Onregelmatige werkwoorden-Karteikarten | Quizlet

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

100 Terms

1
New cards

beißen

bijten beet beten gebeten

2
New cards

greifen

grijpen greep grepen gegrepen greifen

3
New cards

bleiben

blijven bleef bleven gebleven

4
New cards

gleiten

glijden gleed gleden gegleden

5
New cards

schauen

kijken keek keken gekeken

6
New cards

leiden

lijden leed leden geleden

7
New cards

meiden

mijden meed meden gemeden

8
New cards

scheinen

lijken leek leken geleken

9
New cards

reiten, fahren

rijden reed reden gereden

10
New cards

scheinen

schijnen scheen schenen geschenen

11
New cards

schreiben

schrijven schreef schreven geschreven

12
New cards

schneiden

snijden sneed sneden gesneden

13
New cards

steigen

stijgen steeg stegen gestegen

14
New cards

streichen, bügeln

strijken

streek streken gestreken

15
New cards

verschwinden

verdwijnen verdween verdwenen verdwenen

16
New cards

zeigen

wijzen wees wezen gewezen

17
New cards

schweigen

zwijgen

zweeg zwegen gezwegen

18
New cards

beginnen

beginnen, begon begonnen, is begonnen

19
New cards

binden

binden bond bonden gebonden

20
New cards

trinken

drinken dronk dronken gedronken

21
New cards

zwingen

dwingen dwong dwongen gedwongen

22
New cards

klettern

klimmen klom klommen geklommen

23
New cards

klingen

klinken klonk klonken geklonken

24
New cards

schrumpfen

krimpen kromp krompen gekrompen

25
New cards

erschrecken

schrikken schrok schrokken geschrokken

26
New cards

springen

springen sprong sprongen gesprongen

27
New cards

ausdenken

verzinnen verzon verzonnen verzonnen

28
New cards

finden

vinden vond vonden gevonden

29
New cards

singen

zingen zong zongen gezongen

30
New cards

gewinnen

winnen won wonnen gewonnen

31
New cards

sinken

zinken zonk zonken gezonken

32
New cards

bieten

bieden bood boden geboden

33
New cards

genießen

genieten genoot genoten genoten

34
New cards

gießen

gieten goot goten gegoten

35
New cards

wählen

kiezen koos kozen gekozen

36
New cards

lügen

liegen loog logen gelogen

37
New cards

schießen

schieten schoot schoten geschoten

38
New cards

fliegen

vliegen vloog vlogen gevlogen

39
New cards

beten

bidden bad baden gebeden

40
New cards

liegen

liggen lag lagen gelegen

41
New cards

sitzen

zitten zat zaten gezeten

42
New cards

brechen

breken brak braken gebroken

43
New cards

nehmen

nemen nam namen genomen

44
New cards

sprechen

spreken sprak spraken gesproken

45
New cards

stechen

steken stak staken gestoken

46
New cards

stehlen

stelen stal stalen gestolen

47
New cards

essen

eten at aten gegeten

48
New cards

geben

geven gaf gaven gegeven

49
New cards

lesen

lezen las lazen gelezen

50
New cards

messen

meten mat maten gemeten

51
New cards

vergessen

vergeten, vergat, vergaten, is vergeten

52
New cards

gelten

gelden gold golden gegolden

53
New cards

schenken

schenken schonk schonken geschonken

54
New cards

ziehen

trekken trok trokken getrokken

55
New cards

kämpfen

vechten vocht vochten gevochten

56
New cards

senden

zenden zond zonden gezonden

57
New cards

schwimmen

zwemmen zwom zwommen gezwommen

58
New cards

verderben

bederven bedierf bedierven bedorven

59
New cards

helfen

helpen hielp hielpen geholpen

60
New cards

sterben

sterven stierf stierven gestorven

61
New cards

werfen

werpen wierp wierpen geworpen

62
New cards

biegen

buigen boog bogen gebogen

63
New cards

riechen

ruiken rook roken geroken

64
New cards

schließen

sluiten sloot sloten gesloten

65
New cards

tragen

dragen droeg droegen gedragen

66
New cards

hängen

hangen hing hingen gehangen

67
New cards

lassen

laten liet lieten gelaten

68
New cards

laufen

lopen liep liepen gelopen

69
New cards

rufen

roepen riep riepen geroepen

70
New cards

rasieren

scheren schoor schoren geschoren

71
New cards

schlafen

slapen sliep sliepen geslapen

72
New cards

fallen

vallen viel vielen gevallen

73
New cards

fangen

vangen ving vingen gevangen

74
New cards

fahren

varen voer voeren gevaren

75
New cards

bewegen

wegen woog wogen gewogen

76
New cards

tun

doen deed deden gedaan

77
New cards

gehen

gaan ging gingen gegaan

78
New cards

halten/lieben

houden hield hielden gehouden

79
New cards

kommen

komen kwam kwamen gekomen

80
New cards

schlagen

slaan sloeg sloegen geslagen

81
New cards

stehen

staan stond stonden gestaan

82
New cards

verlieren

verliezen verloor verloren verloren

83
New cards

wissen

weten wist wisten geweten

84
New cards

frieren

vriezen vroor vroren gevroren

85
New cards

sehen

zien zag zagen gezien

86
New cards

backen

bakken bakte bakten gebakken

87
New cards

bringen

brengen bracht brachten gebracht

88
New cards

denken

denken dacht dachten gedacht

89
New cards

heißen

heten heette heetten geheten

90
New cards

kaufen

kopen kocht kochten gekocht

91
New cards

lachen

lachen lachte lachten gelachen

92
New cards

raten

raden raadde raadden geraden

93
New cards

scheiden

scheiden scheidde scheidden gescheiden

94
New cards

fragen

vragen vroeg vroegen gevraagd

95
New cards

waschen

wassen waste wasten gewassen

96
New cards

sagen

zeggen zei zeiden gezegd

97
New cards

suchen

zoeken zocht zochten gezocht

98
New cards

sein

zijn was waren geweest

99
New cards

haben

hebben had hadden gehad

100
New cards

werden

worden werd werden geworden