Send a link to your students to track their progress
144 Terms
1
New cards
Falsificatie
Wanneer het mogelijk is om tegenbewijs te vinden voor een bepaalde theorie
* In vraag durven stellen * Kritisch nadenken over bepaalde stellingen * Niet zomaar accepteren wat gezegd wordt
2
New cards
Red Ocean
veel concurrentie op de markt → strijden voor marktaandeel
3
New cards
Blue Ocean
geen of weinig concurrentie op de markt → markt voor uzelf
4
New cards
Kritische vaardigheden
VAARDIGHEDEN = gedrag
* Betrouwbare informatie opzoeken * Bronnen interpreteren en analyseren → aard van de bronnen * Redeneren en reflecteren voordat je een standpunt inneemt
5
New cards
Kritische houding
HOUDING = deel van de identiteit • Voorafgaand gedrag • Resultaat na de dingen dat je uitvoert
* Een open geest hebben * Nieuwsgierig en onderzoekend zijn * Veel en de juiste vragen stellen
6
New cards
Type 1 denken
* Meteen zeggen wat je ziet * Snel, intuïtief, onbewust * Zorgt ervoor dat je snel kan handelen en meerdere dingen tegelijkertijd kan doen * Automatisch, weinig moeite, subjectief, en creatief door emoties * sommigen dingen zijn simple (2+2)
7
New cards
Type 2 denken
Zien wat er is, maar laten bezinken
* Langzaam, expliciet en bewust * Verloopt beredeneerd * Toepassing van regels en strategieën * Kost meer inspanning * Objectief, logisch en samenhangend met emotie * Meeste problemen zijn complexer van aard en vragen meer tijd (vb: 17\*46) * We denken dat we rationeel en analytische mensen zijn
8
New cards
Kunnen we ons eigen brein wel vertrouwen?
We mogen niet te snel conclusies trekken
* Niet te snel oordelen * Ons brein filtert informatie, vult aan en maakt er herkenbare stukken van
9
New cards
Confirmation bias of tunnelvisie
oog hebben voor elementen die onze al gevormde meningen, keuzes en handelingen ondersteunen
\- Bevestigen van dingen die we al weten
10
New cards
Groepsdruk
Wordt vaak negatief gebruikt
\- Kan leiden tot irrationele beslissingen met verregaande gevolgen
11
New cards
Filterbubbel
Websites, zoekmachines, social media stemmen hun zoekresultaten af op jouw eerder online zoek- en klikgedrag, online koopgedrag, berichten op sociale media, e-mailverkeer, etc. → gepersonaliseerd
12
New cards
Framing
= een sturing van de manier waarop een boodschap door een publiek wordt geïnterpreteerd - Kader zetten over een realiteit
→ het zichtbare stuk van de realiteit wordt jouw realiteit
13
New cards
Framing via
Metaforen
Storytelling
Slogans, jargon en catchy uitspraken
Contrast
Filters op foto’s
14
New cards
Metaforen
conceptueel idee framen via vergelijking met iets anders
15
New cards
Contrast
iets beschrijven in termen van wat het niet is
16
New cards
reclame
om consumenten te overtuigen
17
New cards
greenwashing
bedrijven die zich groener voordoen dan ze zijn
18
New cards
Media framing
het perspectief van waaruit een nieuwsverhaal verteld wordt
19
New cards
The age of envy
het tijdperk van jaloezie
20
New cards
Propaganda en activisme
Politici gebruiken framing om de publieke opinie te beïnvloeden en de meningen van hun kiezers in bepaalde richting te sturen aan de hand van woorden, woordspelingen en beelden
21
New cards
Propaganda en reclame hebben veel gemeen
**Gelijkenis:** verhullende en vaak onware argumenten om een boodschap te verspreiden
**Verschil:** reclame is meestal voor commerciële doeleinden gebruikt en meestal herkenbaar
22
New cards
Misinformatie
onbedoeld verspreiden van valse informatie
23
New cards
Desinformatie
opzettelijk verspreiden van informatie waarvan men weet dat
24
New cards
Satieren of parodie
geen intentie om schade te berokkenen, maar kan mensen misleiden
25
New cards
Misleidende content
misleidend gebruik van informatie met als doel te framen
26
New cards
Bedriegende content
wanneer echte bronnen nagebootst worden
27
New cards
Gefabriceerde content
nieuwe volledig verzonnen informatie met opzet schade te berokkenen
28
New cards
Valse connectie
wanneer titels of beelden niet overeenkomen met de inhoud
29
New cards
Valse context
wanneer waarheidsgetrouwe informatie gedeeld wordt met foutieve
30
New cards
Gemanipuleerde content
wanneer echte informatie of beelden bewerkt worden om te misleiden
31
New cards
Brand journalism
Via gesponsorde artikels Publireportages op dezelfde manier verpakken als gewone nieuwsartikels
32
New cards
Clickbait
berichten die via sensationele, misleidende titels de lezer kan verleiden om op het artikel te klikken
* Meer clicks is meet advertentie-inkomsten * Eenmaal doorgeklikt → minder sensationeel artikel dan verwacht
33
New cards
Slordige journalistiek
Nieuws kan altijd, door iedereen, en overal gemaakt worden
* Slordigheid: door snelheid om primeur punten te scoren * Slordig bij het checken en dubbelchecken van hun bronnen → journalisten willen snel zijn * Onderzoeksresultaten verkeerd interpreteren of sensationeler laten blijken
34
New cards
Complottheorieën
= een alternatieve, maar foutieve verklaring voor een gebeurtenis
* Officiële versie van de feiten wordt verworpen * Identiteitsprobleem in sommige gevallen te absurd om waar te zijn, of gevaarlijk
35
New cards
Pseudowetenschappen
stelsels van opvattingen, theorieën, ideeën waarvan de aanhangers beweren dat ze wetenschappelijk zijn
36
New cards
Schriftelijke bronnen
Populaire literatuur
Vakliteratuur
Wetenschappelijke literatuur
37
New cards
Populaire literatuur (slecht)
Kranten, populair en populairwetenschappelijke tijdschriften, Twitter, Facebook dagboek, brieven
38
New cards
Vakliteratuur (voldoende)
Gepubliceerd door vakorganisatie met als doel kennisdeling onder vakgenoten. Dat kan in de websites, vaktijdschriften of specifieke publicaties over de eigen doelgroep
39
New cards
Wetenschappelijke literatuur (goed)
Peerreviewed, m.a.w de artikels zijn kritisch nagelezen door collega-wetenschappers uit hetzelfde expertisegebied
40
New cards
Primaire bronnen (goed)
Gemaakt door Mensen die direct bij een kwestie betrokken zijn geweest, bv.
* Een oogggetuigenverslag (In de vorm van een artikel foto film…) * brief, * autobiografie, * voorwerp, schilderij, interview
41
New cards
Secundaire bronnen
Deze interpreteren, becommentariëren, analyseren, evalueren, vatten samen of hertalen primaire bronnen. Ze zijn gemaakt door Mensen die niet betrokken waren en vaak op een ander moment (recensie, encyclopedie, biografie…)
42
New cards
Vier vormen van beeldmanipulatie
1. Foto’s of video’s in een andere context plaatsen 2. Foto’s bewerken 3. Video’s via montage manipuleren 4. Video’s bewerken met deepfaketechnologie
43
New cards
Feit
Objectief en algemeen aanvaard
* Geverifieerd door experten * Bewezen, door andere bronnen bevestigd of controleerbaar * Versterkt de argumentatie
44
New cards
Mening
Subjectief
* Gebaseerd op emoties, persoonlijke overtuigingen of vooroordelen * Niet bewezen, vatbaar voor interpretatie of bevooroordeeld * Verzwakt de argumentatie
45
New cards
Tips om feiten van meningen te onderscheiden
* Onderzoek de achtergrond van de persoon/ instantie * Let op het woordgebruik → vb: “Ik denk…” is een mening
46
New cards
Meningen van zwak naar sterk
* Persoonlijke mening van een individu → zwakste vorm van een mening * Persoonlijke mening van een groep * Mening van een expert * Mening van een groep experten → sterkste vorm van een mening
47
New cards
Currency (actualiteit)
* Hoe recent is de informatie? * Wanneer is de website voor het laatst geüpdatet? * Is dat actueel genoeg voor je onderwerp? * Hangt af van het type informatie * Hangt af van het onderwerp
48
New cards
Relevance (relevantie)
* Is de informatie gerelateerd aan je onderwerp? * Biedt de informatie antwoord op je vragen? * Wie is het doelpubliek? * Is het informatie van een gewenst niveau?
49
New cards
Authorithy (autoriteit)
* Wie is de auteur? * Is die auteur een expert of autoriteit ter zake? * Wie financiert de website? * Heeft de auteur een goede reputatie? * Staat er duidelijk vermeld wie de uitgever is?
50
New cards
Accuracy (accuraatheid)
* Wordt de informatie ondersteund door bewijsmateriaal? Worden er bronnen vermeld? * Is de informatie nagelezen of wordt ernaar verwezen door anderen? * Kan je de informatie bevestigen op basis van andere bronnen of op basis van je eigen kennis?
51
New cards
Purpose (bedoeling)
* Wat is de bedoeling van de bron? Informeren, opleiden, verkopen, entertainen, beïnvloeden…? * Worden er feiten of meningen meegedeeld? * Is er sprake van vooringenomenheid? Vind je vormen van politieke, ideologische, culturele, religieuze, institutionele of persoonlijke vooroordelen/ beïnvloeding terug?
52
New cards
Ultracrepidarianisme
de onweerstaanbare drang om je mening te spuien over dingen waar je geen verstand van hebt
53
New cards
Dunning-Krugereffect
een cognitieve bias waarbij je je eigen kennis over een onderwerp overschat, en je jezelf bovengemiddeld competent waant
→ Mensen die bovengemiddeld competent zijn, hebben daarentegen de neiging hun eigen kennis te onderschatten → Zelfonderschatting → Denken dat ze het niet verdienen
55
New cards
Redeneren
een weloverwogen denkproces waarbij je op basis van correcte informatie tot een juiste conclusie komt
56
New cards
Deductief redeneren
Theorie (generalisering) → hypothese formuleren → observeren of analyseren → hypothese bevestigen of verwerpen
57
New cards
Inductief redeneren
Observatie → data verzamelen → patroon ontdekken → hypothese of theorie formuleren (generaliseren
58
New cards
Argumenteren
= redeneren met een logische structuur waarbij je je conclusie onderbouwt met bewijzen
* Doel: anderen overtuigen * Kan mondeling en schriftelijk * Geldig redeneren: noodzakelijk voor een goede argumentatie
59
New cards
Pathos
een manier om in te spelen op de gevolgen van je publiek met emotionele argumenten
60
New cards
Ethos
de andere proberen te overtuigen door te wijzen op de deskundigheid van jezelf of een andere autoriteit
61
New cards
Logos
betekent dat je vooral een beroep doet op logische- en inhoudelijke argumenten
62
New cards
Enkelvoudige argumentatie
één argument gebruiken om je conclusie te onderbouwen
63
New cards
Nevenschikkende argumentatie
• Verschillende deelargumenten vormen samen één argument om de conclusie te onderbouwen
• Als één argument wegvalt, klopt de argumentatie niet meer
64
New cards
Onderschikkende argumentatie
• Argumenten worden op hun beurt ondersteund door andere argumenten
• Het ene argument is dan een subargument van het andere
65
New cards
Gecombineerde argumentatiestructuren
• Argumentaties kunnen veel complexer zijn
• Eindeloos veel combinaties kunnen gemaakt worden van enkelvoudige-, nevenschikkende- en onderschikkende argumenten
66
New cards
Een goede argumentatie opbouwen
1. Start met brainstormen → mindmap of verkennend bronnenonderzoek 2. Kies de juiste argumenten → afhankelijk van de doelgroep 3. Maak een goede argumentatiestructuur 4. Kies een goede opbouw
67
New cards
Cirkelredenering
een bewering waarbij de conclusie en het argument hetzelfde zijn
68
New cards
Stroman
houdt in dat je het standpunt van iemand verdraait, waardoor het daarna gemakkelijker aan te vallen is
69
New cards
Op de man spelen: ad hominem
De persoon aanvallen die achter het standpunt staat in plaats van te argumenteren tegen het standpunt zelf
70
New cards
Ontduiken en omkeren van bewijslast
Doen alsof je geen argument hoeft te geven en je standpunt niet moet bewijzen of bewijslast doorschuiven naar de tegenpartij
71
New cards
Onjuiste analogie
een onterechte vergelijking maken tussen twee situaties
72
New cards
Vals dilemma
wanneer je iemand probeert te overtuigen om voor jouw standpunt te kiezen door te doen alsof het alternatief nog veel erger is
73
New cards
Dogmatisme
vasthouden aan opvattingen en niet willen veranderen, onbuigzaam zijn en niet willen openstaan voor rationele argumenten
74
New cards
Identificatie met overtuiging
de mate waarin mensen hun overtuigingen identificeren met hun zelfconcept, je persoonlijke overtuiging of mening al de waarheid aannemen
75
New cards
Categorisch denken
mensen of dingen toewijzen aan categorieën om die vervolgens te gebruiken alsof alleen die categorieën de wereld vertegenwoordigen
• Cijfermatig informatie over het onderzoeksobject verzamelen
• Gericht op tellen en meten van hoeveelheden, aantallen, percentages, etc.
• Gestructureerd, via vragenlijst, poll, etc
Antwoord op “hoeveel”, “in welke mate”, ja-nee-vragen, etc.
81
New cards
Kwalitatief onderzoek
Inhoudelijke gegevens over inzichten in het onderzoeksobject worden verzameld
• Gericht op onderzoeken van opinies, ideeën, overtuigingen, wensen, etc.
Antwoord op “waarom”, “hoe”, “wat”, “wie”, “waar”, etc.
82
New cards
Beschrijvend onderzoek
De stand van zaken onderzoeken en deze stand in kaart brengen
83
New cards
Vergelijkend onderzoek
Overeenkomsten en verschillen onderzoeken en tot een vergelijking komen
84
New cards
Definiërend onderzoek
Kenmerken onderzoeken en tot een definitie, beeld of omschrijven komen
85
New cards
Evaluerend onderzoek
Positieve en negatieve punten of voor- en nadelen onderzoeken en tot een evaluatie bekomen
86
New cards
Verklarend onderzoek
Oorzaken en gevolgen onderzoeken en tot een verklaring komen
87
New cards
Ontwerponderzoek
Onderzoeken hoe een bepaald probleem aangepakt kan worden en tot een oplossing komen
88
New cards
Validiteit
Als je meet wat je effectief wil meten, dan is je onderzoek valide
Als de instrumenten en methoden die je gebruikt meten wat je wil meten en effectief bijdragen tot het beantwoorden van je onderzoeksvraag en subvragen, dan is je instrument of methode valide of geldig
89
New cards
Generaliseerbaarheid
Als de resultaten van je onderzoek ook kloppen voor andere doelgroepen, situaties, etc. dan is je onderzoek generaliseerbaar
\- De conclusies van je onderzoek gelden voor een grotere groep of soortgelijke situaties
90
New cards
Herhaalbaarheid
* Onderzoek is herhaalbaar als het op een ander tijdstip, met andere proefpersonen, andere onderzoekers, in andere omstandigheden toch tot dezelfde resultaten leidt * Moeilijker in de sociale wereld → continu onderhevig aan veranderingen
91
New cards
Transparantie
* Alle stappen van het onderzoek nauwkeurig beschrijven, bijhouden en openbaar maken * Op die manier is je onderzoek controleerbaar en transparant * Andere kunnen zo je onderzoek opnieuw uitvoeren en controleren
92
New cards
Objectiviteit
Belangrijk om te streven naar objectieve bevindingen
\- Niet laten leiden door eigen voorkeuren, interpretaties of vooroordelen of door die van anderen
93
New cards
Objectiviteit van de onderzoeker
Je eigen verwachtingen en vooroordelen mogen je onderzoek niet beïnvloeden
94
New cards
Objectiviteit van de onderzoekspopulatie
Proefpersonen hebben hun eigen mening, gevoelens, etc. die een invloed hebben op het onderzoek
95
New cards
Objectiviteit van de opdrachtgevers
Objectiviteit kan door de opdrachtgever of financierder in gevaar gebracht worden
96
New cards
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
dezelfde test of observatie wordt door verschillende onderzoekers gedaan
97
New cards
Peer examination
de onderzoeksresultaten worden door collega-onderzoekers gecontroleerd
98
New cards
Blind experiment
de proefpersonen hebben tijdens het experiment geen informatie over de test
99
New cards
Onderzoeksethiek
Om op een ethisch verantwoorden manier aan onderzoek te doen, zijn twee dingen belangrijk
* Een correcte ethische houding * Respecteren van specifieke wetten, reglementen, protocollen, etc
100
New cards
Ethische houding
* Dagelijkse waarden en normen respecteren * Ethisch handelen in onderzoek is niet altijd zwart-wit * Soms kan je voor ethische dilemma’s komen te staan