1/60
français
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
une ambiance
een sfeer
l’amusement
het amusement
une braderie
een uitverkoop
le carnaval
het carnaval
un carnavalier
een carnavalist
une cérémonie
een ceremonie
un cortège
een stoet
une corvée
een vervelend werkje
un costume
een kostuum
un festival
een festival
une foire
een kermis
le folklore
de folklore
un marché de Noël
een kerstmarkt
un masque
een masker
un patrimoine
een patrimonium
un personnage
een personage
une procession
een processie
une reconnaissance
een erkenning
un remerciement
een bedanking
un sacrifice
een offer
un tambour
een trommel
un tamboureur
een trommelaar
une trace
een spoor
une tradition
een traditie
agréable
aangenaam
animé(e)
druk
attrayant(e)
aantrekkelijk
carnavalesque
carnavalesk
célèbre
beroemd
central(e)
centraal
convenable
passend
convivial(e)
gezellig
détendu(e)
ontspannen
effrayant(e)
schrikwekkend
excitant(e)
opwindend
familial(e)
familiaal
féérique
sprookjesachtig
flou(e)
wazig
folklorique
folkloristisch
idéal(e)
ideaal
immatériel / immatérielle
onstoffelijk
naïf / naïve
naïef
plein(e) d’ambiance
sfeervol
précédent(e)
vorig
relaxant(e)
ontspannend
ridicule
bespottelijk
traditionnel / traditionnelle
traditioneel
défiler
defileren
enfiler
aantrekken
naitre
geboren worden
se déguiser
zich verkleden
se joindre
zich voegen bij
ailleurs
elders
certainement
zeker
fondamentalement
essentieel
forcément
noodzakelijkerwijs
franchement
eerlijk gezegd
notamment
onder andere
réellement
echt
solennelle
plechtig
être ravi(e) de