biologie 1.2 vervranding | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

30 Terms

1
New cards

Wat gebeurt er bij een benzinemotor?

Een brandstof wordt verbrand en levert energie op.

2
New cards

Wat gebeurt er met benzine tijdens verbranding?

De brandstof verdwijnt en er ontstaan nieuwe stoffen.

3
New cards

Wat gebeurt er in je lichaam dat lijkt op een benzinemotor?

Er vindt ook verbranding plaats om energie vrij te maken.

4
New cards

Welke brandstof gebruikt je lichaam voor verbranding?

Glucose.

5
New cards

Waar wordt glucose in je lichaam afgebroken?

In de cellen.

6
New cards

Wat is het doel van glucose afbreken?

Energie vrijmaken.

7
New cards

Waarvoor heeft je lichaam energie nodig?

Voor bewegen en om je lichaam op 37 °C te houden.

8
New cards

Waarom hebben organen energie nodig?

Om goed te functioneren.

9
New cards

Hoe noem je de afbraak van glucose in cellen?

Verbranding.

10
New cards

Heb je vuur nodig voor verbranding in je lichaam?

Nee.

11
New cards

Wat is nodig voor verbranding in cellen?

Glucose en zuurstof.

12
New cards

Waar vindt verbranding plaats?

In elke cel van je lichaam, dag en nacht.

13
New cards

Wat gebeurt er met cellen als er geen verbranding is?

Ze gaan dood.

14
New cards

Gebeurt verbranding alleen bij mensen?

Nee, bij alle organismen.

15
New cards

Waarom gaat een kaars uit als je er een glas overheen zet?

De zuurstof raakt op.

16
New cards

Waarom is zuurstof nodig voor verbranding?

Om brandstof (glucose) af te breken.

17
New cards

Welke stoffen ontstaan bij verbranding in je lichaam?

Water en koolstofdioxide.

18
New cards

Wat komt er vrij bij verbranding naast afvalstoffen?

Energie.

19
New cards

Wat gebeurt er met de energie die vrijkomt?

Die wordt gebruikt voor beweging en warmte.

20
New cards

Hoe geef je warmte af aan je omgeving?

Via je huid door de warmte die vrijkomt.

21
New cards

Wat gebeurt er als je actiever wordt?

Je hebt meer energie nodig.

22
New cards

Wat gebeurt er als je meer energie nodig hebt?

Er vindt meer verbranding plaats.

23
New cards

Wat doen je hart en longen tijdens inspanning?

Harder werken om zuurstof en glucose naar de cellen te brengen.

24
New cards

Welke afvalstoffen moet je lichaam afvoeren bij verbranding?

Water en koolstofdioxide.

25
New cards

Hoe wordt koolstofdioxide afgevoerd?

Via de longen tijdens het uitademen.

26
New cards

Hoe wordt water dat ontstaat bij verbranding afgevoerd?

Via zweet, urine en uitgeademde lucht.

27
New cards

Wat is het verband tussen lichamelijke activiteit en verbranding?

Hoe meer inspanning, hoe meer verbranding.

28
New cards

Waarom stijgt je hartslag tijdens inspanning?

Om meer zuurstof en brandstof naar de cellen te brengen.

29
New cards

Waarom ga je sneller ademen tijdens inspanning?

Om meer zuurstof binnen te krijgen en koolstofdioxide af te voeren.

30
New cards

Wat is de reactievergelijking van verbranding in je lichaam?

Glucose + zuurstof → water + koolstofdioxide + energie.