Nederlands TP 1 à 13

0.0(0)
studied byStudied by 9 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/12

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:04 PM on 4/25/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

13 Terms

1
New cards
<p><strong>BEGRIJPEN</strong></p><p>begreep - begrepen - begrepen</p>

BEGRIJPEN

begreep - begrepen - begrepen

comprendre

2
New cards
<p><strong>blijven</strong></p><p>bleef - bleven - gebleven</p>

blijven

bleef - bleven - gebleven

rester

3
New cards
<p><strong>kijken</strong></p><p>keek - keken - gekeken</p>

kijken

keek - keken - gekeken

regarder

4
New cards
<p><strong>krijgen</strong></p><p>kreeg - kregen - gekregen</p>

krijgen

kreeg - kregen - gekregen

recevoir

5
New cards
<p><strong>rijden</strong></p><p>reed - reden - gereden</p>

rijden

reed - reden - gereden

rouler/conduire

6
New cards
<p><strong>schijnen</strong></p><p>scheen - schenen - geschenen</p>

schijnen

scheen - schenen - geschenen

briller

7
New cards
<p><strong>schrijven</strong></p><p>schreef - schreven - geschreven</p>

schrijven

schreef - schreven - geschreven

écrire

8
New cards
<p><strong>ontbijten</strong></p><p>ontbeet - ontbeten - ontbeten</p>

ontbijten

ontbeet - ontbeten - ontbeten

prendre le petit déjeuner

9
New cards
<p><strong>beginnen</strong></p><p>begon - begonnen - begonnen</p>

beginnen

begon - begonnen - begonnen

commencer

10
New cards
<p><strong>drinken</strong></p><p>dronk - dronken - gedronken</p>

drinken

dronk - dronken - gedronken

boire

11
New cards
<p><strong>vinden</strong></p><p>vond - vonden - gevonden</p>

vinden

vond - vonden - gevonden

trouver

12
New cards
<p><strong>winnen</strong></p><p>won - wonnen - gewonnen</p>

winnen

won - wonnen - gewonnen

gagner

13
New cards
<p><strong>zingen</strong></p><p>zong - zongen - gezongen</p>

zingen

zong - zongen - gezongen

chanter