1/68
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
ruimtelijke ordening
proces waarbij met een groot aantal regels de leefruimte planmatig wordt benut en ingericht
versnippering
landbouwvelden verbrokkelen door de lintbebouwing
lintbebouwing
huizen bouwen langs wegen
verspreide bebouwing
soort bebouwing Vl
geconcentreerde bebouwing, splitsing woonfunctie en plattelandsgebied
soort bebouwing Nl + splitsing
pendelcultuur is geworteld in onze maatschappij sinds de industriële evolutie
katholieke dominantie stimuleerde eigendomspolitiek (wet de Taeye)
(veel) te late wet op ruimetelijke ordening
oorzaken anti-stedelijke mentaliteit (3)
Wet De Taeye 1948
wet die voorzag in goedkope leningen en subsidies om goedkope privéwoning te kunnen bouwen op het platteland
Alfred De Taeye, christelijke volkspartij CVP, minister van volksgezondheid en van gezin
naam + partij + functie

Waregem 1954 (na WOII)
minister alfred de taeye bij eerstesteenlegging van 100000e goedkope woning op het platteland door de invoering van Wet de Taeye
tijd en ruimte foto

Wet Brunfaut 1949
wet die de financiering van sociale huisvesting voorzag (door Fernand Brunfaut die belgische volksvertegenwoordiger was voor de socialisten)
brunfauttoren, staat symbool voor enorme bouwwoede: sterke aangroei van goedkope sociale huisvesting in Brussel die door de Belgische overheid werd gefinancieerd, Sint-Jans-Molenbeek in Brussel, 1965
naam + betekenis + plaats + jaartal

na WOll in Belgie: twee dominante partijen
LINKS: visie van CVP (Christelijke Volkspartij) > iedereen had recht op een vrijstaande gezinswoning op het platteland (incl. tuin)
RECHTS: visie van BSP (Belgische Socialistische Partij) > arbeiderswoning in een hoogbouw + dicht bij het werk
tijd + ruimte + betekenis

antropocentrisme
idee dat de mens middelpunt van het bestaan is
mens wordt gezien als heerser > mens kan dus aarde bezitten > dit wordt vertaald in het eigendomsrecht in Vlaanderen (we willen genieten van een eigendom)
verband antropocentrisme en de Vlaamse anti-stedelijke mentaliteit
Wet op de Stedebouw, 1962, eerste echte bouwreglement die gevolgd dienden te worden in het belgische bouwlandschap
1e wet vr ruimtelijke ordening naam + tijd + betekenis
minder bouwcorruptie (grondstuk in ruil voor stemmen)
wat kwam minder voor na de wet op de stedebouw?
verkavelingen werden nu door procedures vastgelegd > kopen van gronden werd nu nog gemakkelijker > leidde tot verkavelingsexplosie op het platteland
wrm werkte invoering van wet op de stedebouw deels averechts
gewestplannen
kaarten per regio met verschillende kleuren die elk een eigen bestemmingszone hadden
bestemmingszone
zone met een bepaalde functie in de ruimte
rood > functie: woongebied
geel > functie: agrarisch gebied (landbouw)
groen > functie: natuurgebied (bossen)
paars > functie: industriegebied
oranje > functie: recreatiegebied (speeltuin) ..
kleuren bestemmingzones gewestplannen
woonuitbreidingsgebieden
wit-rood-gearceerde gebieden op gewestplannen
werden voorzien om de voorspelde bevolkingsgroei op te vangen, maar deze groei bleek uiteindelijk mee te vallen
betekenis woonuitbreidingsgebieden
optie 1: eigenaar vraagt bouwvergunning: gemeente weigert situatie blijft ongewijzigd
optie 2: eigenaar vraagt bouwvergunning: gemeente keurt dit goed > er kan nu gebouwd worden
optie 3: gemeente beslist om zone te herbestemmen (natuur): eigenaar krijgt nu een compensatie
opties woonuitbreidingsgebieden
gewestplannen zijn zeer rigide/ strikt (bestemmingszones konden in principe nooit wijzigen in hun functie)
geen algemeen gewestplan vr België (geen politieke eensgezindheid en geen samenwerking tussen regio’s er waren dus 48 vss gewestplannen)
geen herzieningen van gewestplannen (oorspronkelijk ging men om de tien jaar de gewestplannen herzien, visie dus gefaald)
geen aandacht voor de veranderde maatschappij (gewestplannen hielden amper rekening met veranderende maatschappelijke problemen zoals stadvlucht, fileleed en gezinsverdunning)
kritiekpunten gewestplannen (4)
opvulregel, 1972
regel liet bebouwing toe in niet-woonzones tussen 2 gebouwen die op minder dan 70 meter van mekaar stonden (naam + tijd)
minidecreet, 1984, minister Paul Akkermans (CVP)
regel liet toe dat zonevreemde bedrijven nog verder konden uitbreiden (naam + tijd + naam persoon ingevoerd)
APA algemeen plan van aanleg
plan bevat info over het grondgebied van een hele gemeente
APA’s en gewestplannen hebben eenzelfde functie
apa’s overbodig?
BPA bijzonder plan van aanleg
plan bevat info over een deel van een gemeente bv over een straat of wijk
wel nuttig, gaven info over oa dakvorm en bouwhoogte
bpa wel nuttig?
BPA
naam

subsidiariteit
principe dat inhoudt dat elke bevoegde overheid zich bezighoudt met de materies die zij het beste kunnen regelen op hun niveau
aanleg provinciale wegen wordt geregeld door provinciaal niveau
aanleg nieuwe speeltuin wordt geregeld op gemeentelijk niveau
voorbeelden subsidiariteitsbeginsel
Club van Rome zorgde voor meer duurzaamheid (antropocentrische visie recht op onze aarde verdween meer en meer)
oliecrisis leidde tot een duurder pendelen
het lelijkste land ter wereld deed de ogen open
wrm jaren 70 meer aandacht aan chaotische en wanordelijke bebouwing van onze regio?
club van Rome, 1968
stichting van wetenschappers die de bezorgdheid over de toekomst wil uitdrukken (naam + tijd)
oliecrisis, 1973, invoering autoloze zondagen
context (naam + tijd + gevolg zichtbaar in foto)

het lelijkste land ter wereld, 1968, Renaat Braem
context (naam + tijd + auteur)

Renaat Braem
naam

regionalisatie van ruimtelijke ordening, het werd een gewestelijke bevoegdheid ipv federaal
wat gebeurde er met de ruimtelijke ordening in 1989
open: zoveel mogelijk open ruimte
stedelijk: verdichten van steden
tweeledig hoofddoel RSV
Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, 1997, Eddy Baldewijns,
RSV (betekenis afkorting + tijd + invoerder)
concentratie van functies in stedelijke netwerken (gedeconcentreerde bundeling)
poorten zijn de motor van onze ontwikkeling (in toekomst meer bedrijventerreinen idbv poorten (ruimte efficiënt gebruiken))
lijninfrastructuur als bindteken (in de toekomst meer bedrijventerreinen idbv lijninfrastructuur & sterk investeren in de uitbouw van die infrastructuur)
natuurlijke structuur als ruggengraat (in de toekomst blijven investeren in openruimteverbindingen want voorkomen aan elkaar groeien van de bebouwde gebieden, gaan verdere versnippering tegen en behouden biodiversiteit)
principes RSV (4)
gedeconcentreerde bundeling
visie dat de stijgende groei van bevolking moet worden opgevangen in bestaande woonkernen (=bundeling) echter niet in 1 megastad maar verspreid (= gedeconcentreerd)
vlaamse ruit
stedelijk netwerk tussen 4 steden (Brussel, Gent, Antwerpen, Leuven)
stedelijke netwerken
samenhangend geheel van stedelijke gebieden die verbonden zijn door infrastructuren zoals wegen, spoorwegen en kanalen)
poorten
belangrijke toegangswegen naar Vl: zeehavens, luchthavens en hst-stations
lijninfrastructuur
belangrijke transportwegen in onze regio: hoofdwaterwegen, hoofdsnelwegen en ook de belangrijkste hst-lijnen
buitengebieden
bestaande fysische systemen zoals netwerk van beek- en riviervalleien en groene zones, deze beschermen onze ruimte
voorziet dat elk beleidsniveau (provincie en gemeente) een eigen ruimtelijk structuurplan hebben naast dat van vlaanderen
=> PRS en GRS
subsidiariteitsbeginsel toepassing op RSV
RUP ruimtelijk uitvoeringsplan
uitvoeringsplan van het RSV met grafische voorstelling en stedenbouwkundige voorschriften
beleidsplan ruimte vlaanderen, 2018, de primaire doelstelling van het BRV is een antwoord bieden op deze vraag: Hoe moet Vlaanderen eruitzien in 2050 rekening houdend met de veranderende maatschappij en de klimaatverandering?, opvolger RSV
BRV (naam + tijd + primaire doelstelling + opvolger wat)
intensivering van de ruimte (meer op één ruimte)
verweving van vss functies
reconversie (hergebruik van een oude ruimte (Park Spoor Noord rangeerterrein → park))
tijdelijke ruimtegebruik
principes efficiënter ruimtegebruik (4)
kangoeroewonen
met één of meerdere gezinnen in een huis samenwonen
pop-upstore
tijdelijke winkels
ruimtelijk rendement
het efficiënter omgaan met onze ruimte door op sommige goed gekozen plaatsen meer bebouwing toe te laten en op andere plaatsen net meer open ruimte te laten
brownfield sites: verlaten industrieterreinen gebruikt vr bv nieuwe ontwikkelingen (- eventuele bodemverontreiniging $$$)
greenfield sites: nog niet ontwikkelde terreinen gebruikt voor nieuwe plannen (- verstoring natuur)
stadsinbreiding
ruimtebeslag, Vl 33 procent, elke dag 6 ha meer in 2050 42.5 procent
ruimte die is ingenomen door nederzettingen
verharding, Vl 15 procent
oppervlakte dat verhard is door het aanbrengen van verharde oppervlaken zoals asfalt
groenblauwe dooradering (zorgen voor klimaatrobuuste omgeving, weilanden en rivieren dienen als buffer wateropname overstromingen)
netwerk groene en blauwe vlakkendoor bebouwde ruimte
dichte bebouwing in woonkernen
open ruimte rond de woonkernen
Toscaans model
betonstop, 2018
het plan van onze Vlaamse overheid om vanaf 2040 niet meer op de nieuwe bouwgronden te bouwen, enkel nog op reeds ingenomen gronden
tegen 2025 max 3 ha per dag ruimte ingenomen
tussenfase betonstop
bouwshift, betonstop gaf indruk totaal bouwverbod terwijl je enkel niet meer mag bouwen op nieuwe gronden, nieuwe naam verwijst nr feit dat er een mentale verschuiving moet gebeuren op vlak van bouwen
nieuwe term betonstop
regering Bourgeois I, Zuhal Demir, vlaamse minister van omgeving, NVA
Jo Brouns (CD&V)
verantwoordelijke betonstop
wie niet meer mag bouwen moet marktwaarde grond volledig terugkrijgen → te grote kost gemeenten
betonstop onbetaalbaar
kosten voor de gemeenten
veel geld komt in handen van grootgrondbezitters
betonstop onrechtvaardig
enorme hvlh bouwgronden schuld overheid in tijd van gewestplannen, bevolkingsgroei werd toen sterk overschat
jaren 70 bijgedragen tot grote hvlh bouwgrond
gemeenten: minder belastinggeld uit vastgoed
parlementsleden die ook in gemeenteraad zitten: verdedigen gemeentebelangen
bedrijven die nutsleidingen leggen: hebben meer winst als huizen verder uit mekaar liggen (=urban sprawl) ze moeten dus meer leidingen leggen
betonstop niet halen door maatschappelijke groepen (3)
mobiscore, 2019, openbaar vervoer, onderwijs, winkels en diensten, ontspanning en cultuur, gezondheid
een score die aantoont hoe dicht een woonplaats gelegen is bij voorzieningen (5)