1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Perverse effecten (Boudon)
Effecten die direct tegengesteld zijn tegenover de originele bedoelingen. Dit zijn ook een vorm van onbedoelde effecten.
Methodologische problemen vaststellen onbedoelde effecten
Het lastigste van onbedoelde effecten is het aanwijzen van intenties, dit is vooral op een collectief niveau erg lastig. Maar ook oorzaak-gevolg, het is in vele gevallen lastig om te zeggen of er echt een relatie is tussen beleid en een onbedoeld effect.
7 mechanismen van onbedoelde effecten
1) Exploitatie
2) Doelverschuiving
3) Classificatie
4) Provocatie
5) Over-commitment
6) Geruststelling
7) Functionele ontwrichting
Exploitatie
Hierin gaat het vooral over misbruik of oneven/oneigenlijk gebruik van middelen die vanwege beleid beschikbaar zijn gemaakt —> calculerend gedrag (door burgers of beleidsmakeres/uitvoerders). Voorbeeld: sociale uitkering
Doelverschuiving
Een beleidsinterventie impliceert specifieke doelen, maar na het uitvoeren van beleid kan het oorspronkelijke doel uit zicht raken. Vaak bureaucratisch. Sociale organisaties die een doel hebben, gaan vaak meer focussen op de manier waarop ze het doen, dan het originele doel uitvoeren, hierdoor hebben ze soms onbedoelde effecten.
Classificatie
Interventie impliceert classificatie. Er zijn mensen die wel en geen recht hebben op de baten van de interventie, en situaties waarin wel of niet moet worden ingegrepen. Dit komt vooral door bureaucratische efficiëntie.
1) mensen reageren op hun classificatie: of conformeren of juist tegen in gaan
2) reageren op classificatie van anderen (bijv. stigma)
Provocatie
Beleid wordt een bedreiging voor bepaalde groepen. Vaak wanneer die doelgroepen het niet eens zijn met hoe de overheid een bepaalde situatie beschrijft. Hierdoor wordt de interventie als bedreigend of illegitiem gezien, wat zal leiden tot verzet.
Ook wordt hierdoor vaak verzet getoond in de vorm van ‘sluiten van rijen’, groepen maken zich minder toegankelijk voor de interventie.
Over-commitment
Beleid heeft soms enorm moeilijke doelstellingen, die niet behaald kunnen worden. Door:
1) Gebruiken van onvoldoende middelen (onbedoeld effect door stijgende verwachtingen van burgers)
2) Gebrek aan coördinatie tussen verschillende organisaties, te veel meetings and bureaucratie
3) Beleid, succesvol beleid kan te veel nieuwe behoeftes maken/aanpassen
Geruststelling
Symbolische karakter van beleid. ‘Er wordt iets aan het probleem gedaan’, als op de lange termijn het probleem uiteindelijk niet opgelost is, komt er juist meer wanhoop en disorder. Hierdoor verliezen burgers vertrouwen, een voorbeeld hiervan is criminaliteitspreventie, hierdoor gaan vaak mensen zelf een handje bijdragen, wat juist een averechts effect heeft.
Functionele ontwrichting
1) Interventies kunnen sommige functionele behoeften beklemmen in het nastreven van andere functionele behoeften. Analogie van een lichaam: op het moment dat jij gaat sporten gaat jouw lichaam bepaalde functies extra benadrukken, bijv ademhaling, en andere juist beklemmen, bijv. de spijsvertering.
2) Dit laat het systeem vast lopen en de behoefte die verbeterd zouden moeten worden juist slechter worden. Dit is wat het een onbedoeld effect maakt en een functionele ontwrichting. Juist wat je probeert te bereiken lukt niet door de interventie.
Functionalisme
Maatschappij als analoog aan een organisme. Elk orgaan in jouw lichaam heeft een functie die bijdraagt aan het onderhouden van een gezond lichaam. Zo ook heeft elke institutie in de maatschappij een functie die bijdraagt in het evenwicht houden van de maatschappij.
Manifeste functies
Functies die verwacht worden van instituties en met voorbedachte raden bereikt zijn
Latente functies
Funcites die niet verwacht worden en onbedoeld zijn
Disfuncties
Functies die leiden tot instabiliteit in het systeem en uiteindelijk verandering
Tame vs wicked problems
Low or high:
1) Complexity of elements, subsystems and interdependencies
2) Uncertainty in relation to risks, consequences of action, and changing patterns
3) Divergence and fragmentation in viewpoints, values, strategic intervention
Ideologie
Interrelated set of ideas and values, which frame and shape the way that problems are understood and acted on’
Hoe samenlevingen georganiseerd zouden moeten zijn
Ideologie over ongelijkheid
Voor of tegen (teveel) ongelijkheid (armoede)
Individuele vs. collectieve oplossingen (rol van de staat – ‘soort’ verzorgingsstaat)
Wat is de oorzaak en wat is de oplossing? Waar ligt de focus van beleid?
Conservatieve visie op armoede en ongelijkheid
Traditie, sociale orde, familie: ongelijkheid als basis voor sociale relaties (religie; ongelijkheid is goed en door god gegeven)
Oplossing voor ongelijkheid is niet nodig
Liberale visie op armoede en ongelijkheid
Onzichtbare hand van de markt produceert hoogste mate van ‘welfare’.
(Teveel) sociaal beleid leidt tot afhankelijkheid en armoede basic security – voor ‘those left over’
Sociaal democratische visie op armoede en ongelijkheid
Sociaal beleid compenseert voor ‘marktfalen’ (armoede): achterstand herstellen of verminderen via sociale rechten en beleid equality of treatment/remedying disadvantage
Socialistische visie op armoede en ongelijkheid
Gelijke uitkomsten: klassenloze, egalitaire samenleving => geen
armoede
Verzorgingsstaat ‘onder’ de arbeidsmarkt legitimeert kapitalisme ‘equality of outcome’, we moeten even ander soort samenleving hebben
Behavioral theories
Individual behaviors as driven by incentives and culture. ‘We are ultimately the authors of our own (mis)fortunes. All individuals make choices about the life courses they wish to pursue and the social relations they want to foster”
Armen zijn arm omdat ze ‘arm’ gedrag vertonen of ‘keuzes’ maken die tot armoede leiden
Implicatie voor armoedebeleid: gedrag veranderen/doorbreken, “aantal personen met dit gedrag verminderen”
Onwetenschappelijke variant: pathologische benadering
Blaming the victim
Othering en stereotypering
culture of poverty
Blaming the victim
respons, strategieën van individuen en gezinnen (gedrag, attitudes) in relatie tot chronische armoede en deprivatie worden geherinterpreteerd als de oorzaak van (langdurige) armoede (cirkelredenering)