the amplitude of the sound wave.
Toonhoogte
The perceived pitch of a sound, which is determined by the frequency of the sound wave.
Timbre
The quality of a sound that distinguishes it from other sounds with the same pitch and loudness, often influenced by the presence of overtones.
Primaire auditieve cortex
The primary auditory cortex, located in the brain, responsible for processing auditory information.
Interaural Level Difference (ILD)
A cue for sound localization in the horizontal plane, based on the difference in sound level between the two ears.
Interaural Time Difference (ITD)
A cue for sound localization in the horizontal plane, based on the difference in arrival time of a sound at the two ears.
Binaurale cues
Cues used by the auditory system to localize sound sources based on differences in time and intensity between the ears.
ILD (Interaural Level Difference)
The difference in intensity or loudness of a sound between the ears, used as a cue for sound localization.
Cone of confusion
A region in auditory space where sounds from different locations produce the same ITD and ILD cues, leading to ambiguity in sound localization.
Oorschelp (Pinna)
The external part of the ear that plays a role in vertical sound localization and provides visual cues about sound location.
Cochlear implant
A device that converts sound waves into electrical signals and bypasses damaged hair cells in the inner ear to stimulate the auditory nerve, allowing for speech perception.
Tinnitus
The perception of ringing or buzzing sounds in the ears, often caused by damage to the hair cells in the inner ear.
Sensorineural hearing loss
Hearing loss caused by damage to the inner ear or auditory nerve, often resulting in the loss of high-frequency sounds.