1/25
Deze flashcards bestrijken de belangrijkste concepten en definities die zijn besproken in de lezing over psychologie, waarneming en geheugen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Experimentele psychologie
Onderzoek doen om kennis te vergroten over gedrag en denken.
Toegepaste psychologie
Bestaande kennis gebruiken om praktijkproblemen op te lossen.
Nature
Verwijst naar erfelijkheid en genen; aangeboren aanleg.
Nurture
Verwijst naar opvoeding, omgeving, cultuur en ervaringen.
Gen-omgevingscorrelatie
De interactie tussen genen en omgeving die gedrag en ontwikkeling beïnvloedt.
Passieve correlatie
Ouders geven genen en een omgeving die past bij die genen.
Evocatieve correlatie
Eigenschappen van een kind roepen reacties op uit de omgeving.
Actieve correlatie
Een kind zoekt een omgeving die past bij zijn of haar aanleg.
Erfelijkheid
Genen bepalen een deel van fysieke en psychische eigenschappen.
Evolutie
Natuurlijke selectie van eigenschappen die helpen bij overleving en voortplanting.
Waarneming
Het proces waarbij prikkels via zintuigen en hersenen betekenis krijgen.
Bottom-up perceptie
Perceptie die begint bij prikkels zonder verwachtingen of voorkennis.
Top-down perceptie
Perceptie die begint bij kennis en verwachtingen, waarbij het brein invult wat het verwacht te zien.
Gewenning
Langzame veranderingen die minder opvallen door het filteren van prikkels.
Selectiviteit
De filterfunctie van het brein die prikkels weglaat.
Priming
De invloed van een eerdere prikkel op de interpretatie van een volgende prikkel.
Context
De achtergrond en ervaringen die de waarneming kleuren.
Intensiteit (Wet van Weber)
Hoe sterker een prikkel, hoe moeilijker kleine verschillen opvallen.
Geheugen
Een cognitief informatiesysteem dat geen perfecte kopieën van herinneringen maakt.
Coderen
De manier waarop informatie wordt verwerkt en verpakt.
Opslag
Het bewaren van informatie, zowel kort- als langetermijn.
Terughalen
Het later oproepen van opgeslagen informatie.
Sensorisch geheugen
Zeer kort geheugen gekoppeld aan zintuigen voor waarneming.
Werkgeheugen
De 'werkplaats' van het denken met beperkte capaciteit.
Langetermijngeheugen
Relatief duurzame opslag van informatie.
Geheugenstrategieën
Methoden die het geheugen verbeteren door actieve verwerking en interesse.