Nederlands - woordenschat (examen)

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/135

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Dutch

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

136 Terms

1
New cards

gaat in de clinch

ruzie maken

2
New cards

steken er met kop en schouders bovenuit

veel beter dan anderen

3
New cards

hot topic

een belangrijk item

4
New cards

intuïtief

gevoelsmatig

5
New cards

compromissen

een tussenoplossing

6
New cards

gedraald

vertragen, uitstellen

7
New cards

Een debat

is een discussievorm waarbij de deelnemers elkaar van hun mening proberen te overtuigen met argumenten.

8
New cards

De moderator

leidt het gesprek in goede banen, o.a. door het debat in te leiden, af te ronden en door te bepalen wie wanneer het woord krijgt.

9
New cards

doortrapter

listig

10
New cards

het op zijn heupen krijgen

het lastig krijgen

11
New cards

de benen nemen

vertrekken

12
New cards

met stomheid geslagen

sprakeloos, overstuur

13
New cards

prompt

op slag, onmiddelijk

14
New cards

schoorvoetend

aarzelend

15
New cards

wees avances

toenadering zoeken om een relatie te starten

16
New cards

weer van de hand

negeren, afwijzen

17
New cards

pruilend

mokken, bokken, mopperend, jammerend

18
New cards

opzienbarende

spectaculaire, verbluffende, sensationele

19
New cards

grauw

kleurloos, vuil

20
New cards

interpreteren

uitleg geven aan iets

21
New cards

commissie

een groep met een bepaalde taak

22
New cards

doordacht

goed over nagedacht

23
New cards

organisch

levendig

24
New cards

Een vlog

is een persoonlijk videodagboek dat online gepubliceerd wordt.

25
New cards

Een blog

is de geschreven versie van een vlog.

26
New cards

Modaliteit

houding die je aanneemt als spreker of schrijver ten opzichyr van wat je zegt.

27
New cards

kinderkopjes

kasseien

28
New cards

contouren

ronden van iets

29
New cards

in het holst van de nacht

in het midden/ het donkerste van de nacht

30
New cards

intentie

bedoeling

31
New cards

flagrante

overduidelijk, onbetwistbaar

32
New cards

overleveren

doorgeven

33
New cards

inspireren

ideeën geven

34
New cards

innovatief

vernieuwend

35
New cards

incasseren

ondergaan

36
New cards

identificeren

herkennen

37
New cards

attribuut

voorwerp

38
New cards

abrupt

plots

39
New cards

relevant

belangrijk

40
New cards

transitie

verandering

41
New cards

converseren

spreken

42
New cards

alternatief

ander

43
New cards

richten op

focussen op

44
New cards

fractie

stukje

45
New cards

inperken

beperken

46
New cards

typerend

specifiek

47
New cards

geleidelijk

in gang zetten / oproepen

48
New cards

teweegbrengen

langzaam aan / stap voor stap

49
New cards

connotatie

gevoelswaarde

50
New cards

Framing

is het bewust gebruikeb van woorden die positieve of negatieve associaties oproepen.

51
New cards

effectief

(daad)werkelijk

52
New cards

geliquideerd

uitschakelen, vernietigen

53
New cards

componenten

onderdelen, elementen

54
New cards

cv

curriculum vitae

55
New cards

Een standpunt

is een gefundeerde mening over een onderwerp.

56
New cards

Een argument

ondersteunt het standpunt on iemand te overtuigen.

57
New cards

Opiniërende tekst

in opiniërende tekst geef je je mening.

58
New cards

beletselteken

59
New cards

fervent

vurig

60
New cards

betoog

pleidooi

61
New cards

Een puntkomma

is een leesteken dat qua betekenis tussen een punt en een komma ligt.

62
New cards

vlijt zich

neerzitten

63
New cards

tred

wandelpas

64
New cards

schertsend

grappend, spottend

65
New cards

directe reden

woorden die iets letterlijk weergeven

66
New cards

indirecte reden

woorden van iemand anders omvormen

67
New cards

de associatie

de verbinding

68
New cards

de interpretatie

de verklaring

69
New cards

de nuance

de verfijning

70
New cards

de variatie

de afwisseling

71
New cards

situeren

oriënteren

72
New cards

motiveren

beargumenteren

73
New cards

concluderen

besluiten

74
New cards

expliciet

nadrukkelijk

75
New cards

kampen

worstelen

76
New cards

ombuigen tot

omzetten in

77
New cards

contrasteren

afwijken

78
New cards

vereisen

vragen

79
New cards

pleiten

verdedigen

80
New cards

zich toespitsen op

zich concentreren op

81
New cards

effectief

succesvol

82
New cards

acceptabel

aanvaardbaar

83
New cards

Het motorisch moment

in een verhaal is het ogenblik waarop de situatie van een personage plots verandert en allerlei andere gebeurtenissen op gang komen.

84
New cards

aftandse

versleten, oud, in slechte staat

85
New cards

hem biologeert

boeit hem sterk, houdt zijn aandacht volledig vast

86
New cards

primus

de beste leerling of student van de klas of groep

87
New cards

relance

herneming, herstel of heropleving (vaak economisch of commercieel)

88
New cards

op prospectie

op verkenning

89
New cards

restrictie

beperking, beperking van mogelijkheden of vrijheid

90
New cards

passage

doorgang of een gedeelte uit een tekst, boek of toespraak

91
New cards

uitgeklaard

opgelost of verduidelijkt

92
New cards

gesjacher

oneerlijk of onbetrouwbaar handelen in een handel of onderhandelingen

93
New cards

was opgejaagd wild

iemand voelde zich opgejaagd, bedreigd of voortdurend onder de druk gezet

94
New cards

naar de pijpen danst

doen wat iemand anders wil, zonder tegenstand; zich volledig schikken naar iemand wil

95
New cards

genomineerd

voorgedragen als kandidaat voor een prijs of functie

96
New cards

revanche

wraak of herkansing om verlies goed te maken

97
New cards

potentiële

mogelijke, in aanleg aanwezige

98
New cards

opwelling

plotselinge ingeving of emotionele impuls

99
New cards

daagde

uitdagen of laten verschijnen

100
New cards

merchandising

verkoop en promotie van producten met herkenbaar merk of logo