Dossier 4

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/102

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 5:41 PM on 4/22/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

103 Terms

1
New cards
un capot
een kap, een motorkap
2
New cards
un carrefour
een kruispunt
3
New cards
une ceinture de sécurité
een veiligheidsgordel
4
New cards
un clignotant
een richtingaanwijzer
5
New cards
le code de la route
de wegcode
6
New cards
un compteur
een teller, een meter
7
New cards
un conducteur
een bestuurder
8
New cards
un croquis
een schets
9
New cards
un cycliste
een fietser
10
New cards
un essuie-glaces
een ruitenwisser
11
New cards
un feu antibrouillard
een mistlicht
12
New cards
un feu rouge
een rood licht, een verkeerslicht
13
New cards
un frein
een rem
14
New cards
un frein à main
een handrem
15
New cards
un gilet de sécurité
een veiligheidshesje
16
New cards
un levier de vitesse
een versnellingdpook, een versnellingshendel
17
New cards
un panneau de signalisation
een verkeersbord
18
New cards
un pare-brise
een voorruit
19
New cards
un pare-chocs
een bumper
20
New cards
un pare-soleil
een zonneklep
21
New cards
un passage piétons
een zebrapad
22
New cards
un permis de conduire
een rijbewijs
23
New cards
un phare
een licht
24
New cards
un phare de recul
een achteruitrijlicht
25
New cards
un piétons
een voetganger
26
New cards
une piste cyclable
een fietspad
27
New cards
une place de stationnement
een parkeerplaats
28
New cards
un pneu
een band
29
New cards
une portière
een portier
30
New cards
un pot d’échappement
een uitlaat
31
New cards
un rétroviseur
een achteruitkijkspiegel
32
New cards
un rond-point
een rondpunt
33
New cards
une rue à sens interdit
een straat met verboden richting
34
New cards
une rue à sens unique
een eenrichtingsstraat
35
New cards
un siège
een stoel, een zitplaats
36
New cards
un tableau de bord
een dashbord
37
New cards
un triangle de signalisation
een gevarendriehoek
38
New cards
une trousse de premiers secours
een verbandkist
39
New cards
une voie
een baanvak
40
New cards
un volant
een stuur
41
New cards
se garer
parkeren
42
New cards
céder le passage
doorgang verlenen
43
New cards
donner la priorité
voorrang geven
44
New cards
une batterie
een batterij
45
New cards
un cric
een krik
46
New cards
la fumée
de rook
47
New cards
l’huile
de olie
48
New cards
un mécanicien
een monteur, mecanicien
49
New cards
un moteur
een motor
50
New cards
une panne d’essence
een brandstoftekort
51
New cards
une priorité de droite
een voorrang van rechts
52
New cards
une roue de secours
een reservewiel
53
New cards
une station-service
een benzinestation, een pompstation
54
New cards
une vitesse
een snelheid
55
New cards
crevé (-e)
lek
56
New cards
pousser
duwen
57
New cards
soulever
optillen, opheffen
58
New cards
faire le plein
voltanken
59
New cards
un accrochage
een aanrijding, een lichte botsing
60
New cards
un constat (d’accident)
een aanrijdingsformulier
61
New cards
un feu stop
een remlicht
62
New cards
un motard
een motorrijder
63
New cards
un passager
een passagier
64
New cards
un virage
een bocht
65
New cards
indéterminé (-e)
onbepaald
66
New cards
décéder
overlijden
67
New cards
dévier
afwijken
68
New cards
freiner
remmen
69
New cards
percuter
botsen tegen
70
New cards
retomber
weer vallen
71
New cards
rentrer dedans
inrijden op
72
New cards
succomber
bezwijken
73
New cards
tuer
doden
74
New cards
au bout de
aan het (uit)einde van
75
New cards
au coin de
op de hoek van
76
New cards
au fond de
achter in
77
New cards
avant/ après la panneau
voor/na het verkeersbord
78
New cards
de l’autre côté de
aan de andere kant van
79
New cards
en face de/ face à
tegenover
80
New cards
grièvement
ernstig (voor verwondingen)
81
New cards
jusqu’à
tot aan
82
New cards
le long de
langs
83
New cards
parallèle à
parallel met
84
New cards
par la gauche/ par la droite
langs links/rechts
85
New cards
effectuer des tonneaux
overkop gaan (met de wagen)
86
New cards
entrer en collision (avec)
botsen (met)
87
New cards
être blessé
gewond zijn
88
New cards
être dans un état critique
zich in kritieke toestand bevinden
89
New cards
être éjecté
uitgeworpen worden
90
New cards
être en tort
in fout zijn
91
New cards
être hospotalisé
opgenomen worden in het ziekenhuis
92
New cards
être transporté
vervoerd worden
93
New cards
être tué sur le coup
op slag dood zijn
94
New cards
faire des blessés
gewonden met zich meebrengen, gewonden maken
95
New cards
négocier un virage
met grote snelheid een bocht nemen
96
New cards
perdre la vie
het leven laten
97
New cards
perdre le contrôle
de controle verliezen
98
New cards
refuser la priorité
de voorrang weigeren
99
New cards
une ampoule
een lamp
100
New cards
une carrosserie
een koetswerk