1/120
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
honnête
eerlijk
patient(e)
geduldig
généreux, -se
gul, vrijgevig
modeste
bescheiden
bienveillant(e)
vriendelijk
être doté(e) de
beschikken over
sage
wijs
minutieux, -se
nauwkeurig
travailleur, travailleuse
ijverig
avoir le sens de l’organisation
sterk zijn in organisatie
timide
verlegen
ponctuel(le)
stipt
ambitieux,-se
ambitieus
sensible
gevoelig
autonome
zelfstandig
poli(e)
beleefd
bilingue
tweetalig
avoir l’esprit d’équipe (m.)
een teamspeler zijn
créatif,-ve
creatief
sûr/sure de soi
zelfverzekerd
chaleureux,-se
warm/hartelijk
le salaire
het loon
postuler (pour)
solliciteren (voor)
le contrat
het contract
la formation
de opleiding
le job d’étudiant
de studentenjob
disponsible
beschikbaar
le compte bancaire
de bankrekening
la lettre de motivation
de motivatiebrief
l’assurance (f.), assuré
de verzekering, verzekerd
la compétence
de bekwaamheid
la profession
het beroep
la connaissance
de kennis
l’offre d’emploi (f.)
de vacature
l’employé(e)
werknemer
l’employeur, l’employeuse
werkgever
l’entretien d’embauche (m.)
het sollicitatiegesprek
la signature
de handtekening
chercher du travail
werk zoeken
la gare
het station
le passager, la passagère
de passagier
l’horaire (m.)
de dienstregeling
en retard
in vertraging
bronzer, bronzé(e)
bruinen, gebruind
le vol
de vlucht
la destination
de bestemming
la douane
de douane
le billet
het ticket
l’excursion (f.)
de excursie, het uitstapje
l’agence de voyage (f.)
het reisbureau
l’office du tourisme (m.)
de toeristische dienst
l’hebergement (m.)
de logies, de accommodatie
louer
huren
le supplément
de toeslag
le/la touriste
de tourist
le tourisme
het tourisme
touristique
toeristisch
séjourner
verblijven
le séjour
het verblijf, de verblijfplaats
se renseigner (sur)
informeren (naar)
le renseignement
de inlichting, de informatie
réserver
reserveren
la réservation
de reservering, de boeking
confirmer
bevestigen
annuler
annuleren
le départ
het vertrek
l’arrivée (f.)
de (aan)komst
la voie
de spoorweg, het spoor
l’autoroute (f.)
de (auto)snelweg
en plein air
in de buitenlucht
l’auberge de jeunesse (f.)
de jeugdherberg
libre
vrij
complet, complète
volgeboekt, volledig bezet
la chambre simple
de eenpersoonskamer
la chambre double
de tweepersoonskamer
le lit simple
het eenpersoonsbed
le lit double
het tweepersoonsbed
le lit superposé
het stapelbed
déposer
afgeven
l’acenseur (m.)
de lift
en demi-pension
(met) halfpension
en pension complète
(met) volpension
compris(e)
inbegrepen
l’attraction (f.)
de trekpleister
la piste (de ski)
de (ski)piste
la remontée mécanique
de mechanische skilift
skier
skiën
la distance
de afstand
les premiers soins (m. pl.)
de eerste hulp
l’antidouleur (m.)
de pijnstiller
le thermomètre
de thermometer
le désinfectant
het ontsmettingsmiddel
désinfecter
ontsmetten
le bandage
het verband
le sparadrap
de pleister
le plâtre
het gipsverband
la fracture
de breuk
l’antimoustique (m.)
het muggenverdrijvend middel
la vaccination
de vaccinatie
la piqure
de prik