Natuurkunde - Hoofdstuk 4: Beheersen. | Quizlet

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/56

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

57 Terms

1
New cards

Kracht

Een vectorgrootheid die een voorwerp kan vervormen of versnellen (een duw of trek). Eenheid: Newton (N).

2
New cards

Wisselwerking

Twee voorwerpen oefenen altijd even grote, maar tegengestelde krachten op elkaar uit (3e wet van Newton).

3
New cards

Aangrijpingspunt

Het punt waar een kracht op een voorwerp werkt.

4
New cards

Vectorgrootheid

Een grootheid met grootte en richting (bijv. kracht, snelheid).

5
New cards

Krachtenschaal

Schaal waarmee krachten in een tekening worden weergegeven (bijv. 1 cm = 10 N).

6
New cards

Spierkracht

Kracht uitgeoefend door spieren (bijv. tillen van een doos).

7
New cards

Veerkracht

De kracht die een veer uitoefent bij uitrekking of indrukking (Hooke's wet: Fv = C · u).

8
New cards

Veerconstante (C)

Stugheid van een veer (N/m).

9
New cards

Spankracht

Kracht in een touw of kabel (werkt langs het touw, trekt aan voorwerpen).

10
New cards

Zwaartekracht (Fz)

Aantrekkingskracht van de aarde op een massa (Fz = m · g).

11
New cards

Valversnelling (g)

Versnelling door zwaartekracht (≈ 9,81 m/s²).

12
New cards

Zwaartepunt

Het punt waar de zwaartekracht lijkt te werken.

13
New cards

Gewicht (gewichtskracht)

De kracht waarmee een voorwerp op een ondersteuning drukt (gelijk aan Fz als er geen versnelling is).

14
New cards

Normaalkracht (Fn)

Kracht loodrecht op een contactoppervlak (tegenwerkend aan gewicht).

15
New cards

Actiekracht

Kracht die een voorwerp uitoefent op een ander.

16
New cards

Reactiekracht

Tegengestelde kracht volgens de 3e wet van Newton.

17
New cards

Derde wet van Newton (actie = -reactie)

Als voorwerp A een kracht uitoefent op B, oefent B een even grote, tegengestelde kracht uit op A.

18
New cards

Schuifwrijvingskracht

Weerstand bij glijden, hangt af van normaalkracht en wrijvingscoëfficiënt (Fw = μ · Fn).

19
New cards

Rolweerstand Kracht

Weerstand bij rollen (afhankelijk van ondergrond en normaalkracht).

20
New cards

Luchtweerstandskracht

Luchtweerstand bij beweging (afhankelijk van snelheid, vorm en frontaal oppervlak).

21
New cards

Krachtevenwicht

De som van alle krachten is nul (geen versnelling).

22
New cards

Samenstellen van krachten

Het optellen van krachten tot één resultante (somkracht).

23
New cards

Somkracht (Fres)

De netto kracht na optelling van alle krachten.

24
New cards

Parallellogramconstructie

Methode om krachten vectorieel op te tellen.

25
New cards

Werklijn

De lijn waarop een krachtvector ligt.

26
New cards

Omgekeerde parallellogramconstructie

Ontbinden van een kracht in componenten.

27
New cards

Ontbinden van een kracht

Een kracht splitsen in componenten (horizontaal en verticaal).

28
New cards

Componenten

Deelkrachten langs bepaalde assen.

29
New cards

Krachtenrechthoek

Rechthoekige ontbinding van een kracht.

30
New cards

Hellingshoek (θ)

Hoek tussen kracht en horizontaal/verticaal.

31
New cards

Draaipunt

Vast punt waarom een hefboom draait.

32
New cards

Hefboom

Een stang die om een draaipunt roteert.

33
New cards

Hefboomwerking

Vergroten/verkleinen van kracht via arm.

34
New cards

Arm van een kracht (r)

Loodrechte afstand van draaipunt tot werklijn.

35
New cards

Hefboomwet

F₁ · r₁ = F₂ · r₂ (momenten evenwicht).

36
New cards

Moment (M)

F · r (kracht × arm).

37
New cards

Factoren waar krachten van afhangen:

38
New cards

Veerkracht (Fv)

Afhankelijk van uitrekking (u) en veerconstante (C).

39
New cards

Zwaartekracht (Fz)

Afhankelijk van massa (m) en valversnelling (g).

40
New cards

Schuifwrijving (Fw)

Afhankelijk van normaalkracht (Fn) en wrijvingscoëfficiënt (μ).

41
New cards

Rolweerstand

Afhankelijk van normaalkracht en rolweerstandscoëfficiënt.

42
New cards

Luchtweerstand

Afhankelijk van snelheid (v), luchtdichtheid (ρ), frontaal oppervlak (A) en stroomlijn (Cw).

43
New cards

Richtingen van krachten:

44
New cards

Spankracht

Werkt langs een touw/kabel, trekt voorwerp naar het touw toe.

45
New cards

Normaalkracht

Staat altijd loodrecht op het contactoppervlak.

46
New cards

Relaties:

47
New cards

Gewicht (Fg) = ?? als een voorwerp stil ligt of met constante snelheid beweegt.

Zwaartekracht (Fz)

48
New cards

Normaalkracht (Fn)

de reactiekracht van de ondergrond op het voorwerp. Bij evenwicht Fn = Fz.

49
New cards

Berekeningen:

50
New cards

Zwaartekracht

Fz = m · g (g = 9,81 N/kg).

51
New cards

Veerkracht

Fv = C · u.

52
New cards

Nettokracht (2e wet Newton)

Fres = m · a.

53
New cards

Actie = -Reactie (3e wet Newton)

F_A-op-B = -F_B-op-A.

54
New cards

Horizontale component

Fx = F · cos(θ).

55
New cards

Verticale component

Fy = F · sin(θ).

56
New cards

Moment (M)

F · r.

57
New cards

Hefboomwet

F₁ · r₁ = F₂ · r₂.