Noem de drie fasen van een stof en hun toestandsaanduidingen.

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/10

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Vast (s) / Solid (s), Vloeibaar (l) / Liquid (l), Gasvormig (g) / Gas (g).

Last updated 8:14 PM on 10/2/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

11 Terms

1
New cards

In welke fase is een stof bij een temperatuur LAGER dan het smeltpunt?

Vast (s) / Solid (s).

2
New cards

Hoe heet de faseverandering van vloeibaar naar gas?

Verdampen / Evaporation.

3
New cards

Hoe heet de faseverandering van gas naar vast? (Denk aan rijp)

Rijpen / Deposition.

4
New cards

Hoe heet de faseverandering van vast direct naar gas? (Denk aan een mothball)

Sublimeren / Sublimation.

5
New cards

Reken om: 25°C = ... K?

25 + 273 = 298 K.

6
New cards

100 K = ... °C?

100 - 273 = -173 °C.

7
New cards

Wat is het verschil tussen een zuivere stof en een mengsel?

Een zuivere stof is 1 stof, een mengsel is 2 of meer stoffen. / A pure substance is 1 substance, a mixture is 2 or more substances.

8
New cards

Heeft een zuivere stof of een mengsel een vast kookpunt?

Een zuivere stof. / A pure substance.

9
New cards

Wat heeft een mengsel: een kookPUNT of een kookTRAJECT?

Een kooktraject. / A boiling range.

10
New cards

In het experiment, waar sublimeert de stof? (Waar gaat hij direct van vast naar gas?)

In de warme erlenmeyer. / In the warm flask.

11
New cards

In het experiment, waar rijpt de stof? (Waar gaat hij direct van gas naar vast?)

Op de koude punt van de centrifugebuis. / On the cold tip of the centrifuge tube