1/29
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
ADR
Accord relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route. Internationale regelgeving voor het wegvervoer van gevaarlijke stoffen.
Asbest
Groep van carcinogene minerale stoffen. Werkgever is verplicht een asbestinventaris en asbestbeheersplan op te stellen.
Bioaccumulatie
Ophoping van een chemische stof in biologisch materiaal (planten, dieren, mensen).
Biologisch agens
Micro-organismen (incl. genetisch gemodificeerd), celculturen en menselijke endoparasieten die infectie, allergie of intoxicatie kunnen veroorzaken.
Biomagnificatie
Concentratie van een polluent neemt toe doorheen de voedselketen (vb. PCB's, DDT, kwik).
CLP-verordening
Classification, Labelling and Packaging. EU-verordening die bepaalt hoe gevaarlijke stoffen worden geclassificeerd, geëtiketteerd en verpakt.
CMRH-stoffen
Carcinogene, Mutagene, Reprotoxische en Hormoonverstorende stoffen. Bijzonder gevaarlijke categorie die extra maatregelen vereist.
CODEX
Codex over het welzijn op het werk. Belgisch wettelijk kader in 10 boeken dat veiligheid en gezondheid op de werkplek regelt.
COPD
Chronisch Obstructief Longziekte. Langetermijneffect van blootstelling aan schadelijke stoffen zoals houtstof, verfdampen en fijn stof.
e-SDS / SDS
Extended Safety Data Sheet / Safety Data Sheet. Veiligheidsinformatieblad met 16 rubrieken over een chemisch product.
Explosiegrens (LEL/UEL)
LEL = Lower Explosion Limit: laagste percentage damp waarbij ontsteking mogelijk is. UEL = Upper Explosion Limit: hoogste percentage daarboven is geen ontsteking meer mogelijk.
GHS
Global Harmonized System. Internationaal systeem voor de indeling en etikettering van gevaarlijke stoffen, met 9 pictogrammen (rode ruit, zwart symbool).
Grenswaarde / TLV / MAC
Threshold Limit Value / Maximale ArbeidsplaatsConcentratie. Gemiddelde concentratie waarbij een werknemer 8u/dag zijn hele loopbaan mag worden blootgesteld zonder ziek te worden.
H-zinnen
Hazard statements. Gevarenaanduidingen op het etiket die het type gevaar beschrijven. Opgedeeld in fysische (H200–H299), gezondheids- (H300–H399) en milieugevaren (H400–H499).
Kankerverwekkend / Carcinogeen
Stof die bij blootstelling kanker kan veroorzaken of de kans erop verhoogt.
Mutageen
Stof die het erfelijk materiaal (DNA/chromosomen) blijvend kan beschadigen, wat kan leiden tot genetische afwijkingen.
P-zinnen
Precautionary statements. Veiligheidsaanbevelingen op het etiket: preventie (P200), reactie (P300), opslag (P400), verwijdering (P500).
PBM
Persoonlijke BeschermingsMiddelen. Laatste stap in het STOP-principe: ademhalingsbescherming (FFP3), handschoenen, etc.
Persistentie
De weerstand van een stof tegen afbraak in het milieu — hoe langer een stof aanwezig blijft, hoe groter het milieurisico.
pH-waarde
Maat voor de zuurtegraad van een stof. Lage pH = zuur (bijtend), hoge pH = basisch (bijtend).
Reprotoxisch
Stof met nadelig effect op de vruchtbaarheid of op de ontwikkeling van het ongeboren kind (miskraam, vroeggeboorte, aangeboren afwijkingen).
Risicoanalyse (RA)
Systematische beoordeling van de risico's verbonden aan blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Verplicht voor CMRH-stoffen (jaarlijks), ook bij wijziging van werkomstandigheden.
Sensibiliserend
Stof die bij herhaalde blootstelling overgevoeligheid (allergie, astma, eczeem) kan veroorzaken.
STOP-principe
Hiërarchie van preventiemaatregelen: Substitutie → Technische maatregelen → Organisatorische maatregelen → Persoonlijke beschermingsmiddelen.
Teratogeen
Stof die schade veroorzaakt aan het ongeboren kind en aangeboren afwijkingen kan veroorzaken.
VIK
VeiligheidsinstructieKaart. Informeert medewerkers over de risico's van specifieke producten op hun werkplek.
Vlampunt
Laagste temperatuur waarbij de damp van een brandbare vloeistof (in de juiste mengverhouding met lucht) tot ontsteking kan worden gebracht.
VLAREM
Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning. Milieuwetgeving die o.a. de inventaris van gevaarlijke stoffen in bedrijven regelt.
Zelfontbrandingstemperatuur
Laagste temperatuur waarbij een stof spontaan ontbrandt, zonder externe ontst