1/99
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
nul, nulle
slecht; niets; nietig, waardeloos; geen enkel(e)
une absence
afwezigheid
cher, chère
dierbaar, geliefd; duur
plaire
behagen, bevallen, aanstaan
derrière
achter
une connaissance
kennis
immédiatement
onmiddelijk
une entrée
inkom, ingang
signer
(onder)tekenen
révéler
onthullen, openbaren, kenbaar maken
couper
snijden, knippen; afbreken
une salle
zaal
une pièce
stuk; kamer, plaats in huis
une équipe
ploeg, team
situer
bevinden, situeren
souligner
onderstrepen, onderlijnen
une source
bron
respect
respect, eerbied
un crime
misdaad
précédent, précédente
vorige
installer
installeren; plaatsen; inrichten; vestigen
facile, facile
gemakkelijk
augmenter
vermeerderen, verhogen, toenemen, stijgen
réunir
bijeenbrengen; verenigen
une impression
indruk, impressie; (druk)werk, het (af)drukken, (af)druk
octobre
oktober
un médecin
dokter, arts
fédéral, fédérale
federaal, bonds-
la police
politie; (verzekerings)polis
un coût
kost
une formation
vorming; opleiding; formatie
un contrat
contract; overeenkomst; verdrag
normal, normale
normaal
une attitude
houding, attitude
une faute
fout
une série
reeks; serie
lever
(op)heffen; opsteken
proche, proche
verwant
dicht(bij), nabij
direct, directe
direct, rechtstreeks
imaginer
zich verbeelden, zich voorstellen
figurer
voorkomen, vermeld staan
pratique, pratique
praktisch
finalement
uiteindelijk, ten slotte
allemand, allemande
Duits
la pression
druk
un accès
toegang
un champ
veld
un film
film
une charge
last
envisager
overwegen
une commune
gemeente
une ressource
(hulp)bron
monter
oprichten; omhoog gaan: naar boven gaan; stijgen; naar boven brengen
promettre
beloven
une motion
motie
concentrer
concentreren
exactement
exact, precies
composer
vormen; samenstellen; componeren
un chemin
weg
une zone
zone; gebied
une province
provincie
une élection
verkiezing
un usage
gebruik
un conflit
conflict
hors
buiten
une enquête
enquête; vragenlijst; verhoor; navraag
un terrain
terrein, stuk grond, veld
mars
maart
tellement
zo(veel), zo (erg)
un espace
ruimte
demain
morgen
hier
gisteren
confier
toevertrouwen
remarquer
opmerken
égard
opzicht; aanzien; respect
supérieur, supérieure
superieur, hoogwaardig; hoger; bovenste
huit
acht
condamner
veroordelen
capital, capitale
kapitaal, hoofd-, voornaamste
lien
band, relatie; link
une voiture
wagen, auto
une discussion
discussie, gesprek
limiter
beperken, begrenzen
justifier
verantwoorden
un agent
agent, vertegenwoordiger
un sentiment
gevoel
une tâche
taak
directement
rechtstreeks
euh
euh
raconter
vertellen
décembre
december
développer
ontwikkelen
honorable, honorable
eervol
un contact
contact
conclure
besluiten, afsluiten
un fruit
fruit
ouvert, ouverte
open, ontvankelijk
un investissement
investering
insister
aandringen
avantage
voordeel