1/38
thomas more fase 1 toegepaste psy
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
geheugen
een informatieverwerkingssystemen dat constructief werkt om informatie te coderen, op te slaan en weer op te halen
Soorten geheugen
primair
secundair geheugen/ langetermijn geheugen
niet declaratief geheugen/impliciet geheugen
procedueel geheugen
andere impliciete vaardigheden
Decleratief geheugen/ expliciet geheugen
episodisch geheugen
Semantisch geheugen
Niet decleratief geheugen
procedueel geheugen
andere impliciete vaardigheden
Atkinson & Shiffrin
Het standaardmodel

sensorisch geheugen
info komt binnen door stimulatie
5 soorten sensorisch geheugen
visueel sensorisch geheugen
auditief/echoische sensorisch geheugen
tactiel sensorisch geheugen
olfactorisch sensorisch geheugen
smaaksensorisch geheugen
Korte termijn geheugen/ werkgeheugen
mentale werkplaats, bewust nadenken, nieuwe verbanden leggen, plannen, … kan doorsturen als ophalen uit LTG
geheugenspan
aantal items dat iemand in het geheugen kan opnemen
digitspan: cijfers
word span: woorden
3 dingen om capaciteit te omzeilen
chunking
herhaling
repetitie
Baddeley & Hitch

centrale bestuurder
disstributiecentrum: bepaalt naar welk systeem de info moet welke slaafbesturen + koppelt met LTG
visuo-spatiaal schetsblad
bijhouden van visuele beelden/mentale representatie/ ruimte (mentale plattegronden)F
fonologische lus
bijhouden van verbale patronen in akoestische vorm
Episodische buffer
verbinding van fonologische e visuo-spatiale info tot coherente episode vb bijhouden verhaallijn
Lange termijn geheugen
slaat informatie op in betekenisvolle mentale categorien
3 essentiele functies van geheugen
encoding
storage
retrieving
encodering
proces waarbij info wordt omgezet nr een geschikte geheugenrepresentatie
beinvloedende factoren v encoding
fysiologisch factoren
psychologische factoren
hercodering en organisatie
diepte vd verwerking
context specifiteit
ervaren emoties
fysiologische factoren
wakker genoeg zijn
niet onder invloed
hercodering en organisatie
2-voudig codeertheorie= we onthouden beter dingen als we in verschillende codes proberen te herinneren
3 codes: verbaal; sensorisch, motorisch
vb: je maakt een beeld bij je verhaaltje
diepte van de verwerking
hoe beter/dieper verwerkt, hoe beter onthouden
Craik & Turving
exp.: 60 woorden met vragen hoe dieper we verwerken hoe beter we onthouden (hoogste verwerking bij betekenisgeving)
context specifiteit: encoding specificity = state dependent learning
het vermogen om iets te herinneren is afhankelijk van de gelijkenis tussen encoding situatie en ophaal situatie
stemmingscongruentie
positieve emoties —> meer oog voor positievere zaken
negatieve emoties —> meer oog voor negatievere zaken
storage
het vastzetten of duurzaam maken van het geheugenspoor neuropsychologisch
systeem consolidatie
progressieve stabiliteit van het langetermijngeheugen
—> hippocampus speelt een grote rol (episodisch geheugen): intagratie in de hersenen
—>info wordt opgeslagen in verbinding tussen neuronen omdat individuele neuronen niet betrouwbaar genoeg zijn, hoe meer connecties je legt hoe beter je onthoudt.
2 fase van systeem consolidatie
Synaptische fase = duur van ~1 uur; gebasieerd op de synaptische plasticiteit
Systeemconsolidatiefase= duur v uren tot dagen
Hippocampale schade= amnesie
geheugenverlies door trauma, veelal neurochirurgie, herseninfecties of strokes an
anterograde amnesie
verlies van kunnen nieuwe herinneringen maken, herinneringen voor trauma zijn intact (procedueel geheugen is intact)
retrograde amnesie
verlies van herinneringen voor trauma, nieuwe info leren is mogelijk (episodisch geheugen hardtste geraakt, semantisch of procedueel niet)
ophalen/retrieving
het ophalen of terug actief maken van informatie
organisatieschemas
algemene voorstellingen van hoe dingen zijn en verlopen
—> helpt bij herinnering reconstrueren; hoe beter de herinnering in het schema past hoe beter ze herinnerd kan worden DUS !! kan leiden tot foutieve herinnering
Beinvloedende factoren bij ophalen
beschikbaarheid van goede ophalingsaanwijzingen
isolatie effect
specificiteit v codering: hoe specifieker hoe beter
stemming en emoties: we herinneren beter als we in de zelfde stemming/emotie zijn als onze hrinnering
isolatie effect
een oproepingsaanwijzing is vooral effectief als die maar met 1 geheugenspoor verbonden is.
3 oorzaken van niet herinneren
info raakte niet in geheugen
geheugensporen zijn vervlakt, verdwenen, overgeschreven, veranderd, …
informatie zit daar, maar je kan er niet aan
Ebbinghaus: vergeet curve
vergeetcurve= de hoeveelheid informatie die mensen onthouden nadat ze voor de eerste keer iets nieuws geleerd hebben tov de tijd die verstrijkt
na een dag zijn we al 70% vergeten
magical numer seven '(onthouden in een beurt)
verval
fysiologiische verandering in het neurale spoor ven een herinnering
interferentie
onderbreking van geheugenspoor; vergeten is het gevolg van de activiteiten tussen aanbieden en herinneren
nieuwe info zal de aanwezige info overschrijven/vervormen en dus onbeschikbaar maken
proactieve interferentie
hoe wordt een bestaand spoor beinvloed door vroegere kennis
retroactieve interferentie
hoe worden oude sporen beinvloed door nieuwe informatie