1/54
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Functies nier
Filteren + verwijderen metabole afbraakproducten en toxische stoffen via excretie en urine. 2) Rol in homeostase door reguleren van zuur-base fysiologie en elektrolytenbalans. 3) Productie van hormonen, Ca2+ metabolisme en regulatie van bloeddruk.
Glomerulair capillair netwerk
Afferente arteriool die de glomerulus binnendringt en samenvloeit met een efferente arteriool.
Peritubulair capillair netwerk
Vervolg van de efferente arteriool bij oppervlakkige nefronen, verantwoordelijk voor 90% van het bloed.
Vasa recta
Vervolg van de efferente arteriool bij diepere nefronen, verantwoordelijk voor 10% van het bloed.
Nefron
Functionele eenheid van de nier, ongeveer 2 miljoen per persoon, bestaande uit glomerulus en nierbuisje.
Kapsel van Bowman
Omgeeft het glomerulaire netwerk; bevat de ruimte van Bowman en loopt over in het lumen van het nierbuisje.
Corticale nefronen
Oppervlakkige nefronen die zich in de cortex bevinden met korte loops naar de medulla.
Juxtamedullaire nefronen
Diepere nefronen aan de grens tussen cortex en medulla, met lange lusjes.
Podocyten
Cellen die de viscerale laag van het kapsel van Bowman vormen.
Endotheelcellen
Cellen in glomerulaire capillairen die grote fenestrae bevatten en bloedcellen filteren.
Basale membraan
3-lagige structuur die tussen endotheelcellen en podocyten ligt, fungeert als filterbarrière.
Juxtaglomerulair apparaat
Complex dat bloedtoevoer en ultrafiltratie regelt en beïnvloedt de Na+ balans en bloeddruk.
Ureters
Brengen urine van de nierpelvis naar de blaas.
Urineblaas
Holle structuur die urine opslaat, omgeven door mucosa en spierweefsel.
Inwendige sfincter
Afsluiter van de urineblaas van de urethra, autonoom bezenuwd, opgebouwd uit glad spierweefsel.
Uitwendige sfincter
Afsluiter van de blaas die uit skeletspierweefsel bestaat.
Mictiereflex
Reflexmatige blaaslediging die optreedt bij een druk van meer dan 400ml in de blaas.
Autorregulatie
Zorgt voor constante renale plasma flow en algemene vloeistofstroom.
Macula densa
Specialiseerde epitheelcellen van de stijgende tak van de lus van Henle, onderdeel van het juxtaglomerulaire apparaat.
Granulaire cellen
Speciale gladde spiercellen in het afferente arteriool die renine produceren.
Transcellulair transport
Transport van stoffen via de apicale en basolaterale membranen van epitheliale cellen.
Na+/K+-ATPase
Na+/K+-pomp, houdt de intracellulaire natriumconcentratie laag en kaliumconcentratie hoog.
Paracellulair transport
Transport tussen epitheliale cellen via hechte juncties, afhankelijk van elektrochemische gradiënten.
Glomerulotubulair evenwicht
Proximale nierkronkelbuisjes reabsorberen constant een fractie van het aangeboden natrium.
Ureum
Metabool product dat geconcentreerder is in glomerulair filtraat dan in urine, gevormd door enzym arginase.
Ureumtransporters
UT1 en UT4; aanwezig in apicale en basolaterale membranen van tubulaire cellen.
Urinezuur
Excretie van urinezuur vereist weinig water en wordt uitgescheiden als een witte pasta.
Na+/glucose-cotransporter
Actieve reabsorptie van glucose in het proximale nierkronkelbuisje.
Koolzuuranhydrase
Enzym betrokken bij recuperatie en nieuwvorming van HCO3-.
α-intercalaire cellen
Cellen die waterstofionen (H+) secreteren in het tubulair lumen.
β-intercalaire cellen
Secreteren HCO3- enkel bij metabolische alkalose.
Lus van Henle
Structuur die NaCl verwijdert uit tubulair vocht en de osmolariteit van het interstitium verhoogt.
Medullaire verzamelbuis
Hier vindt belangrijke ureumreabsorptie plaats, essentieel voor corticomedullaire osmotische gradiënt.
Vasa recta
Vernauwing van het bloed in de lus om zouten en water terug te geven aan hun respectieve delen.
Arginine vasopressine (AVP)
Hormoon in zoogdieren dat vasoconstrictie veroorzaakt en de waterpermeabiliteit in verzamelbuisjes verhoogt.
Arginine vasotocine (AVT)
Vasotocine in andere vertebraten, met een rol vergelijkbaar aan ADH.
Aquaporine 1 waterkanalen
Kanaal in de dalende tak van de lus van Henle dat water transporteert.
Aquaporine 2 waterkanalen
Gereguleerd door AVP; verhoogt waterpermeabiliteit in de verzamelbuisjes.
Brunneffect
Het waterbalanseffect van AVT op nieren, huid en blaas.
Effectief circulerend bloedvolume (ECBV)
Verloopt parallel met extracellulair vocht (ECV).
Renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS)
Hormonaal systeem dat wordt geactiveerd door verlaagd ECBV.
Verhoogde sympathische activiteit
Leidt tot afname van renale doorbloeding en verlaagde Na+-excretie.
Neurohypofyse
Verhoogt AVP-secretie, waardoor antidiurese optreedt.
Daling ANP-secretie
Gevolg van een reductie in het effectief cirkulerend volume, leidt tot Na+-excretie.
Angiotensinogeen
α2-globuline geproduceerd door de lever en vrijgegeven in de circulatie.
Renine
Geproduceerd door granulaire cellen van het juxtaglomerulair apparaat; katalyseert omzetting van angiotensinogeen naar angiotensine I.
Aldosteron
Stimuleert Na+-reabsorptie in verzamelbuisjes door het verhogen van Na+-kanalen.
Osmoreceptoren
Gelegen in het CZS waar de bloed-hersenbarrière onderbroken is; verantwoordelijk voor osmolariteitsregulatie.
Toniciteit
Effect dat een oplossing heeft op de cellen in hun osmotische omgeving.
Osmoregulator
Dier dat zijn inwendige osmolariteit controleert en aanpast aan de omgeving.
Osmoconformer
Dier dat zijn osmolariteit niet regelt en zich aan de omgeving aanpast.
Trimethylamineoxide en ureum
Organische osmolyten die anorganische ionen compenseren voor osmosebalans.
Rectaalklier
Excretieorgaan aan het einde van het verteringskanaal; verwijdert anorganische zouten.
Zoutklieren
Aan de snavel van vogels; secreteren geconcentreerde zouten via een tegenstroommechanisme.
Chloridecellen
Cellen met instulpingen in de basolaterale membraan, betrokken bij actief zouttransport.