1/67
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
welke verschillende soorten kiemen kunnen zich bevinden in melk
- aerobe kiemen:
zij hebben zuurstof nodig om te overleven
- anaerobe kiemen:
zij hebben geen zuurstof nodig om te overleven
- psychrofiele kiemen:
deze kiemen houden van koude temperaturen en groeien het beste tussen 0-15°c, hun aantal stijgt tijden gekoelde opslag
- mesofiele kiemen:
houden van een gemiddelde temperatuur tussen de 20-45°C, komen voor in mensen, dieren en de meeste omgevingen
- thermofiele kiemen:
zij houden van hoge temperaturen tussen de 45-80°C of hoger, zij overleven pasteurisatie en zijn endosporevormers
- faecale bacteriën:
bevinden zich in rauwe melk door een slechte hygiëne
wat word gebruikt als maat voor de microbiologische kwaliteit van rauwe melk
het mesofiel aeroob kiemgetal word gebruikt als maat voor de microbiologische kwaliteit van rauwe melk
wat word er bedoeld met het kiemgetal
met het kiemgetal wordt het aantal kiemen per ml melk aangeduid dat op een rijke, vaste voedingsbodem in staat is om een kolonie te vormen bedoeld
hoe worden de kiemen bepaald in het geval van het mesofiel aeroob kiemgetal
in het geval van het mesofiel aeroob kiemgetal worden die kiemen in de melk bepaald die bij 37°C onder aerobe omstandigheden op een rijke, vaste voedingsbodem zich kunnen vermenigvuldigen en aldus een kolonie kunnen geven
wanneer voldoet de melk aan de norm als we het hebben over het mesofiel aeroob kiemgetal
een kiemgetal van rauwe melk dat hoger ligt dan 100 000 kiemen per ml duidt op een hygiëneprobleem tijdens de melkwinning of op verkeerde bewaaromstandigheden
normaal gezien zijn kiemgetallen lager dan 20 000 kiemen per ml melk gemakkelijk haalbaar voor de landbouwer
wat veroorzaken psychotrofe mesofiele micro-organismen in grote hoeveelheden in rauwe melk
in grote aantallen veroorzaken de psychrotrofe mesofiele micro-organismen bederf van rauwe melk door het ontstaan van geur- en smaak afwijkingen
wat word gebruikt als indicator voor hygiëne in de veehouderij
de aanwezigheid van endosporen afkomstig van boterzuurbacteriën in rauwe melk wijst op fecale besmetting en wordt daarom gebruikt als indicator voor hygiëne in de veehouderij
in rauwe melk dienen sporen van boterzuurbacteriën afwezig te zijn
het aantal coliformen dat in gepasteuriseerde melk aanwezig is wordt ook gebruikt als indicator voor besmetting na pasteurisatie
voor wat zijn thermoresistente micro-organismen van belang in rouwe melk
thermoresistente micro-organismen zijn voor de kwaliteit van gepasteuriseerde melk van belang omdat deze micro-organismen in staat zijn het pasteurisatieproces te overleven
welke kiemen zijn niet van belang in rauwe melk
de pathogene Clostridia is niet belangrijk in rauwe melk omdat deze micro-organismen zich normaal gesproken niet in melk kunnen ontwikkelen
Bacillus cereus groeit langzaam in gekoelde melk en alleen grote aantallen van dit micro-organisme kunnen voedselvergifteging veroorzaken
omschrijf hoe de ophaling en bemonstering van melk gebeurd
het aantal melkophalingen bij een melkveehouder is vastegelegd op minstens drie keer per week
het interval tussen de twee ophalingen mag echter nooit langer dan 72 uur zijn
bij iedere ophaling wordt een monster van de rauwe melk genomen, het nemen van een melkmonster gebeurt met een mechanisch bemonsteringsapparaat dat gemonteerd staat op de rijdende melk ontvangst (RMO)
voor het laden van de melk begint word er een monster uit de melktank genomen om de zuiverheid en de kwaliteit van de melk te bepalen, dit monster word bewaard in een koelbox die in de koelruimte van de zuivelfabriek staat
de temperatuur in de koelruimte mag niet meer dan 4°C bedragen en wordt constant gecontroleerd
de melkmonsters worden dagelijks opgehaald door de instantie die instaat voor de kwaliteitsbepaling met name het melkcontrolecentrum Vlaanderen (MCC-Vlaanderen)
bij elke melkophaling worden het vet-, eiwit en ureumgehalte, de remstoffen en het vriespunt bepaald
om de hoeveeltijd word het kiemgetal bepaald
minstens tweemaal per maand wordt het kiemgetal van de individuele melkleveringen bepaald, de uiteindelijke maanduitslag wordt berekend onder de vorm van het geometrisch gemiddelde van alle bepalingen tijdens de laatse twee maanden
hoe bereken je geometrische gemiddelde van het kiemgetal
het geometrische gemiddelde hiervan is te berekenen als de vierdemachtswortel van het product van de 4 afzonderlijke cijfers
wanneer is het kiemgetal niet goed
wanneer het kiemgetal zich onder de 100 000 bevind voldoet de rauwe melk aan de norm
wanneer het kiemgetal zich boven de 100 000 bevind dan worden er starfpunten uitgedeeld, indien vier opeenvolgende maanduitslagen niet beantwoorden aan de norm dan komt er een leveringsverbod van kracht
wat is het kiemgetal
het kiemgetal is een maatstaaf voor de hygiënische kwaliteit van de rauwe melk
mogelijke bronnen van een verhoogd kiemgetal zijn uierontsteking, mest en ander vuil in de melk, slecht gereinigde installatie en onvoldoende koeling
tussen welke temperaturen kunnen we melk het best bewaren
melk moet bewaard worden tussen 2 en 4°C om groei van micro-organismen te remmen
wat is het celgetal
het celgetal verwijst naar het totale aantal lichaamscellen (= somatische cellen) aanwezig per ml melk, deze lichaamscellen bestaan hoofdzakelijk uit afgestorven uiercellen en witte bloedcellen
het celgetal kan bepaald worden door het totale aantal aanwezige cellen in een bepaalde hoeveelheid melk te tellen onder de microscoop of door een geautomatiseerde machine zoals de flowcytometrie
viermaal per maand wordt een celgetalbepaling uitgevoerd
wanneer voldoet de melk aan de norm van de celgetalbepaling
wanneer de celgetalbepaling onder de 400 000 zit voldoet deze aan de norm
wanneer de celgetalbepaling boven de 400 000 zit worden er strafpunten aangerekend, indien vier opeenvolgende maanduitslagen niet beantwoorden aan de norm, dan komt er een leveringsverbod van kracht
wat is de ideale celgetalbepaling waarde voor melk
ideaal is streven naar een celgetal van de tankmelk dat onder de 200 000 cellen/ml ligt, omdat dit overeenstemt met een klinisch gezonde veestapel
een te hoog celgetal van de tankmelk kan te wijten zijn aan uierinfecties van de koe
wat word er tweemaal per maand bepaald om een IKM-certificaat te behalen
voor het behalen van het IKM-certificaat wordt 2x per maand het coligetal bepaald
IKM staat voor integrale kwaliteitszorg melk
wat is de coligetalbepaling
het coligetal is een maat voor het totaal aantal coliforme bacteriën in de tankmelk
aan wat word een hoog coligetal veroorzaakt
een te hoog coligetal wordt vrijwel altijd veroorzaakt door vervuiling van de melk met mestdeeltjes tijdens de melkwinning, door een vervuiling in de melkinstallatie of door fouten bij de bewaring van melk
een verhoogd coligetal zal slechts in uitzonderlijke gevallen veroorzaakt worden door de koeien zelf
wanneer voldoet de melk aan de norm van het coligetal
wanneer de waarde onder de 50 is voldoet de melk aan het coligetal
wat is de remstoffenproef
bij elke melkophaling wordt nagegaan of er zich geen stoffen in de melk bevinden die de groei van bacteriën remmen, het gaat hier voornamelijk om het detecteren van antibiotica maar ook de aanwezigheid van andere therapeutica zoals anti-inflammatoire stoffen en anti-parasitaire stoffen worden gecontroleerd
op welke twee manieren kan je remstoffenproef uitvoeren
- de SNAP-test:
er wordt gebruik gemaakt van een gemerkt antilichaam gericht tegen het op te sporen antibioticum
- de COPAN-test:
dit is een groeitest waar gebruik gemaakt wordt van buisjes gevuld met een voedingsbodem en endosporen van Bacillus stearothermophilus
nadat deze word toegevoegd aan de melkstaal word het buisje geïncubeerd bij 64°C
indien er antibiotica in de melkstaal aanwezig is dan kan er geen groei van de bacterie optreden, wordt er dus ook geen glucose gefermenteerd en treedt er bijgevolg ook geen verzuring op en aldus geen geelkleuring van de voedingsbodem
het al dan niet detecteren van antibiotica is dus gelinkt respectievelijk aan het niet of wel geelkleuren van de voedingsbodem
wat is de vriespuntbepaling
minstens 1x per maand wordt een vriespuntsbepaling uitgevoerd, melk heeft normaal een vriespunt van ongeveer -0,530
een afwijking dichter bij 0°C is een aanduiding voor de aanwezigheid van extra water in de melk
van zodar er geconstateerd word dat het vriespunt hoger is dan -0,510°C worden strafpunten aangerekend
( voor aan de norm te voldoen moet de melk dus een vriespunt hebben dat evenveel of minder als 0,510°C is)
wat is de filtratieproef
maandelijks wordt met behulp van een filtratieproef nagegaan in welke mate zichtbare onzuiverheden aanwezig zijn in de melk
bij de filtratieproef wordt een bepaalde hoeveelheid melk door een wattenschijf of membraam geperst of gezogen waardoor de verontreineging op de wattenschijf of het membraam achterblijft
bij onvoldoende resultaat worden strafpunten aangerekend
( de melk voldoet dus aan de norm wanneer er geen zichtbaar vuil aanwezig is)
wat zijn de voorwaarde waaraan melk moet voldoen om een IKM-certificaat te verkrijgen
de voorwaarde voor IKM-certificatie zijn de volgende:
kiemgetal: minder of gelijk aan 50 000 kiemen/ml
coligetal: minder of gelijk aan 50 coli-achtigen/ml
celgetal: minder of gelijk aan 350 000 cellen/ml
remstoffen: nultolerantie
(IKM = integrale kwaliteitszorg melk)
wat is de betekenis van cfu of kve
- cfu: colont forming unit
- kve: kolonievormende eenheid
dit zijn levende kiemen die in staat zijn om een kolonie te vormen
geef een voordelen van de kwaliteitsbepaling van rauwe melk en de daaruit volgende betaling volgens het strafpuntensysteem
voordeen:
de melk die voldoet aan de strenge normen word op deze manier beter uitbetaald
producenten van slechte melk lopen zware cumulatieve strafpunten en afhoudingen op en worden zo wellicht zwaar ontmoedigd om op die manier verder te werken
het strafpunten systeem lijkt een eerlijk en gemakkelijk verstaanbaar instrument in het verdere streven naar de productie van kwaliteitsmelk
wat is het doel van dit praktisch luik
het doel van dit praktisch luik is het bepalen van het kiemgetal van rauwe melk, met name het aeroob mesofiel kiemgetal
meer specifiek gaat het hier over het bepalen van het aantal kweekbare aerobe mesofiele micro-organismen in een staal rauwe melk volgens de gietplaatmethode
leg uit wat het kiemgetal is
het kiemgetal is een maat voor het aantal kiemen dat zich bevindt in een bepaalde hoeveelheid staal
of
het aantal kiemen, die een kolonie kunnen vormen op een voedingsbodem aanwezig in een bepaalde hoeveelheid product
het resultaat van een kiemgetalbepaling wordt steeds uitgedrukt in het aantal kolonievormende eenheden (kve) of colony forming units (cfu) per ml rauwe melk
wat word er bedoeld met een kiem
met een kiem wordt het aantal cellen bedoeld die in staat zijn om nakomelingen te geven op een vaste, rijke voedingsbodem
omschrijf de werkwijze van de kiemgetal bepaling
een bepaalde hoeveelheid rauwe melk wordt in een lege petriplaat gemengd met een voedingsbodem via de gietplaatmethode
de petriplaat wordt geincubeerd bij een temperatuur van 37° in de aanwezigheid van zuurstof
het aantal kolonies tellen om het aantal kiemen in de staal te bepalen, het aantal getelde kolonies is gelijk aan het aantal kiemen aanwezig in de uitgeplate hoeveelheid staal
welke zijn de belangrijkste aspecten bij de werkwijze van de kiemgetalbepaling
- er moet steriel gewerkt worden:
aangezien in de omgeving kiemen alom aanwezig zijn, moet er gewerkt worden onder steriele omstandigheden met een steriele voedingsbodem en steriel materiaal
- verdunningsreeks aanleggen:
afhankelijk van de microbiele belasting moet er eventueel een verduningsreeks van het te onderzoeken staal aangelegd worden
wanneer er verwacht word dat het aantal kolonies meer als 300 zal zijn moeten er één of meerdere verdunningen van dit staak moeten worden aangelegd
- geschikte voedingsbodem:
een hoeveelheid van het te onderzoeken staal moet uitgeplaat worden op een geschikte voedingsbodem
een belangrijke voorwaarde hierbij is dat de kiemen goed kunnen groeien op de gebruikte voedingsbodem
- optimale groeicondities:
de beënte voedingsbodem moet onder optimale groeicondities geïncubeerd worden
vooral de temperatuur en de zuustofconcentratie spelen hierbij een belangrijke rol en worden bepaald door de soort kiemen die moeten geteld worden
- tellen van het aantal kolonies:
na incubatie worden de kolonies geteld, met behulp van een stift worden tijdens het tellen de kolonies op de onderzijde van de petriplaat aangestipt zodat er geen dubbele tellingen ontstaan
het tellen van het aantal kolonies kan ook met behulp van een kolonieteller gebeuren
- bereken van het kiemgetal:
finaal word het aantal getelde kolonies omgerekend naar het kiemgetal rekening houdende met de uitgeplate hoeveelheid product en de eventuele verdunningsfactor
welke methodes zijn er om het kiemgetal te bepalen
er zijn verschillende methoden mogelijk:
de strijkplaatmethode
de gietplaatmethode
leg de gietplaat methode en de strijkplaatmethode uit
- de gietplaatmethode:
bepaalde hoeveelheid staal in lege pertriplaat
geautoclabeerde en tot 45° afgekoede voedingsbodem met agar toevoegen en laten stollen
incuberen bij de gewenste temperatuur
- de strijkplaatmethode:
vaste voedingsbodem in petriplaat
bepaalde hoebeelheid staal uitstrijken met drigalski-spatel
incuberen bij de gewenste temperatuur
wat is het verschil in resultaat na incubatie tussen de gietplaat- en strijkplaat- methode
positie van de kolonies:
- strijkplaat:
kolonies uitsluitend aan het oppervlak van de voedingsbodem
- gietplaat:
kolonies over de ganse diepte van de voedingsbodel
waarom word er soms een verdunningsfactor aangelegd
meestal word een verdunningsreeks aangelegd wanneer het aantal bacteriën zo hoog is dat ze ontelbaar worden
bruikbare telresultaten voor kiemgetalbepaling ligt tussen de 10 en 300 kolonies
in wat word een verdunningsreeks altijd aangemaakt
wanneer er een verdunningsreek word aangeleg word deze steeds aangemaakt in een zoutoplossing zoals de Ringer-oplossing
leg uit wat de Ringer-oplossing is
dit is een vloeistof waarvan de osmotische druk gelijk is aan de intracellulaire osmotische druk
(de osmotische druk in de cel)
waarom kunne we geen water gebruiken voor de verdunning aan te leggen
indien er voor de verdunning water wordt gebruikt dan is de osmotische druk van de omgeving lager dan de intracellulaire osmotische druk
door de wetten van de osmose, waarbij gestreefd wordt naar een gelijke osmotische druk zullen de cellen via diffusie water opnemen, waardoor ze finaal openbarsten
het gevolg hiervan is dat het verkregen kiemgetal lager zou liggen dan het werkelijke kiemgetal, vandaar het gebruik van de zoutoplossing
( dezelfde regels gelden voor demi water en in de andere richting met een sterk geconcentreerde zoutoplossing)
is demi water steriel
nee:
omdat het endosporen bevat
omdat er turgordruk ontstaat: de celwand zorgt voor tegendruk, waardoor de bacterie niet onbeperkt opzwelt
uit wat bestaat de bacteriële wand
uit:
cytoplasmatisch membraam
de celwand
de glycocalyx
wat is de lading van het cytoplasmatisch membraam
negatief, omdat het membraam vooral bestaat uit fosfolipiden die een negatief geladen fosfaatgroep bezitten in hun kop
welke lading heeft de celwand
de celwand heeft een negatieve lading omdat:
het buitenste membraam bestaat uit fosfolipiden die een negatief geladen fosfaatgroep in hun kop hebben
de bacteriën bevatten teichoïnezuren of lipopolysacchariden (LPS) die negatieve suiker groepen en fosfaten bevatten
bacteriën bevatten ook peptidoglycaan die veel negatieve suikers bevat
voor wat zorgt de Ringer-oplossing
de Ringer oplossing zorgt voor de stabilisatie van de bacteriële wand de kationen stabiliseren de vele negatieve ladingen
omschrijf hoe je de ringer oplssing moet voorbereiden
voeg 1 Ringer-tablet toe aan 500ml demi water
verdeel de oplossing in glazen proefbuisjes met een metalen dop, 9ml per buisje
autoclaveer de buisjes op 121°, 21min, 1 atmosfeer overdruk
9ml Ringer + 1ml staal = 10x verdunning = 1/10 verdunning = 10 tot -1 verdunning
omschrijf hoe je steriel moet werken in functie van het aanleggen van verdunningen
werktafel ontsmetten met dettol
handen ontsmetten met 70% ethanol
werken rond de bunsenbrander
steriel materiaal gebruiken: pietten, proefbuizen met Ringer, petriplaten, voedingsbodem
omschrijf de geschikte voedingsbodem voor rauwe melk
op de gekoze voedingsbodem moeten alle aanwezige kiemen kunne groeien, dit is in de praktijk echter onmogelijk daarom streven we naar de meest geschilte voedingsbodem te zoeken
voor rauwe melk is dit de plate count milk agar pf PCSMA
PCA (algemene rijke voedingsbodem) met magere melk
omschrijf hoe je de voedingsbodem moet voorbereiden
voeg 10,25g PCA en 0,5g SMP toe aan 0,5 liter demi water in een glazen fes met dop toe
meng het mengsel op met een roerstaafje op de magentische roerder
autoclaveer op 121°, 21min, 1 atmosfeer overdruk
meng de uitgezakte agar op om het homogeen te verdelen
laat het de bodem afkoelen tot 45° in een warmwaterbad
omschrijf de werkwijze bij de kiemgetalbepaling via de gietplaatmethode
shrijf je naam, datum en verdunningsfactor op de zijkant van de bodem van de petriplaat, deksel kunnen omgewisseld worden bodems niet
voedingsbodem in petriplaten laten stollen
petriplaten bundelen en omgekeerd plaatsen in de incubator op 37°C gedurende 72 uur
waarom omgekeerd, om condenswater te vermijden want de condensdruppels op het deksel kunnen op de kolonies vallen waardoor de kolonies in elkaar over vloeien
aantal kolonies tellen:
→ enkel de platen met een aantal kolonies tussen 10 en 300 komen in aanmerking
→ dit kan manuaal met een stift of via de kolonieteller gebeuren
→ aantal kolonies neemt gradueel af met toenemende verdunningsfactor, decimale reeks
omschrijf hoe je het kiemgetal berekend
- het getal van het aantal kolonies = het aantal kiemen per ml verdunning
1ml verdunning werd in de petri plaat gebracht
- getelde aantal kolonies X verdunningsfactor
aantal kiemen/ml rauwe melk
bv. 65 × 10 tot 3 = 65 000 kiemen/ml rauwe melk
- indien meerdere bruikbare platen:
gemiddelde nemen van de verkregen waarden
hoe bepaal je het kiemgetal op vaste stalen
5g vaste staal + 50 ml Ringer-oplossing
goed mengen
= 10 tot -1 verdunning
vervolg zoals met vloeibare stalen
leg uit wat chromogene media is
chromogene media zijn differentiele voedingsbodems waarop micro-organismen geïdentificeerd worden op basis van kleurreacties
leg uit hoe chromogene media werken
de voedingsbodem bevat een zogenaamd chromogeen substraat, dit zijn stoffen die door een enzym dat enkel aanwezig is bij het op te sporen micro-organismen kunnen omgezet worden in een opvallende gekleurde verbinding
de aanwezigheid van het micro-organismen uit zich dan door het kleuren van de kolonie in deze uitgesproken specifieke kleur
aan welke drie vereisten moet het chromogeen substraat voldoen
het kleurloos chromogeen moet door de bacteriecel worden opgenomen, hiertoe wordt het chromogeen gekoppeld aan een suiker
het chromogeen substraat moet door het bacterieel enzym kunnen gesplitst worden, waarbij het gekleurde chromogeen vrijkomt. De hierbij vrijgestede suiker wordt gemetaboliseerd in de bacteriecel
het gekleurde chromogeen is onoplosbaar en stapels zich op in de cel waardoor de kolonie kleurt
waarom is chromogene media waarbij de kolonies verkleuren veel beter dan differentiële media waarbij de voedingsbodem zelf verkleurt
wanneer de voedingsbodem echter verkleurt in plaats van de kolonie, blijft de verkleuring van de voedingsbodem niet lokaal onder de desbetreffende kolonie, die verantwoordelijk is voor die kleuring maar diffundeert deze verkleuring verder uit in de omgeving en is deze verkleuring dus ook onder de andere soorten naburige kolonies zichtbaar
geef twee voorbeelden van chromogene media
- chromeID MRSA SMART:
dit is een meduim voor de detectie van MRSA (methicilline-resistente staphylococcus aureus)
MRSA onderscheid zich van andere staphylococcen door zijn resistentie aan vele antibiotica
- RAPID’E.coli 2/agar:
dit is een meduim voor de detectie van Escherichia coli
E.coli is een talrijk aanwezige bacterie in de darmen van warmbloedigen en speelt een rol bij de vertering
op welke ingrediënten is het differentieel-selectief karakter van het chromeID MRSA SMART gebaseerd
- een mengsel van antibiotica:
de multi-resistente MRSA kan op deze voedingsbodem groeien, in tegenstelling tot bijna alle andere bacteriën
- een chromogeen substraat dat door a-glucosidase omgezet wordt in een kleurstof die roze-kleurt:
a-glycosidase is een enzym dat bijna uitsluitend voorkomt bij staphylococcus aureus
- een hoge zoutconcentratie:
de hoge zoutconcentratie is voor veel bacteriën een inhibitor, waardoor ze verhinderd worden om op deze voedingsbodem te groeien, terwijl de staphylococen dit wel kunnen
wat is chromeID MRSA SMART
chromeID MRSA SMART is een vaste voedingsbodem die gedurende 24 uur geïncubeerd word bij de ideale groei-omstandigheden voor Staphylococcus aureus: 37°C en aeroob
na incubatie worden roze-rode kolonies beschouwd als MRSA
waar moet je voor opletten bij de chromeID MRSA SMART test
de zekerheid dat roze-rode kolonies effectief MRSA kolonies zijn bedraagd circa 95%, onderzoek heeft aangetoond dat 5% van alle bacteriën dezelfde eigenschappen (licht zouttolerant, methicilliberesistent en a-glucosidase activiteit) als MRSA
deze kolonies worden vals positief genoemd, een vals positieve kolonie is hier een kolonie die dezelfde koloniemorfologie heeft als de bacteriesoort waarvoor de selectieve voedingsbodem bedoeld is, hoewel het een andere bacteriesoort betreft
geef een voorbeeld van waarom het nuttig kan zijn bijkomende eigenschappen van een geïdentificeerd micro-organismen te kennen
soms kan het nuttig zijn om bijkomende eigenschappen van een geïdentificeerd micro-organismen te kenne, een voorbeeld hiervan is:
het opsporen van antibiotica resistenties
het duidt immers op een afname van de gevoeligheid van een bepaalde bacterie ten opzichte van antibiotica, als gevolg daarvan zullen deze antibiotica de bacterie niet meer kunnen afremmen of doden
omschrijf de gevolgen van antibiotica resistentie in de diergeneeskunde en de humane geneeskunde
- diergeneeskunde:
vanuit de diergeneeskundig oogpunt zal antibioticaresistentie vooral leiden tot therapiefalen met verhoogde kosten door bv. verlies van dieren, verminderde productiviteit enz
- humane geneeskunde:
voor de mens schuilt het gevaar vooral in de overdracht van resistente bacteriën van dier op mens
ook in de humane geneeskunde kunnen resistente bacteriën aan de basis liggen van therapiefalen, vandaar dat voor bepaalde antibiotica die een laatste redmiddel zijn bij sommige levens bedreigende aandoeningen bij de mens een verbod of aanbevelling tot verminderd gebruik geldt
Overmatig en onverantwoord gebruik van antibiotica in de veehouderij en bij de mens ligt deels aan de basis van het ontstaan van antibioticaresistenties en moet dus vermeden worden
hoe kan het antibioticagevoeligheid van bacteriën bepaald worden
in het laboratorium kan de antibioticagevoeligheid van bacteriën op verschillende manieren bepaald worden:
dit is nodig om na te gaan welke antibiotcum al of niet kan aangewend worden bij de behandeling van een bacteriële infectie
het nagaan van antibiotocaresistentie kan op genotypisch niveau gebeuren of via fenotypische diagnostiek voornamelijk voor het antbiogram
leg uit wat het antibiogram is
de antibiogram techniek is een agardiffusietest, met deze test kan de gevoeligheid gemeten worden van een bacteriestam ten opzcihte van verschillende antibiotoca
leg uit hoe de antibiogramtechniek in zijn werk gaat
de algemene voedingsbodem word beënt via de strijkplaatmethode met een reincultuur van de te testen bacteriestam
de antibiotica worden op de beënte voedingsbodem aangebracht via commercieel verkrijgbare tabletjes of papierschijfjes geïmpregneerd met het te testen antibioticum
tijdens de incubatie overnacht in een broedstoof zal de bacteriestam in een confluente laag groeien op de voedingsbodem, maar tegelijkertijd zullen de antibiotica diffunderen uit het schijfje in de omringde voedingsbodem
de concentratie van de antibiotica zal aldus het grootst zijn in de onmiddelijke omgeving van de schijfjes en afnemen naarmate de afstand tot deze antibioticumschijfjes toeneemt
wat is een halo
dat is de zone van afgeremde of afgedode bacteriën rond antibioticum waar de bacterie gevoelig voor is
wanneer word een bacterie als gevoelig/sensitief voor het antibioticum beschouwd en wanneer niet
- gevoelig/senitief:
als de zone van inhibitie groter is dan de vooropgestelde standaard dan word de bacterie als gevoelig/sensitief voor dit antibioticum beschouwd
- resistent:
als de inhibitiezone kleiner is dan de vooropgestelde standaart dan wordt de bacterie als resistent voor dit antibioticum beschouwd
- intermedaire zone:
tussen de kleine en grote inhibitiezone wordt een intermedaire zone gedefinieerd
op basis van deze resultaten kan therapeutisch advies gegeven worden