Spaans werkwoorden V6

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/529

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 10:22 AM on 11/28/22
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

530 Terms

1
New cards
abandonar
verlaten
2
New cards
abastecer
voorzien van 't nodige (levensmidd.)
3
New cards
abonar
vergoeden (geld)
4
New cards
abonarse
zich abonneren (op een tijdschrift)
5
New cards
abrir
openen
6
New cards
acabar/acabar de
beëindigen/zojuist hebben gedaan...
7
New cards
aceptar
accepteren, aannemen, aanvaarden, goedkeuren
8
New cards
acompañar
vergezellen, begeleiden, meegaan met
9
New cards
aconsejar
aanraden
10
New cards
acordarse (ue), acordar
zich herinneren/ een akkoord bereiken
11
New cards
acostumbrarse
aan iets wennen
12
New cards
actuar
handelen, optreden/acteren
13
New cards
acudir a
ergens aanwezig zijn/naar toe gaan
14
New cards
acumularse
zich ophopen
15
New cards
acusar
beschuldigen
16
New cards
adaptar
aanpassen
17
New cards
adelantar
vooruitbetalen, bespoedigen
18
New cards
adivinar
raden
19
New cards
admitir
toegeven, aannemen/toelaten
20
New cards
adquirir (ie)
verkrijgen, behalen, aankopen, aanschaffen
21
New cards
advertir (ie,i)
waarschuwen, opmerken
22
New cards
afeitarse
zich scheren
23
New cards
afirmar
bevestigen, beweren
24
New cards
agradecer
bedanken, dankbaar zijn voor
25
New cards
aguantar
verdragen, uithouden
26
New cards
ahorrar
sparen, uitsparen
27
New cards
ajustar
aanpassen
28
New cards
alcanzar
bereiken
29
New cards
alegrarse ( de que + subj)
blij zijn, zich verheugen op
30
New cards
almacenar
opbergen
31
New cards
almorzar (ue)
lunchen
32
New cards
alquilar
huren
33
New cards
amenazar
bedreigen
34
New cards
ampliar
uitbreiden
35
New cards
añadir
toevoegen, bijvoegen
36
New cards
anudar
aanknopen
37
New cards
anunciar
aankondigen, adverteren
38
New cards
aparcar
parkeren
39
New cards
aparecer
verschijnen
40
New cards
apartar
op zij zetten, scheiden
41
New cards
apreciar
waarderen
42
New cards
aprender
leren
43
New cards
apresurarse
zich haasten
44
New cards
aprobar (ue)
slagen, goedkeuren
45
New cards
aprovechar
benutten
46
New cards
aprovecharse de
benutten, zijn kans waarnemen/ profiteren,
47
New cards
argumentar
(be)argumenteren
48
New cards
arrancar
starten (van auto)
49
New cards
arreglar
repareren, in orde maken/ regelen
50
New cards
arreglarse
zich klaarmaken, zich netjes maken
51
New cards
asistir a
helpen/bijwonen
52
New cards
asombrar
verbazen
53
New cards
atraer
aantrekken
54
New cards
atravesar
doorsnijden, oversteken
55
New cards
aumentar
vermeerderen, vergroten
56
New cards
ausentarse
afwezig zijn
57
New cards
avanzar
vooruitgaan boeken
58
New cards
averiar
averij oplopen, kapot gaan
59
New cards
averiguar
onderzoeken, nagaan
60
New cards
ayudar
helpen, hulp verlenen
61
New cards
bailar
dansen
62
New cards
bajar
naar beneden lopen/gaan, afdalen, uitstappen
63
New cards
basarse en
zich baseren op (zich)
64
New cards
beber
drinken
65
New cards
bloquear
vastzetten, blokkeren
66
New cards
buscar
zoeken
67
New cards
caber
erin passen, erin kunnen
68
New cards
calentar
verwarmen, warm worden, verhitten
69
New cards
calzar
(maat) dragen (schoeisel), schoenen aan doen
70
New cards
cambiar
veranderen, wisselen
71
New cards
cantar
zingen
72
New cards
cargar
laden, bevrachten
73
New cards
casarse
trouwen
74
New cards
causar
veroorzaken, aanleiding geven tot
75
New cards
cazar
jagen op
76
New cards
celebrar/celebrarse
Vieren/(feest) gehouden worden
77
New cards
cenar
dineren, eten ('s avonds)
78
New cards
cerrar (ie)
sluiten
79
New cards
certificar
getuigen, bevestigen, aantekenen
80
New cards
chocar
botsen, iets vreemd vinden
81
New cards
cobrar
innen, krijgen/ontvangen (salaris)
82
New cards
cocinar
koken (in de keuken)
83
New cards
coincidir con
overeenstemmen, overeenkomen, samenvallen met
84
New cards
coleccionar
verzamelen
85
New cards
colocar
plaatsen, neerleggen
86
New cards
combinar
combineren
87
New cards
comentar
bespreken, becommentarieren
88
New cards
comenzar (ie)
beginnen
89
New cards
comer
eten (algemeen)/eten ('s middags)
90
New cards
comercializar
verhandelen, verkopen
91
New cards
compartir
delen
92
New cards
compensar
compenseren
93
New cards
competir (i) con
concurreren met
94
New cards
componer (-poner)
samenstellen
95
New cards
componerse (-poner) de
bestaan uit, samengesteld zijn uit
96
New cards
comprar
kopen
97
New cards
comprender
begrijpen
98
New cards
comprobar (ue)
checken,nazien, toetsen, vaststellen
99
New cards
comprometerse a
zich verplichten tot, zich verantwoordelijk stellen
100
New cards
comunicar
meededelen, informeren