1/19
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
l'absence (f)
de afwezigheid
l'excuse (f)
het excuus
le prétexte
de smoes
tomber malade
ziek worden
attraper la grippe
de griep krijgen
tousser
hoesten
éternuer
niezen
le cabinet du médecin
de dokterspraktijk
l'examen (m)
het onderzoek
médical
medisch
la chute
de val
se cogner
zich stoten
la blessure
de verwonding
le sang
het bloed
également
eveneens
si
of (voorwaarde)
se faire mal
zich pijn doen
cordialement
vriendelijke groet
être en forme
in vorm zijn
excuser quelqu'un
iemand verontschuldigen