Schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst door de werking van endogene krachten.
3
New cards
aardkern
Het binnenste van de aarde.
4
New cards
breedteligging
De afstand van een plaats tot de evenaar.
5
New cards
breuk
Barst of scheur in de aardkorst.
6
New cards
continentale plaat
Plaat die bestaat uit een groot landoppervlak.
7
New cards
convergentie
Het naar elkaar toe drijven van platen.
8
New cards
demografisch kenmerk
Kenmerk van de groei en de afname van de bevolking en de herkomst van mensen.
9
New cards
divergentie
Het uit elkaar drijven van platen.
10
New cards
economisch kenmerk
Kenmerk dat gaat over de bestaansmiddelen van mensen; de manier waarop mensen geld verdienen.
11
New cards
El Niño
Het verschijnsel dat het zeewater in het midden en het oosten van de Grote Oceaan extra sterk opwarmt.
12
New cards
epicentrum
Het punt waar de aardbeving aan de oppervlakte komt, direct boven het hypocentrum.
13
New cards
eruptie
Vulkaanuitbarsting.
14
New cards
gesteentekringloop
Proces waarbij gesteenten door geologische processen (verwering, erosie, sedimentatie, gesteentevorming) telkens worden afgebroken en omgevormd.
15
New cards
hogedrukgebied
Gebied met een teveel aan lucht waar lucht wegstroomt over het aardoppervlak en wordt aangevuld met dalende lucht van boven: blauwe luchten en zon. Heet ook maximum.
16
New cards
hooggebergteklimaat
Koud en nat klimaat. De temperatuur in de zomer is gemiddeld lager dan 10° C.
17
New cards
hoogtegordel
Plantengroeizone in een gebergte.
18
New cards
hypocentrum
Plaats diep in de aardkorst waar de aardbeving begint (aardbevingshaard).
19
New cards
keerkring
De breedtecirkel van 23½° N.B. en 23½° Z.B.; grens van de tropen.
20
New cards
klimaat
Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over dertig of veertig jaar.
21
New cards
lijzijde
De kant van de berg die uit de wind ligt; er valt weinig neerslag.
22
New cards
loefzijde
De windkant van een gebergte met veel neerslag.
23
New cards
luchtstreek
Temperatuurzone op aarde: tropen, gematigde zone en poolstreken.
24
New cards
naschok
Aardbeving die uren, dagen of zelfs weken na een eerdere aardbeving in hetzelfde gebied plaatsvindt.
25
New cards
oceanische plaat
Plaat die bestaat uit een groot zeeoppervlak (oceaan).
26
New cards
plaat
Stuk van de aardkorst. Heet ook schol.
27
New cards
plooiingsgebergte
Gebergte dat is ontstaan door plooiing van stukken van de aardkorst.
28
New cards
politiek kenmerk
Kenmerk dat gaat over het bestuur van een land.
29
New cards
regenschaduw
De lijzijde van een berg, waar de dalende en warme lucht weinig of geen neerslag brengt.
30
New cards
reliëf
Hoogteverschillen in het landschap.
31
New cards
schaal van Richter
Schaal waarmee de kracht van een aardbeving wordt aangegeven.
32
New cards
seismisch gat
Een gebied waar al lang geen zware aardbeving is voorgekomen vergeleken met de omringende gebieden.
33
New cards
seismoloog
Wetenschapper die zich bezighoudt met het bestuderen van aardbevingen.
34
New cards
sociaal-cultureel kenmerk
Kenmerk van de cultuur: kunst, taal, godsdienst, gewoonten en geschiedenis.
35
New cards
stuwingsregen
Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte.
36
New cards
subductie
Het wegduiken van een oceanische plaat onder een continentale plaat.
37
New cards
subtropisch maximum
Hogedrukgebied (maximum) rond 30° breedte.
38
New cards
temperatuurfactor
Factor die invloed heeft op de temperatuur in een gebied.
39
New cards
transforme beweging
Het langs elkaar bewegen van platen.
40
New cards
trog
Diepe kloof onder in de zee, ontstaan door subductie van een oceanische plaat.
41
New cards
tsunami
Hoge vloedgolf op zee die de kust overspoelt en die wordt veroorzaakt door een zeebeving.
42
New cards
waterdamp
Verdampt water (gasvormig) in de lucht.
43
New cards
zeeklimaat
Klimaat met een matigende invloed van de zee op de temperatuur ('s zomers koeler, 's winters zachter) en het hele jaar neerslag.
44
New cards
zeestroom
Stroming van zeewater die ontstaat doordat de wind langdurig uit één richting waait.
45
New cards
mediterraan klimaat
Klimaat met hete, droge zomers en vochtige, zachte winters. Heet ook middellandse zeeklimaat.