1/56
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Kracht
Een vectorgrootheid die een voorwerp kan vervormen of versnellen (een duw of trek). Eenheid: Newton (N).
Wisselwerking
Twee voorwerpen oefenen altijd even grote, maar tegengestelde krachten op elkaar uit (3e wet van Newton).
Aangrijpingspunt
Het punt waar een kracht op een voorwerp werkt.
Vectorgrootheid
Een grootheid met grootte en richting (bijv. kracht, snelheid).
Krachtenschaal
Schaal waarmee krachten in een tekening worden weergegeven (bijv. 1 cm = 10 N).
Spierkracht
Kracht uitgeoefend door spieren (bijv. tillen van een doos).
Veerkracht
De kracht die een veer uitoefent bij uitrekking of indrukking (Hooke's wet: Fv = C · u).
Veerconstante (C)
Stugheid van een veer (N/m).
Spankracht
Kracht in een touw of kabel (werkt langs het touw, trekt aan voorwerpen).
Zwaartekracht (Fz)
Aantrekkingskracht van de aarde op een massa (Fz = m · g).
Valversnelling (g)
Versnelling door zwaartekracht (≈ 9,81 m/s²).
Zwaartepunt
Het punt waar de zwaartekracht lijkt te werken.
Gewicht (gewichtskracht)
De kracht waarmee een voorwerp op een ondersteuning drukt (gelijk aan Fz als er geen versnelling is).
Normaalkracht (Fn)
Kracht loodrecht op een contactoppervlak (tegenwerkend aan gewicht).
Actiekracht
Kracht die een voorwerp uitoefent op een ander.
Reactiekracht
Tegengestelde kracht volgens de 3e wet van Newton.
Derde wet van Newton (actie = -reactie)
Als voorwerp A een kracht uitoefent op B, oefent B een even grote, tegengestelde kracht uit op A.
Schuifwrijvingskracht
Weerstand bij glijden, hangt af van normaalkracht en wrijvingscoëfficiënt (Fw = μ · Fn).
Rolweerstand Kracht
Weerstand bij rollen (afhankelijk van ondergrond en normaalkracht).
Luchtweerstandskracht
Luchtweerstand bij beweging (afhankelijk van snelheid, vorm en frontaal oppervlak).
Krachtevenwicht
De som van alle krachten is nul (geen versnelling).
Samenstellen van krachten
Het optellen van krachten tot één resultante (somkracht).
Somkracht (Fres)
De netto kracht na optelling van alle krachten.
Parallellogramconstructie
Methode om krachten vectorieel op te tellen.
Werklijn
De lijn waarop een krachtvector ligt.
Omgekeerde parallellogramconstructie
Ontbinden van een kracht in componenten.
Ontbinden van een kracht
Een kracht splitsen in componenten (horizontaal en verticaal).
Componenten
Deelkrachten langs bepaalde assen.
Krachtenrechthoek
Rechthoekige ontbinding van een kracht.
Hellingshoek (θ)
Hoek tussen kracht en horizontaal/verticaal.
Draaipunt
Vast punt waarom een hefboom draait.
Hefboom
Een stang die om een draaipunt roteert.
Hefboomwerking
Vergroten/verkleinen van kracht via arm.
Arm van een kracht (r)
Loodrechte afstand van draaipunt tot werklijn.
Hefboomwet
F₁ · r₁ = F₂ · r₂ (momenten evenwicht).
Moment (M)
F · r (kracht × arm).
Factoren waar krachten van afhangen:
Veerkracht (Fv)
Afhankelijk van uitrekking (u) en veerconstante (C).
Zwaartekracht (Fz)
Afhankelijk van massa (m) en valversnelling (g).
Schuifwrijving (Fw)
Afhankelijk van normaalkracht (Fn) en wrijvingscoëfficiënt (μ).
Rolweerstand
Afhankelijk van normaalkracht en rolweerstandscoëfficiënt.
Luchtweerstand
Afhankelijk van snelheid (v), luchtdichtheid (ρ), frontaal oppervlak (A) en stroomlijn (Cw).
Richtingen van krachten:
Spankracht
Werkt langs een touw/kabel, trekt voorwerp naar het touw toe.
Normaalkracht
Staat altijd loodrecht op het contactoppervlak.
Relaties:
Gewicht (Fg) = ?? als een voorwerp stil ligt of met constante snelheid beweegt.
Zwaartekracht (Fz)
Normaalkracht (Fn)
de reactiekracht van de ondergrond op het voorwerp. Bij evenwicht Fn = Fz.
Berekeningen:
Zwaartekracht
Fz = m · g (g = 9,81 N/kg).
Veerkracht
Fv = C · u.
Nettokracht (2e wet Newton)
Fres = m · a.
Actie = -Reactie (3e wet Newton)
F_A-op-B = -F_B-op-A.
Horizontale component
Fx = F · cos(θ).
Verticale component
Fy = F · sin(θ).
Moment (M)
F · r.
Hefboomwet
F₁ · r₁ = F₂ · r₂.