frans_vocabulair_D3_M1_7/2/26

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/53

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:22 PM on 2/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

54 Terms

1
New cards

un adversaire

een tegenstander

2
New cards

une âme

een ziel, een geest

3
New cards

une bonne cause

een goed doel

4
New cards

un burpee

een burpee, een krachtoefening

5
New cards

la course à pied

het lopen (de running)

6
New cards

une course d’obstacles

een hindernissenloop

7
New cards

un débutant, une débutante

een beginner

8
New cards

un défi

een uitdaging

9
New cards

un dépensier, une dépensière

een verkwister

10
New cards

la détermination

de vastberadenheid

11
New cards

l’endurance (f.)

het uithoudingsvermogen

12
New cards

l’entraide (f.)

de wederzijdse hulp

13
New cards

un entraînement

een training

14
New cards

un exercice de renforcement musculaire

een spierversterkende oefening

15
New cards

la force

de kracht

16
New cards

un guerrier, une guerrière

een vechter

17
New cards

un objectif

een doel

18
New cards

un obstacle

een obstakel, een hindernis

19
New cards

un parcours

een traject

20
New cards

un participant, une participante

een deelnemer / deelneemster

21
New cards

une participation

een deelname

22
New cards

une pénalité

een boete, straf, sanctie

23
New cards

un permis

een rijbewijs

24
New cards

armé, armée

gewapend met

25
New cards

confirmé, confirmée

gevestigd, ervaren

26
New cards

convivial, conviviale

gezellig, gezellig

27
New cards

fatigant, fatigante

vermoeiend

28
New cards

requis, requise

vereist

29
New cards

abandonner

opgeven

30
New cards

dépenser

uitgeven, spenderen

31
New cards

économiser

besparen

32
New cards

franchir

overschrijden, passeren

33
New cards

grignoter

snoepen, knabbelen

34
New cards

maigrir

vermageren, afslanken

35
New cards

s’engager (pour)

zich inzetten, zich engageren (voor)

36
New cards

surmonter

overwinnen

37
New cards

avoir un mental d’acier

een ijzeren wil hebben

38
New cards

dépasser ses limites

zijn grenzen overschrijden

39
New cards

en zone rurale

in een landelijk gebied

40
New cards

faire face à ses peurs

het hoofd bieden aan zijn angsten

41
New cards

franchir des obstacles

obstakels overwinnen

42
New cards

grimper à des filets

in netten klauteren

43
New cards

lancer un javelot

een speer werpen

44
New cards

perdre du poids

gewicht verliezen

45
New cards

ramper sous des barbelés

onder prikkeldraad kruipen

46
New cards

quel que soit

wat ook

47
New cards

relever un défi

een uitdaging aangaan

48
New cards

surmonter un obstacle

een obstakel overwinnen repouseer ses limites

49
New cards

se fixer un objectif

een doel stellen

50
New cards

tenir ses résolutions

zich aan zijn voornemens houden

51
New cards

une résolution

een resolutie

52
New cards

un rondin de bois

een rond stuk hout/boomstam

53
New cards

la satisfaction

de voldoening

54
New cards

une tendance

een trend

Explore top flashcards