1/9
Deze flashcards zijn gericht op de kernconcepten en definities met betrekking tot antisociaal gedrag, risicofactoren en diagnostische criteria, zoals behandeld in de cursus over ontwikkeling en psychopathologie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Antisociaal gedrag
Leeftijdsinadequate handelingen en houdingen die anderen schaden en de normen van anderen of de maatschappij schenden.
Risicofactoren ontwikkelingspaden
Factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van antisociaal gedrag, zoals persoonlijke eigenschappen en omgevingsinvloeden.
Oppositie gedrag
Gedrag dat zich uit in driftbuien en ongehoorzaamheid, vaak te zien bij jongeren met gedragsproblemen.
DSM-5
Het diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen, dat gedragsproblemen categoriseert.
Comorbiditeit
De aanwezigheid van meerdere aandoeningen of stoornissen bij dezelfde patiënt.
Hostile attribution bias
De neiging om neutrale of positieve interacties te interpreteren als vijandig of bedreigend, wat kan leiden tot agressief gedrag.
Eénoudergezinnen
Gezinnen waarin een kind of kinderen opgroeien met slechts één ouder, wat kan bijdragen aan antisociaal gedrag.
Peer reinforcement
Het proces waarbij jongeren gedrag van leeftijdsgenoten overnemen of bekrachtigen, vaak leidt dit tot antisociaal gedrag.
Gen-omgevingscorrelatie
De interactie tussen genetische kwetsbaarheid en de omgeving die kan bijdragen aan antisociaal gedrag.
Cascade model
Een model dat de opeenhoping van risicofactoren beschrijft die leiden tot antisociaal gedrag.