1/39
1.1 Verwerings- & erosieproces 2.1 Geomorfologie Wallonië 2.2 Glaciologie Nederland 2.3 Geomorfologie Vlaanderen 2.4 Kustmorfologie (zie aparte studieset) 2.5 Woestijnmorfologie
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
2 verwerings- en erosieprocessen
1. Endogene processen: betrekking op krachten vanuit Aarde gedreven door hoge temperaturen en druk. (= vulkanenen, aardbevingen & gebergten)
—> geologie
2. Exogene processen: betrekking op krachten die Aarde buitenaf verandert door wind, water en ijs. (= verwering & erosie)
—> geomorfologie
geomorfologie
wetenschap die de vormen van het landschap en de processen die bij het ontstaan daarvan een rol spelen of hebben gespeeld, bestudeert.
5 geografische streken Wallonië
1. Condroz
2. Fagne-Famenne
3. Kalksteenzoom = calestienne
4. Ardennen
5. Belgisch-Lotharingen
2 soorten plooien in de condroz met steen, tijdperk & reliëftype
1. Syncline - holle plooi - kalksteen - Carboon - depressie
2. Anticline - bolle plooi - zandsteen / psammiet - Devoon - kammen
=> komen aan de oppervlakte = dagsomen
Erosietype Condroz
Differentiële erosie: psammiet biedt meer weerstand dan kalksteen tegen erosie —> onstaan golfplaatrelief: afwisseling kammen & depressies
Benaming lus in rivierloop met oever en wat later (Condroz)
Meander
- glij-oever: rivier sedimenteert/afzetten
- stootoever: rivier erodeert
- Later: rivier heeft natuurlijke neiging wijder te worden door lusbeweging, tot 2 bochten in elkaar overlopen
4 fasen ontstaan diepe depressie (Fagne-Famenne) met betekenis (-) en toepassing (•)
1. Zeetransgressie
- Afzetting sedimentatie door opkomende zee
• In Boven-Devoon worden kleisedimenten afgezet door opkomende Devoonzee
2. Diagenese
- Verharden los tot vast sedimentair gesteente door toenemende druk
• Hercynische orogenese/ gebergtevorming druk op losse kleisedimenten, verhard tot kleisteen/ schalie
3. Gelifractie = vorstverwering
- Afbrokkelen gesteente door bevriezen water in kleisteen/schalie in winter omdat volume ijs groter is dan water, zorgt voor splijten steen
• Verharde kleisteen verbrokkeld in kleine stukjes klei door strenge winters in ijstijden
4. Gelifluctie
- Glijden bodem op bevroren ondergrond door doorstroom rivier
• Klein verbrokkelde kleistukjes in warme periodes door insnijdende rivieren meegenomen waardoor diepe depressie ontstaat
Verweringstype gevormd in Kalksteenzoom
Bij chemische verwering wordt dominante gesteente, kalksteen, aangetast door koolzuurhoudend regenwater, waardoor karstverschijnselen (bv: diaklaas & lapiaz) ontstaan.
2 soorten doline (kalksteenzoom)
1. Oplossingsdoline: ontstaan door chemise verwering —> aangetast gesteente door koolzuurhoudend water
2. Instortingsdoline: ontstaan door instorten onderliggende grot
Doorsnedeprofiel Lesse (kalksteenzoom)
Rivier gaat onder in het verdwijngat (=chantoir) en wordt een verdwijnende rivier (=karstrivier), onderbroken door grot (bv: grotten van Ham) omringt door kalksteen , komt weer naar boven in de resurgentiebron (= vauclusebron).
Plateau en flora Ardennen
- Plateau van Hoge venen met veenmossen
Reliëftype Belgisch-Lotharingen
Cuestareliëf: steile noordflank (=cuestafront) & zachthellende zuidflank (=cuestarug).
Getuigenheuvel Land van Herve
Hoefijzervormige heuvelrug bestaat uit krijt, getuigt voorkomen vroeger van een krijtlaag, maar weggeërodeerd door rivieren.
Landschapsvormen land van Herve & typische producten
- Bocagelandschap/Coulissenlandschap —> lanschapsvorm als lapjesdeken van kleine onregelmatige percelen afgeschermd door heggen of muurtjes.
- Hervekaas & Luikse siroop
Cryosfeer
Gebied waar water voorkomt in de vorm van sneeuw, permafrost, pakijs of gletsjers
Vorming Frost en blauw ijs
Smeltwater bevriest & kristalliseert —> van poedersneeuw naar grove kristalsneeuw (=firn).
Dikkere sneeuwlaag —> stijgen druk onderste firnlaag & ijs wordt compacter & verandert in ijs. —> lucht wordt weggeperst, waardoor blauwe kleur ontstaat
= blauw ijs/gletsjerijs —> basis gletsjer
3 delen van de gletsjer
1. Gletsjerpoort: opening bij laagst gelegen uiteinde waar smeltwaterrivier naar buiten stroomt.
2. Gletsjermelk: smeltwater vermengd met geërodeerde rots —> witte kleur
3. Gletjerpuin: Je hebt de zij-, grond-, midden- en eindmorene. De stuwwal/eindmorene is de maximale uitloop.
Erosieve kracht gletsjer
Zorgt voor uitschuren enorme valleien, waardoor een U-dal ontstaat (u-vorm). Wanneer deze opgevuld wordt met water aan de kust, spreken we over een Fjordenkust.
Samenkomst gletsjer (3)
1. Cirque: half- & cirkelvormige vallei door erosie veroorzaakt door 1 gletsjer.
2. Arête: zeer smalle bergkom ontstaan door parallel eroderen 2 gletsjers.
3. Horn: piramidevormige piek ontstaan door naar elkaar toe eroderen 3 gletsjers (Bv: Matterhorn in alpen —> Toblerone).
Transport stenen gletsjers
1. Dropstone: Erosie kan gletsjer meedragen door afgebroken ijsberg, die zal smelten en zo zinkt de steen naar de bodem van de oceaan. Dus afgezet in het water.
2. Zwerfsteen en -klei: Afgezet op het land. Komt niet in België voor door niet aanwezig zijn van ijskap.
Gletsjerkrassen
= Gletsjerstriaties
—> ontstaan door sterke schurende werking van gletsjer.
—> indicatie richting waarin gletsjer bewoog, komen overeen met stroomrichting gletsjer.
Periglaciale landschapsvormen
= landschapsvormen rond gletsjers.
- Pingo: bolvormige heuvel ontstaan door laag bevroren ondergrond opgetild door uitzetten bevroren grondwater (—> hydrostatische druk)
- Pingoruïne: cirkelvormig meer/krater dat ontstaan door gesmolten pingo in warme klimaat. —> Belangrijk klimaatarchief, omdat deze opgevuld geraken met o.a. pollen en zaden van planten in dit veen wordt enorm veel informatie opgeslagen over het klimatologisch verleden.
- Palsa: kleinere opheffing dan pingo.
5 geografische streken Vlaanderen met subgroepen
1. Kuststreek
2. Polders
3. Zandig Vlaanderen
- Waasland
4. Zandlemig Vlaanderen
- Vlaamse Ardennen
- Vlaamse Heuveland (bv: Kemmelberg)
5. Leemstreek
- Henegouwse Leemstreek
- Brabantse leemstreek
- Droog-Haspengouw
- Vochtig-Haspengouw
Soort afzetting met gebieden Vlaanderen
Eolische afzetting: afzetting ontstaan door de windkracht
—> Aeolus: God van de wind
- Zandleem
- Dekzand: geen voedingsstoffen dus slecht voor landbouw, afgezette Vlaamse zand.
- Leem (löss)
Soort sedimentatie en verplaatsingen (Vlaanderen)
Selectieve sedimentatie:
1. Leemdeeltjes: kleine korrelgrootte & legt grootte afstanden met de wind.
2. Zanddeeltjes: grote korrelgrootte & gaat meer noordwaartser liggen.
3. Zandleemdeeltjes: overgangszone
• Rollend: Creep
• Springend: Saltatie
• Zwevend: Suspensie
Wanneer vond deze bodemafzetting plaats
Tijdens de laatste ijstijd (=weichseliaan) vond er zich een bodemafzetting in Vlaanderen plaats door de droge Noordzee & riviervlakten, die zorgde voor het transporteren van losliggend zand & leem. Hierdoor breidde het Arctisch hogederukgebied (= geen neerslag, dus droog) boven de ijskap uit, waardoor krachtige Noordenwind de deeltjes naar Vlaanderen kon meevoeren.
Typische fenomeen in Waasland
Bolle akkers: Akkergrond van buiten naar binnen ploegen m.b.v. moldbord (=gebogen metalen/houten plaat boven ploegscharen, tilt de grond op en naar binnen werpen).
Typische fenomeen in Vlaamse Ardennen
Holle weg: ontstaan in de middeleeuwen, door het gebruik van paard en kar of te voet gaan over de wegen, wordt de bodem samengedrukt en dus verdwijnt de begroeiing.
Ontstaan landschap Vlaamse Ardennen
- Glauconiet werd tot de mineraal Limoniet, die ijzerzandsteen vormt, verweerd door het bloot komen te liggen van de zandbanken bij regressies.
- De doorsnede zand- en kleilagen in de ondergrond gaat lichtjes afhellen naar het noorden door de hercynische orogenese / gebergtevorming.
- Destiaan- of getuigenheuvel, getuigd van het voorkomen van destiaanzand (= Het hoogste punt van de muziekberg) die in de destiaanzee werd afzetting tijdens het Neogeen.
Activiteiten in Haspengouw
- Droog-Haspengouw: doorlaatbare bodem, bestaande uit een krijtlaag. Goed voor de landbouw.
- Vochtig-Haspengouw: ondoorlaatbare bodem, bestaande uit een vochtige leemgrond. Slecht voor de landbouw, hier wordt aan fruitteelt gedaan op grote weilanden.
- Fruitstreek ligt ertussen.
Gesteente & plassen Maasland
- Grind gedateerd uit ijstijden: Door Fysische verwering gingen rotsen stukvriezen tot brokstukken en kwamen op bevroren rivieren terecht, die tijdens de zomer smolten en zo zicht over de rivierbedding zicht ging voortbewegen (door de rollende beweging noem je het rolkeien). Om 1 000den jaren later in de maas terecht te komen en af gezet te worden in het Maasland.
- Maas- & grindplassen: ontstaan na WO I & II, door de enorme vraag naar beton, dus veel grind ontgonnen werd en er putten ontstonden die later ongevuld bleven.
3 soorten verwering met vorm verwering (-) & uitleg (•)
= vast gesteente verbrokkelt tot losser gesteente, zonder te verplaatsen.
1. Exploitatie/woestijnverwering
- Fysische/mechanische verwering
• Gesteente overdag sterk verhit en 's nachts sterk afgekoelt met een temperatuurverschil van meer dan 60° C. De buitenste laag gaat inkrimpen & uitzetten door de slechte geleiding & zo later ook gaat loslaten.
2. Hydratatie
= proces waarbij mineralen in het gesteente water gaat opnemen
- Fysische/mechanische verwering
• Het gesteente vergroot in omvang en het vaste verband gaat verloren. De gehydrateerde mineralen worden zachter & oplosbaarder, bijvoorbeeld kleimineralen (= schalie & leisteen) die uit kleine evenwichtige plaatsen opgebouwd zijn en veel water kunnen opnemen. Hierdoor zwelt het losse materiaal en ontstaan er barstjes.
3. Sferoïdale-/wolzakverwering
- Biologische/orogenese verwering
• Er gaat meer exogene krachten gaan werken op de hoekige kanten van een gesteente, waardoor die meer afgerond worden.
• Door de (instraling Zon) & temperatuurverschillen in woestijn, kan de gesteenten als 1 geheel splijten = kernsprung.
• Devils Marbles = knikkers van duivels
3 soorten massatransport
= verplaatsten materiaal onder invloed van zwaartekrachten.
1. Bodemkruip/Creep
- Te herkennen bij kromming onderaan bij bomen of scheuren in huizen.
• Trage beweging bovenste losse laag, door afwisselend uitzetten en inkrimpen bodem ten gevolge van afwisselende vochtopname & -uitdroging. Hierdoor gaan de bodemdeeltjes langzaam neerwaarts verplaatsen.
2. Afglijding/slump
• Samenhangende massa van los materiaal glijdt van de helling op een glijvlak bestaande uit water verzadigde klei.
3. Colluvium
= Het opnieuw afzetten van geërodeerd materiaal
• Regendruppels die op een kale bodem terecht komen, oefenen een grote kracht uit op kleine bodempartikels en zo alle kanten wegspatten (=spaterosie).
2 maatregelen tegen bodemerosie
1. Groenbedekker
- gele mosterd, klavers & gras
• Ingezaaid na de oogst om bodem optimaal te beschermen tijdens winter.
2. Mulching
• Achterlaten verhakselde gewasresten van vorige oogst om spaterosie tegen te gaan.
Wadi
Rivierdal in droge gebieden dat gedurende het grootste deel van het jaar droog ligt.
Deflatie
Wegblazen van zand door de wind
3 woestijntypes
1. Zandwoestijn = erg
2. Rotswoestijn = hamada
3. Steenwoestijn = reg
Invloed corrasie
= Erosieproces waarbij zanddeeltjes met grote snelheid getransporteerd worden en zo andere gesteenten aanvreet & 'zandstraalt'.
- Vorming paddenstoelenrots
Duintypes & woestijn Namibië
1. Dwarsduin
2. Sikkelduin / Barchaan
3. Lengteduin / seif
4. Sterduin —> Big Daddy
• Namib
Levenscyclus duin
1. Embryonale duin
- Zeeraket & longkruid
2. Voorduin
- Biestarwegras
3. Witte duin
- Helmgras & blauwe zandhaver
4. Parabool duin
- Geen begroeiing in windkuil
• Een panne: Een uitgewaaide depressie, ontstaan door het te hoog groeien van de duin, waardoor het helmgras, dat het zand vasthoudt, het grondwater niet meer kan bereiken en hierdoor afsterft en het zand weggeblazen wordt.
5. Zwarte duin
- Duindoorn