1/74
alle begrippen voor de toets van H2
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
le mariage
het huwelijk
la fete
het feest
le cousin, la cousine
de neef, de nicht
tout le monde
iedereen
j'attends
ik wacht (op)
un/une autre
een ander(e)
la-bas
daar(ginds)
a cote de
naast
souvent
vaak
parfois
soms
mignon(ne)
schattig
penible
lastig
sympa
aardig, leuk
le/la pauvre
de arme ziel
en train de
bezig met
on vient
we komen
je n'ai pas faim
ik heb geen honger
regarder
kijken (naar)
partager
delen
changer
veranderen
la tante
de tante
le copain, la copine
de vriend/vriendin
le rendez-vous
de afspraak
le portable
de mobiele telefoon
la glace
het ijsje
vite
snel
peut-etre
misschien
apres
daarna, na
arreter
ophouden, stoppen
j’en ai marre
ik ben het zat
content(e)
tevreden
presenter
voorstellen
interdit(e)
verboden
ecouter
luisteren
participer a
meedoen aan
trouver
vinden
gagner
winnen
donc
dus
maintenant
nu
la maison
het huis
la cuisine
de keuken
la chambre
de kamer
le salon
de woonkamer
les loisirs
de vrije tijd
je me leve
ik sta op
la salle de bains
de badkamer
tot
vroeg
le lit
het bed
dormir
slapen
travailler
werken
la table
de tafel
jouer a la console
gamen
la chaise
de stoel
vivre
leven
la fenetre
het raam
je vis
ik leef, woon
le lapin
het konijn
la tortue
de schildpad
le hamster
de hamster
l'oiseau
de vogel
le poisson
de vis
le cochon d'inde
de cavia
je m'occupe de
ik zorg voor
vieux, vieille
oud
actif, active
actief
calin(e)
aanhalig
intelligent(e)
slim
acheter
kopen
donner
geven
exister
bestaan
aider
helpen
on peut
we kunnen
la nourriture
het voedsel, het eten
malade
ziek
heureux, heureuse
gelukkig