1/15
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Kenmerken v/e groep bepalen obv
1) Samenstelling (wie behoort tot groep)
->obv lidmaatschap
->obv grenzen
2) Grootte
3) Ontstaan
->founded/gepland
->spontane vorming/emergent groups
4) Doel (wrm bestaat groep)
->taak-georiënteerd
->sociaal-emotioneel
Werk teams
Operationeel team ->werken samen aan iets
Bv: de verpleegkundigen binnen een afdeling, onderzoeksgroepen, studentendienst
Project teams
Komen samen bij een bepaald project, die een bepaalde duurtijd heeft
=ad hoc teams (team verdwijnt zodra probleem opgelost is) <->stabielere werkteams
Bv: groepen van dokters met een bepaalde expertise, POC, teams rond veiligheid
Management teams
=bepalen een strategisch beleid binnen bepaalde organisatie
Operationeel
Bepaalt in welke richting een team moet werken
Kijkt naar de lange termijn
Bv: directeur van een afdeling, raad van bestuur, dagelijks bestuur, hogere zorg koppels
Advies/ parellelle teams
Teams met een expertise
Steunen de besluitvorming
Geven advies (maken geen beslissingen, maar geven enkel advies)
Bv:patiëntenvereniging,Adviesraad,diversiteitsraad,faculteitsraad
Cross-functionele teams
Interdisciplinair (leden uit versch disciplines, perspectieven & expertise bepaalde thema’s)
Boundary-spanners
Vertegenwoordigen een bepaalde discipline
Bv: chirurgen, het operatieteam, onderzoeksraad, spoeddienst
Team system thinking
1) Input
->3 delen: organisatie, teams en individu
2) Mediator
= de processen waar teams doorgaan, maar ook emergent (dynamische) states (=kenmerken v/e team op een bepaald moment)
3) Output
Taak interdepentie
=mate waarin teamleden afhankelijk zijn van elkaar om hun taken uit te voeren, soorten:
1) Pooled
->onafhankelijk (werken aan zelfde product maar iedereen los van elkaar andere bijdrage)
2) Sequential
->taken worden doorgegeven (moeilijk om individuele prestatie te determineren)
3) Reciprocal
->elkaar constant nodig hebben
Processen
= het proces waarbij teamleden hun kennis, vaardigheden, capaciteiten en andere middelen combineren via een gecoördineerde reeks acties om een resultaat te bereiken
->taakwerk processen= wat teamleden doen
->teamwerk processen =hoe teamleden het doen (dynamische benadering)
Taakconflict
=onenigheid tussen teamleden omtrent de inhoud of uitkomst van de taak
Procesconflict
=onenigheid tussen teamleden omtrent methodes en procedures in werken aan de taak
Relatieconflict
= Onenigheid tussen teamleden over interpersoonlijke thema’s
Transactioneel geheugensysteem
= gedeeld systeem binnen een team waarin teamleden weten wie welke kennis en expertise heeft
->niet zelf alle kennis hebben: wél weten wie die kennis heeft
(<->Gedeeld mentaal model: ziet iedereen als hetzelfde met dezelfde kennis)
Psychologische veiligheid
=gevoel hebben dat je iets kan zeggen zonder zware consequenties (soms andere standpunten kunnen innemen)
=eigenschap v/e team!
Sociale cohesie
=gedeelde interpersoonlijke aantrekking tot elkaar en het team
=lijm tussen een team (hoeveel samenhang is er)
≠ psychologische veiligheid: Sociale cohesie KAN zorgen voor conformisme en groupthinking, MAAR gaat vaak wel samen met psychologische veiligheid
Taak cohesie
=gedeelde toewijding naar de taak (is iedereen even gemotiveerd om aan de taak te werken?)