1/45
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
temperament (vroeger)
focus op kinderen en jongeren, nadruk op genetisch aanleg
PH (vroeger)
focus op volwassenen, nadruk op rol v ervaringen/ omgeving
dimensioneel
o Variatie op een continuüm
o Versch dimensies
typologisch
o Onderscheid tss versch types
o Vaak obv meerdere dimensies tegelijk
dimensionele perspectieven
Rothbart
Gray
5 factoren model
Rothbart
Theorie over temperament in levensloopperspectief (v baby tot hoge ouderdom)
Vragenlijsten voor elke leeftijdsgroep
Gaat in tegen oude werk v Thomas & Chess
# dimensies centraal in model
Gray
• Werk rond BIS en BAS
• Sterkte reactiviteit hersenen
5 factoren model
persoonlijkheidsmodel
Nigg
Vat literatuur (tot dan, 2006) samen → wat betekent het om extreme positie te hebben, in termen v psychopathologie
Versch benaderingen representeren ind verschillen in brede domeinen die minstens deels overlappen
toenadering/approach
Pos reactiviteit (Rothbart), BAS sensitiviteit (Gray), extraversie (5FM)
- Zowel affectief als motivationele reactiviteit
toenadering: affectief
gemak waarmee men pos emoties ervaart (pos affectiviteit/PA)
toenadering: motivationeel
beloningsgevoeligheid, verschillen v elkaar in dingen die we prettig vinden en het streven hiernaar
hoog (toenadering)
Overmatige pos emoties → manie
Drang naar onmiddellijke behoeftebevrediging → verslaving
Sensatiezoekend gedrag → impulsieve gedragsproblemen
Vergeten vaak rekening te houden met anderen
laag (toenadering)
Lusteloosheid en onvermogen pos emoties te ervaren → anhedonische depressie
anhedonische depressie
afwezigheid v zin in dingen, v je blij voelen…
vermijding
Neg reactiviteit (Rothbart), BIS sensitiviteit (Gray), neuroticisme (5FM)
- Zowel affectief als motivationeel
vermijding: affectief
gemak waarmee men neg emoties ervaart (neg affectiviteit/NA)
vermijding: motivationeel
strafgevoeligheid, neiging om dingen die slecht zullen uitdraaien te vermijden
hoog (vermijding)
Hoge fysiologische reactiviteit
Overmatige neg emoties (heel intensief en makkelijker) → internaliserende problemen, irriteerbaarheid
Neiging om potentieel neg sit’s te vermijden
irriteerbaarheid
associatie externaliserende problemen, emotie gerelateerde problematieken
laag (vermijding)
Lage fysiologische reactiviteit
Onbevreesdheid
Lage strafgevoeligheid → psychopathie
Ook lagere pijnreactiviteit
onbevreesdheid
niet terugschrikken neg gevolgen of neg dingen die gebeuren
regulatie
Effortful control (Rothbart), gewetensvolheid (5FM)
Hoe goed je kan worden in zelfregulatie is deels temperamentsgebonden en dus aanboren → Rothbart
Capaciteit tot aandachts- en gedragsregulatie
Focussen en shiften v aandacht
Inhibitie en activatie v gedrag
inhibitie gedrag
bv les niet zomaar verlaten om eten te gaan halen als je honger hebt
activatie gedrag
bv echt geen zin om op te staan, maar jezelf toch activeren om op te staan en naar de les te gaan
hoog (regulatie)
bevorderende factor
laag (regulatie)
Gebrek aan aandachts- en gedragscontrole
Typisch voor ADHD
Verhoogt kwetsbaarheid voor waaier aan problematieken afhankelijk v positie op de andere dimensies
affiliatie
Affiliatie (Rothbart), vriendelijkheid (5FM)
- Iets minder aandacht voor in theorie
- Sociaalgerichtheid, andere begrijpen en welzijn anderen
laag (affiliatie)
Gebrek aan empathie → psychopathische kenmerken
Typisch voor jongeren met ernstige gedragsstoornissen/ -problemen en psychopathische kenmerken
typologisch perspectief
Dunedin study: temperamentskenmerken op 3j voorspellen PH kenmerken in de jonge volwassenheid
person-centered
meerdere aspecten tegelijk bekijken
“does a child who is shy, active and difficult to soothe develop differently from a child who is active, highly sociable and easy to comfort?”
initiële typologie
goed aangepast
confident
reserved
ongecontroleerd
inhibited
goed aangepast/well adjusted
40%
Beetje gereserveerd in het begin, maar deden uiteindelijk goed mee
Initieel terughoudend, maar kwamenlos doorheen taken
confident
28%
Vanaf begin zelfverzekerd, geen scheidingsangst, heel responsief en goed aanpassen
reserved
15%
Sneller ongemak, maar zonder dat het interfereert met prestaties
Gewoon wat verlegener en zelfkritischer, doen wel goed mee
ongecontroleerd/undercontrolled
10%
Heel snel afgeleid, impulsief gedrag en niet stilzitten, niet echt plezier beleven
Storend gedrag
inhibited
7%
Extreem verlegen en angstig, zeggen zo goed als niks, erg v streek en verstrooid, zeker niet impulsief
associaties temperament/PH en psychopathologie
spectrummodel
kwetsbaarheidsmodel
pathoplastiemodel
complicatie- of littekenmodel
spectrummodel
temperament, PH en psychopathologie niet per se versch dingen, continuïteit
er zijn gedeelde etiologische factoren
normaal en abnormaal functioneren in elkaar verlengde
psychopathologie (spectrummodel)
extreme posities op zo’n dimensie
kwetsbaarheidsmodel
psychopathologie en temperament wel verschillend
PH kan kwetsbaarheidsfactor vertegenwoordigen
Blootstelling aan risico: sterker voorspellend voor psychopathologie als je over bep PHkenmerken bezit
bep PHkenmerken maken je kwetsbaarder (of werken juist bufferend) voor ontwikkeling psychopathologie
diathese-stress model
Traumatische gebeurtenis bij kwetsbare en weerbare mensen
De kwetsbare mensen ervaren veel meer impact ervan
Dus: interactie tss risicofactor en PHkenmerken
pathoplastiemodel
PH en psychopathologie zijn versch dingen
Maar geen echte etiologische rol v PH in ontstaan v psychopathologie
Maar PH kan wel factor zijn die maakt dat psychopathologie zich op andere manier manifesteert
complicatie
tijdelijk
litteken
permanente impact
complicatie en litteken model
Mate waarin psychopathologie voorspellend is voor verandering v PH
Dus: nood aan het meten v PH voor en na psychopathologie
PH kenmerken niet meer hetzelfde als premorbide
Doormaken ernstige psychopathologische periode: interfereren met ontwikkeling PH