1/39
Vocabulaire flashcards van Frans naar Nederlands.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
entretenir
onderhouden
appartenir à
behoren tot
la ressemblance
de gelijkenis
le bonheur
het geluk
adopter
adopteren
la naissance
de geboorte
baptiser
dopen
gâter
verwennen
le compagnon
de kameraad
l’amitié (f)
de vriendschap
mal élevé
slecht opgevoed
un epoux, une épouse
een echtgenote, echtgenoot
détester
een hekel hebben aan
confier
toevertrouwen
plaire à
in de smaak vallen
aîné
oudste
cadet
jongste
le dernier-né
de laatstgeborene
une nièce, un neveu
een nichtje, een neefje
une enfance
de kinderjaren
un adulte
een volwassene
consacrer à
besteden aan
fréquenter
omgaan met
le comportement
het gedrag
responsable de
verantwoordelijk voor
abandonner
in de steek laten
la rupture
de breuk
divorcer
scheiden
la pauvreté
de armoede
insupportable
onuitstaanbaar
porter plainte
een klacht indienen
mourir
sterven
conseiller
advies geven
un entretien
een gesprek
la tension
de spanning
ridiculiser
belachelijk maken
le soutien
de steun
unique
enig
compréhensif
begripvol
faire appel à
een beroep doen op