1/85
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
la amistad
de vriendschap
el amigo / la amiga
de vriend / vriendin
ser muy amigos
goede vrienden zijn
es muy amigo mío
hij is een zeer goede vriend van mij
el compañero / la compañera
de makker, kameraad
el compañero / la compañera
de vriend / vriendin
el compañero / la compañera
de gezel / gezellin
el compañero / la compañera
de collega
el compañero / la compañera
de ploegmaat
el compañero / la compañera
de klasgenoot
cordial
hartelijk
le saludaron cordialmente
zij begroetten hem hartelijk
tratar con X
met X omgaan
caer bien/mal (caigo, cayó)
een goede/slechte indruk maken
esta mujer me cae bien
deze vrouw vind ik sympathiek
llevarse bien/mal con X
(goed/slecht) kunnen opschieten met X, (goed/slecht) overeenkomen met X
se llevan bien
ze komen goed overeen
entenderse (ie)
overeenkomen, elkaar begrijpen
quedar bien/mal con X
goed/slecht staan met X
echar de menos a X
X missen
apreciar
waarderen
admirar
bewonderen
el servicio
de dienst
el agradecimiento, la gratitude
de dank, dankbaarheid
el favor
de gunst
a favor de X / a costa de X
ten gunste van X / ten koste van X
en favor de X
ten behoeve van X
hacer un favor a X
X een dienst bewijzen
favorable
gunstig
favorecer (c/zc)
begunstigen, helpen
la caridad
de naastenliefde
la soledad
de eenzaamheid
solitario, -a
eenzaam
aislado, -a
afgezonderd, geïsoleerd
aislar / aislarse (í)
isoleren, afzonderen / zich afzonderen
el complejo
het complex
enemigo, -a (adj.)
vijandelijk
el enemigo / la enemiga (n.)
de vijand
romper (con X) (roto)
breken (met X) [fi g.]
la rupture
de breuk [fi g.]
soportar
verdragen, uitstaan, dulden
no poder soportar a X
X niet kunnen uitstaan
odiar
haten
el odio (a X)
de haat (jegens X)
desdeñar
minachten, verachten
el desdén
de minachting
despectivo, -a
minachtend
despreciar
verachten
menospreciar
verachten, geringschatten
desafiar (í)
uitdagen
el desafío
de uitdaging
amenazar X (z/c)
X bedreigen
amenazar con X (z/c)
dreigen met X
insultar
beledigen
el insulto
de belediging, beschimping
offender
beledigen
el conflicto
het geschil
el escándalo
het schandaal, de ergernis
el prejuicio
het vooroordeel
vengar / vengarse (de X) (g/gu)
wreken / zich wreken (op X)
la espalda
de rug
la cara
het gezicht
el cariño
de genegenheid, liefde
¡cariño!
(mijn) lieveling!
tenerle mucho cariño
heel veel van hem/haar houden
cariñoso, -a
lief, teder
romántico, -a
romantisch
la afección
de liefde, genegenheid
la afección
de chronische ziekte
la vida afectiva
het gevoelsleven
afectar (a X)
(X) aangrijpen, (X) treffen, (X) aanraken
te quiero
ik hou van jou
querido, -a
geliefd
querido, -a
liefste, lieve, beste
el amor
de liefde
el amor al prójimo
de naastenliefde
amar
liefhebben
enamorado, -a
verliefd
estar enamorado de X
verliefd zijn op X
enamorarse de X
verliefd worden op X
abrazar (z/c)
omarmen
la abrazó cariñosamente
hij omhelsde haar liefdevol
el abrazo
de omhelzing
besar
kussen, zoenen
el beso
de zoen, kus
íntimo, -a
innerlijk, vertrouwelijk