1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
PTSS & AcSS
~veel overlap AcSS, onderscheid:
1. Duurt veel langer
2. Start niet altijd onmiddellijk na trauma
PTSS & angststo
Veel gem. symp
1. Aspecten v/herbeleving (bv paniekgevoelens bij denken aan fobische situatie)
2. Vermijding
3. Verhoogde arousal
(drm in DSM4 in angststo)
4 clusters
PTSS=complex v/symp, 4 clusters
1) Herbelevingen
2) Vermijding
3) Neg veranderingen in cognitie & stemming
4) Arousal
Herbelevingen DSM5 criterium B
=re-experiencing, versch uitingen:
1) Terugkerende, onvrijwillige, opdringende onaangename herinneringen (beelden, gedachten) aan geb
2) Terugkerende beangstigende dromen over geb
3) Dissociatieve reacties
->plots voelen/handelen alsof geb. plaatsvindt (gevoel opnieuw te beleven, bv flashbacks)
4) Blootstelling aan “triggers” veroorzaakt:
1. Intens psychisch lijden (distress)
2. Fysiologische reacties (hartkloppingen/zweten)
Trigger
=interne/externe stimuli die aspect vd traumatische geb symboliseren of erop lijken
Herbelevingen
=traumatische herinneringen (<->normale her):
1) Blijven intact
->niet per se als gestructureerd verhaal, mr als fragmenten, beelden…
2) Intact dr intensiteit vd beleving
~dieper in onze geest gegraveerd
3) Worden telkens herbeleefd
4) “Beledigingen & kwetsuren herinneren we ons het best”
->maar: ond. toont aan dat her. aan zeer stresserende geb. minder betrouwbaar zijn
Tov normale herinneringen:
1) Ondergaan veranderingen
2) Verhaal telkens ‘herschreven’ wanneer we erover vertellen
Onderzoek Loftus
~herinneringen aan zeer stresserende geb. minder betrouwbaar
->vaak: bep. details zeer scherp herinneren, andere aspecten geb. eerder flou geworden
Bv: weapon focus (persoon die bedreigd is met wapen herinnert zich wapen erg scherp, mr nauwelijks uiterlijk dader)
Vermijding (DSM5 criterium C)
=avoidance: ‘triggers’ zoveel mogelijk vermijden
1) Pogingen her./gedachten/gevoelens die nr trauma refereren vermijden
2) Externe reminders vermijden
->mensen die vragen kunnen stellen ivm trauma
->situaties die aan trauma gebonden zijn (bv: jarenlang omrijden na ongeval auto)
Bv: casus Jasmien “kan niet meer passeren, wil niet dat vriendinnen ernaar vragen”
Neg veranderingen in cognitie & stemming (DSM5 criterium D)
1) Dissociatieve amnesie (belang. aspecten trauma niet kunnen herinneren)
2) Veranderd beeld van zelf, anderen & buitenwereld
->”ik ben slecht”, “niemand is te vertrouwen”
3) Blijvende verwrongen cognities over oorzaken & gevolgen v/h trauma
->zichzelf of anderen schuld geven
4) Blijvende neg emotie
Bv: schrik, kwaadheid, schuldgevoel, schaamte…
5) Duidelijk verminderde interesse (gevoel zinloosheid)
6) Onthechting
->Pt raken in zichzelf gekeerd (afstandelijk) + voelen zich onthecht v/anderen
7) Onvermogen aangename pos gevoelens te ervaren
Arousal (DSM5 criterium E)
=aanhoudende symp die verwijzen nr verhoogde arousal /hyper-arousal die voor trauma niet aanwezig was
1) Verhoogde schrikreacties (casus Jasmien: schrikt op bij telefoon/bel)
2) Roekeloos/zelf-destructief gedrag
3) Overmatige waakzaamheid
4) Slaapstoornissen
5) Concentratieprobl
6) Irritabiliteit/prikkelbaarheid & woede-uitbarstingen
Symp hyper-arousal
~lijken erop te wijzen dat lichaam niet weet dat gevaar geweken is
“Getraumatiseerd zijn betekent dat je je leven blijft inrichten alsof het trauma nog altijd voortduurt”
Andere quote “You don’t need to remember things for them to affect you”
Hersenbeeldvorming
#symp PTSS goed te verklaren & zichtbaar in imaging
->verhoogde activiteit visuele hersenschors & amygdala
Amygdala (amandelkern)
->waarschuwt vr gevaar, activatie stressreactie
->bij PTSS Pt ook als er geen concreet gevaar is (confrontatie triggers ivm traumatische ervaring)
p.111
Levensprevalentie
Schatting: 9% (2x zo vaak bij V)
->meestal binnen 3m na acuut trauma: symp ontwikkelen
->1/2 Pt PTSS hadden eerst AcSS (opm: andere helft dus niet)
With delayed expression
=vertraagd opkomen v/symp: later dan 6m na trauma
->niet uitzonderlijk pas na vele jaren (“getriggerd’ door iets ‘dat alles terug naar boven haalt’)
Bv: PTSS symp bij jongvolw die als kind seksueel zijn misbruikt
RisicoF PTSS ontwikkelen in Pt
1) Vrouwen
2) Allochtonen
3) Emotionele probl voor trauma (of psychiatrische sto ervoor)
4) Vroeger trauma (vnl fysiek of seksueel misbruik als kind)
5) Lage zelfwaardering
RisicoF PTSS ontwikkelen in trauma
Hogere kans bij:
1) Bewust veroorzaakte trauma’s
2) Hoe ernstiger trauma, hoe groter risico PTSS
->opm: ‘objectieve ernst’ trauma verklaart minder het al of niet optreden van PTSS
~meisje dat steeds hoort van nonkel “hoe aantrekkelijk ze is” kan evengoed PTSS krijgen als meisje die brutaal op straat aangerand wordt
->reactie v/h slachtoffer op trauma verklaart dit wel!
1. Situatie als levensbedreigend ervaren
2. Hoge mate van hulpeloosheid & angst
3. Peritraumatische dissociatie: direct na trauma dissociëren
=>PTSS≠reactie op trauma, =psychiatrische aandoening doe ontstaat bij iemand met voorafbestaande risicoF & verminderde sociale steun die een ernstig trauma ervaart
Complex trauma
=langdurige en/of repetitieve traumatisering
->blijft vele jaren aanwezig, soms grootste deel volw. leven bepalen (telkens als trigger: symp terug levendig opflakkeren)
->vaker niet-klassieke PTSS symp
->eerder: depr, angst, dissociatie of tekenen BPS
->psychiater Judith: spectrum traumagerelateerde sto
AcSS – PTSS -complexe PTSS (extreme stresssto)
=>langdurige verandering van PH
Oorzaak complexe PTSS
1) Vertrouwen op grove manier geschaad
->traumatisering binnen afhankelijkheidsrelaties
Bv: seksueel misbruik of fysieke mishandeling dr familieleden of partner (type II-trauma)
->heel vaak op jonge leeftijd (tijdens kritische stadie ontw.)
2) Geen ontkomen aan dominante misbruiker
->slachtoffer vaak gevangen gehouden (fysiek/mentaal)
~naast langdurig huiselijk (fysiek/psychisch/seksueel) geweld ook bv verblijf in concentratiekampen, gevangenschap in oorlogsgebied of gedwongen prostitutie
3) In families waar misbruik of verwaarlozing plaatsvindt meestal ook andere risicoF:
->kansarmoede, slechte leefomstandighede, sociaal isolement, ouders met psychiatrische problematiek…
->overlevende complex trauma 3-4x meer risico PTSS ontwikkelen
Geen aparte DSM diagnose voor complexe PTSS
>90% Pt complexe PTSS voldoen ook alle voorwaarden PTSS
Kan wel specifier “met dissociatieve symp”
->Pt aanhoudende/terugkerende klachten depersonalisatie of derealisatie
Probl specifiek complexe PTSS
Naast klassieke PTSS-symp, ook moeilijkheden 3 domeinen:
1) Emotie- & impulsregulatie
2) Zelfbeeld
3) Interpersoonlijke relaties
Probl emotie & impulsregulatie
~aanhoudende trieste stemming/suïcidegedachten
Mogelijks:
1) Depr stemming (op voorgrond, <->angst bij klassieke PTSS)
2) Verhoogde emotionaliteit
->agressieve uitschieters, explosieve/ingehouden kwaadheid
3) Vaak emotioneel ‘verdoofd’ (niet meervoelen)
Zelfbeeld
=verstoord, veel getraumatiseerde mensen schamen zich + voelen zich schuldig
->gevoel anders te zijn dan anderen
->perceptie dader raakt verstoord (almachtig, raken gepreoccupeerd met relatie m/d dader: proberen verbindingen te houden, of hebben wraakgevoelens)
Bv: schuldig dat ze als kind dader probeerden gunstig te stemmen & dingen deden o/t overleven
->brengt verwarring mee “Heb ik het uitgelokt/verdiend?”
Moeilijkheden in relaties
1. Zoeken partners die hen kunnen redden
->niet zelden opnieuw in misbruikrelaties terechtkomen
2. Ontstaan sociaal isolement (met wantrouwen ten aanzien vd buitenwereld)
Psychotherapeutische modellen
~bij Pt PTSS onderzocht
1) Cognitieve gedragstherapie (CGT)
2) Eye movement desensitization & reprocessing (EMDR)
->CGT & EMDR: imaginaire blootstelling aan trauma (zou verwerkingsproces bevorderen)
3) Psychodynamische therapie
4) Hypnose
->AD kan pos effect hebben op symp PTSS (medicatie ook inzetten als comorbide psychiatrische sto, of om verstoorde slaap te verbeteren)