1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Gletsjers
•massieve ijsformaties die zich vormen in gebieden waar sneeuwval > smeltproces
•Bewegen langzaam naar beneden, aangedreven door eigen massa
•Snijden door rotsen
•Verplaatsen grote hoeveelheden puin
•Ontstaan van U-dalen, fjorden en morenes
Firnbekken
= komvormige depressie in het hooggebergte waar de accumulatie van sneeuw plaatsvindt (= 1e stap in vorming van een gletsjer)
De dikke laag sneeuw hoopt zich op en verandert geleidelijk aan in firn (= samengeperste sneeuw die uiteindelijk in ijs verandert)
= geboorteplaats van een gletsjer

Hoe ontstaat ijs?
(zie prent dia 6)
•Sneeuwval
•Blijvende sneeuw
•Verdere druk van bovenliggende lagen (firn > gletsjerijs)
Sneeuwval
•Lage temperaturen > waterdamp in de atmosfeer sublimeert tot ijskristallen
•Zodra de sneeuw op de grond valt, begint het te transformeren door druk en temperatuurwisselingen: luchtige structuur van sneeuwvlokken verdicht zich tot korrelsneeuw (compactere en meer afgeronde kristallen)
Gletsjertongen
= langzaam bewegend ijs dat onder invloed van de zwaartekracht naar beneden stroomt
= rivier van ijs dat langzaam door de vallei glijdt
•Meest zichtbare en indrukwekkende onderdelen van een gletsjer
•Erosie en transport van materiaal: ijs schraapt het gesteente van de ondergrond en neemt het puin mee
≠ homogene massa ijs

homogene massa ijs
•Beweging en druk in het ijs à grote scheuren = ijsval
•Gevaarlijk terrein voor mens en dier
Gletsjerfront
= plaats waar de 'ijsrivier' eindigt
•Direct contact tussen ijs en omgeving > ijs smelt hier het snelst door warmere T° en zonlicht
•Gletsjers die uitmonden in zee: grote stukken ijs kunnen afkalven > drijvende ijsbergen op zee
•Vorming van eindmorenes: ophopingen van puin die de gletsjer tijdens zijn reis meevoert en hier afzet

Factoren die de positie en het gedrag van het gletsjerfront beïnvloeden:
•Klimatologische factoren:
•Temperatuur en neerslag: bepalen in grote mate het smelten en groeien van een gletsjer
•
•Topografie van het onderliggende landschap:
•Vorm van het terrein beïnvloedt de richting van de gletsjerbeweging en de locatie van het gletsjerfront
Erosie door gletsjers
•Gletsjers: belangrijke rol in vorming van het landschap
•Snijden door gesteente en sediment
•Schuren
•Vorstverwering
Schuren
•Door de zwaartekracht begint de gletsjer langzaam naar beneden te schuiven
•Aan de onderkant van de gletsjer zorgt druk ervoor dat het ijs deels smelt > smeltwater = smeermiddel > gletsjer glijdt makkelijker verder
•Gletsjer schraapt over bodem en zijwanden en neemt losse gesteenten en gletsjerpuin mee > gletsjerkrassen (groeven in gesteente die de richting van de gletsjerbeweging onthullen)
Vorstverwering
•water dringt in scheuren in gesteente, bevriest en zet uit > gesteente breekt en los materiaal wordt door gletsjer meegevoerd

Zijmorene
langs de randen van de gletsjer

Middenmorene
samendrukking van de zijmorenen wanneer twee gletsjers samenkomen

Eindmorene
ophoping van materiaal aan einde van de gletsjer (bij gletsjerfront)

Vorming van gletsjerpoorten aan de voet van de gletsjer
•Hieruit stroomt smeltwater (met sedimenten) uit de gletsjer
•= 'gletsjermelk' (troebele, melkachtige kleur)
Fjorden
valleien die tot ver beneden het zeeniveau uitgesleten werden door het ijs en die, toen het ijs na de ijstijden smolt, vol stroomden met zeewater. Ze staan in verbinding met de zee.
Ijskap
een uitgestrekte massa van ijs die een groot landoppervlak bedekt en zich vanuit een centrale ophoping in alle richtingen verspreidt.
•Ontstaan in gebieden waar gedurende duizenden jaren sneeuwval > smelten
•Ophopen van sneeuwlagen > samendrukken tot ijs > ijskap
Soorten gletsjerijs
-Alpiene gletsjerijs (Alpen) : bergen
-Continentaal gletsjerijs (antarctica, Groenland, noord Canada) : ijskappen
Impact van klimaatverandering
•Laatste ijstijd (Weichselien, ca. 20.000 jaar geleden)
•Grote delen van Europa bedekt met uitgestrekte ijskappen en gletsjers (tot ver in Duitsland en Nederland)
Enorme ijsmassa's duwden aardkorst naar beneden
> postglaciale opheffing toen ijs smolt
> smeltwater van gletsjers stroomde via rivieren
> afzetting van zand, grind en klei (zie onze ondergrond)
Albedo-effect
Vermogen van oppervlakten op aarde om zonlicht (of zonne-energie) te reflecteren:
•Lichte oppervlakken (ijs, sneeuw, woestijnen): hoge albedo (80-90%) > groot deel van zonnestraling teruggekaatst naar de ruimte
•Donkere oppervlakken (bossen, oceanen, asfalt): lage albedo (5-10%) > absorptie van zonlicht sneller opwarmen
•Als ijs en sneeuw smelten door klimaat op > warming, wordt dit vaak ingenomen door donkerdere oppervlakten (bv. Water) > opwarming leidt tot nog meer opwarming = positieve terugkoppeling
Stijging van de zeespiegel
Dankzij albedo-effect (smelten van ijskappen)
20e eeuw: 1,7mm/jaar
21e eeuw: 3,0mm/jaar
Noordzee: stijging van 20cm sinds 1925
Als ijskappen smelten...
•Zoutgehalte verlaagt in bepaalde gebieden
•Dichtheid van water wordt beïnvloed > verzwakken of zelfs stilvallen van stromingen > extremere weersomstandigheden en veranderingen in ecosystemen
Oceanische circulatie
= wereldwijde stromingen in oceanen (bv. Golfstroom), aangedreven door verschillen in T° en zoutgehalte wat de dichtheid van het zeewater beïnvloedt
Methoden om de evolutie van ijskappen te bestuderen:
•Satellietmetingen (massaveranderingen en beweging van ijs)
•Numerieke modellen (toekomstige ontwikkeling van ijskappen simuleren)
•Analyse van ijskernen (cilindervormige stalen ijs, opgeboord uit ijskappen om klimaatverandering in het verleden te reconstrueren