Het bloed en het cardiovasculair stelsel

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/164

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:53 AM on 11/10/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

165 Terms

1
New cards

stamcel

cel die zichzelf kan delen en nog in staat om te differentiëren tot 1 of meer gespecialiseerde celtypes

2
New cards
3
New cards
4
New cards
5
New cards
arteria
slagader
6
New cards
vena
ader
7
New cards
arteriol
kleinste arterie
8
New cards
venule
kleinste vene
9
New cards
capillair
haarvat
10
New cards
anastomosis
verbinding
11
New cards
cor
hart
12
New cards
cardial
van het hart
13
New cards
endocard
binnenste bekleding van het hart
14
New cards
myocard
spierlaag van het hart
15
New cards
pericard
hartzakje
16
New cards
cardiomyopathie
ziekte van de hartspier
17
New cards
tunica
bekleding, laag
18
New cards
tunica intima
binnenste laag
19
New cards
tunica media
middelste laag
20
New cards
tunica adventitia
buitenste laag
21
New cards
endotheel
epitheelweefsel in de wand van een bloedvat
22
New cards
haema
bloed
23
New cards
haem-
bloed
24
New cards
hematologie
studie van het bloed
25
New cards
anemie
bloedarmoede
26
New cards
hematurie
voorkomen van bloed in urine
27
New cards
hemoglobine
transporteiwit in rode bloedcellen
28
New cards
hematocriet
volumepercentage bloedcellen/plasmavolume
29
New cards
biconcaaf
aan 2 kanten hol
30
New cards
erythros
rood
31
New cards
erythrocyt
rode bloedcel
32
New cards
leucos
wit
33
New cards
leukocyt
witte bloedcel
34
New cards
karyon
kern
35
New cards
megakaryocyt
cel met een grote kern
36
New cards
myelos
merg
37
New cards
stam
stam
38
New cards
ox
zuurstof
39
New cards
hypoxy
te weinig zuurstof
40
New cards
penia
armoede
41
New cards
leukopenie
te weinig witte bloedcellen
42
New cards
poiesis
maken
43
New cards
hemopoëse
aanmaken van bloedcellen
44
New cards
erytropoëse
aanmaken van rode bloedcellen
45
New cards
punctura
gaatje, prik
46
New cards

stasis

stilstand
47
New cards
hemostase
proces waardoor bloeding wordt gestopt
48
New cards
thrombos
stolsel
49
New cards
trombocyt
bloedplaatje
50
New cards
granula
korrel
51
New cards
granulocyt
witte bloedcel met gekorreld cytoplasma
52
New cards
agranulocyt
witte bloedcel zonder duidelijke korreling
53
New cards
pus
etter
54
New cards
purulent
etterig
55
New cards
chemotaxis
aangetrokken worden door chemische stoffen
56
New cards
diapedese
zich verplaatsen doorheen de bloedvatwand
57
New cards
apex
top
58
New cards
thorax
borstholte
59
New cards
diafragma
middenrif
60
New cards
atrium
boezem
61
New cards
septum
tussenschot
62
New cards
septum cordis
tussenschot in het hart
63
New cards
septum interatriale
tussenschot tussen boezems
64
New cards
septum interventriculare
tussenschot tussen kamers
65
New cards
tricuspidalisklep
3-bladige klep tussen rechter atrium en rechter ventrikel
66
New cards
semilunaire kleppen
halvemaanvormige kleppen tussen ventrikels en grote arteriën
67
New cards
viscera
organen
68
New cards
visceraal
tegen het orgaan
69
New cards
pariëtaal
wandstandig
70
New cards
vas
vat, bloedvat
71
New cards
vasoconstrictie
samentrekken van glad spierweefsel in bloedvatwand
72
New cards
vasodilatatie
relaxeren van glad spierweefsel in bloedvatwand
73
New cards
immuunglobulines
antistoffen, antilichamen
74
New cards
multipotent
meerdere mogelijkheden hebben
75
New cards
intravascular
in de bloedvaten
76
New cards
thermoregulatie
handhaven van constante lichaamstemperatuur
77
New cards
perspiratio insensibilis
onmerkbare afgifte van waterdamp via de huid
78
New cards

fibrinogeen

eiwit in oplossing

79
New cards

fibrine

eiwit in onopgeloste vorm

(fibrinevorming bij bloedtrekken voorkomen door bepaalde stoffen al toe tevoegen aan buisje)

80
New cards

bloed

= vloeibare vorm van bindweefsel met unieke samenstelling

bestaat uit:

  • cellen en celfragmenten in een matrix of grondsubstantie 

  • grondsubstantie = (bloed)plasma

    • serum = vloeistof die bovenop komt wnr niets wordt toegevoegd om stolling tegen te gaan = vloeistof/plasma zonder fibrinogeen (= omgezet in koek)

  • eiwitten in plasma = oplossing == niet als onoplosbare vezels (zoals bij andere soorten vezels)

<p>= vloeibare vorm van bindweefsel met unieke samenstelling</p><p>bestaat uit: </p><ul><li><p>cellen en celfragmenten in een matrix of grondsubstantie&nbsp;</p></li><li><p>grondsubstantie = (bloed)plasma</p><ul><li><p>serum = vloeistof die bovenop komt wnr niets wordt toegevoegd om stolling tegen te gaan = vloeistof/plasma zonder fibrinogeen (= omgezet in koek)</p></li></ul></li></ul><ul><li><p>eiwitten in plasma = oplossing == niet als onoplosbare vezels (zoals bij andere soorten vezels)</p></li></ul><p></p>
81
New cards

hematocriet

volumepercentage bloedcellen tovh plasmavolume is onder normale omstandigheden constant

— alle bloedcellen komen in aanmerking bij bepaling vh hematocriet, maar hangt bijna uitsluitend af v aantal rode bloedcellen

  • verhouding witte bloedcellen / rode bloedcellen = 1/1000

  • normale hematocriet

    • mannen (volw) = 46%

    • vrouwen (volw) = 42%

82
New cards

vaste bestanddelen in bloed

  • eythrocyten

  • leukocyten

  • thrombocyten

== ontwikkelen in multipotente stamcel — bevindt vooral in bloedvormend rode beenmerg

<ul><li><p>eythrocyten</p></li><li><p>leukocyten</p></li><li><p>thrombocyten</p></li></ul><p>== ontwikkelen in multipotente stamcel — bevindt vooral in bloedvormend rode beenmerg</p><img src="https://knowt-user-attachments.s3.amazonaws.com/464b97f8-f2ae-45d6-a745-ac4721cc91c7.png" data-width="100%" data-align="center"><p></p>
83
New cards

schema hemopoëse

knowt flashcard image
84
New cards

rijping vd bloedcellen

= beenmerg

behalve:

  • T-lymfocyten ontstaan in het beenmerg, maar rijpen niet daar.

  • migreren naar de thymus (zwezerik) = klein orgaan achter borstbeen.

  • In de thymus leren ze:

    • Zelf-tolerantie (ze mogen eigen lichaamscellen niet aanvallen)

    • Herkenning van antigenen via hun T-celreceptor

  • De thymus is vooral actief op jonge leeftijd en speelt een cruciale rol in immuniteit.

85
New cards

levensloop vd bloedcellen

  • RBC en trombocyten = in bloedbaan

  • lymfocyten: circuleren tussen compartimenten v bloedbaan, lymfevaten, lymfeklieren, milt en weefsels

    • kunnen bloedbaan verlaten door dunne wand van capilair. gaan naar plaats van infectie/ontsteking

  • fagocyterende cellen: naar weefsels

86
New cards

erytrocyten

= kleine biconcave schijfjes

  • dun centraal gebied + dikke rand

vorm voordelen:

  • cel krijgt groter opp celmembraan ivgl volume vd cel == transporprocessen over membraan versnellen

  • grotere flexibiliteit = cellen kunnen gemakkelijk verplaatsen doorheen nauwe lumina vd capillairen

87
New cards

eigenschappen rijpe rode bloedcel

  • geen kern

  • geen organellen

== kunnen niet delen + geen eiwitten of enzymen vormen

  • energievoorziening: glycolyse

  • verbruiken geen zuurstof = alle zuurstof kan aangeboden worden aan weefsels

  • bevat hemoglobine = eiwit dat zuurstof en beperkte mate CO2 kan binden

  • levensduur: 120dagen

88
New cards

hemoglobine

  • opgebouwd uit 4 subeenheden met telkens haemmolecule die elk ijzerion bevatten = reageert met zuurstofmoleculen

    • rode bloedcellen met hemoglobine gebonden aan zuurstof = bloed helrode kleur

    • rode bloedcellen zonder zuurstof gebonden = bloed donkerrode / blauwachige kleur

<ul><li><p>opgebouwd uit 4 subeenheden met telkens haemmolecule die elk ijzerion bevatten = reageert met zuurstofmoleculen</p><ul><li><p>rode bloedcellen met hemoglobine gebonden aan zuurstof = bloed helrode kleur</p></li><li><p>rode bloedcellen zonder zuurstof gebonden = bloed donkerrode / blauwachige kleur</p></li></ul></li></ul><p></p>
89
New cards

levenscyclus rode bloedcellen

  1. 120dagen ‘leven’

  2. RBC in milt in grote stukken afgebroken

  3. verdere afbreking in reticulo-endotheliaal systeem: lever, milt, beenmerg

  4. vrijgekomen Hb wordt ijzer terug afgesplitst + opgeslagen voor hergebruik

    1. bij afbraak Hb komt bilirubine vrij = stof die naar lever wordt vervoerd — later uitgescheiden

<ol><li><p>120dagen ‘leven’</p></li><li><p>RBC in milt in grote stukken afgebroken</p></li><li><p>verdere afbreking in reticulo-endotheliaal systeem: lever, milt, beenmerg</p></li><li><p>vrijgekomen Hb wordt ijzer terug afgesplitst + opgeslagen voor hergebruik</p><ol><li><p>bij afbraak Hb komt bilirubine vrij = stof die naar lever wordt vervoerd — later uitgescheiden</p></li></ol></li></ol><p></p>
90
New cards

bloedgroep bepaling

aan- of afwezigheid v specifieke oppervlakte-antigenen op PM van de erythrocyten

— gevormd door specifieke suikerketens in de glycocalix vd rode bloedcellen

erythrocyten bevatten ten minste 50 verschillende typen oppervlakte-antigenen, maar maar 3 v belang: A, B, Rh (of D)

91
New cards

ABO systeem

  • bloedgroep A: enkel antigen A

  • bloedgroep B: enkel antigen B

  • bloedgroep AB: antigeen A en B

  • bloedgroep O: geen antigen A of B

(bestaan nog variaties van)

rhesuspositief (Rh+) = rhesusantigeen op opp vd erythrocyten aanwezig

rhesusnegatief = geen rehsusantigeen

<ul><li><p>bloedgroep A: enkel antigen A</p></li><li><p>bloedgroep B: enkel antigen B</p></li><li><p>bloedgroep AB: antigeen A en B</p></li><li><p>bloedgroep O: geen antigen A of B</p></li></ul><p>(bestaan nog variaties van)</p><p>rhesuspositief (Rh+) = rhesusantigeen op opp vd erythrocyten aanwezig</p><p>rhesusnegatief = geen rehsusantigeen</p><p></p>
92
New cards

aanmaak erytrocyten

aanmaak voldoende normale erytrocyten tijdens erytropoëse = afhv:

  • normale multipotente stamcellen

  • normaal beenmergstroma

  • normale DNA synthese

  • normale HB synthese

  • voldoende hemopoëtische  groeifactoren = erytropoëtine

  • membraan en intracellulaire enzymapparaat vd erytrocyten moeten normaal zijn

== wnr niet = stoornis: aanleiding geven tot verminderde aanmaak en/of verhoogde afbraak v erytrocyten = bloedarmoede / anemie

93
New cards

anemie

toestand waarbij het aantal erytrocyten en/of HB concentratie in het perifere bloed lager is dan nrml voor de leeftijd en het geslacht

94
New cards
term image
knowt flashcard image
95
New cards

sikkelcelanemie

= bloedarmoede: hemoglobine niet mooi in oplossing = vormt lange stugge vezels = geen flexibele rode bloedcellen — stropt op

  • genetische oorsprong

<p>= bloedarmoede: hemoglobine niet mooi in oplossing = vormt lange stugge vezels = geen flexibele rode bloedcellen — stropt op</p><ul><li><p>genetische oorsprong</p></li></ul><p></p>
96
New cards

leukocyten

= witte bloedcellen

  • granulocyten

  • agranulocyten

— alle witte bloedcellen spelen een rol in de afweer vh lichaam tegen micro-organismen en lichaamsvreemde eiwitten

97
New cards

granulocyten

maken 70% vd witte bloedcellen uit

  • neutrofielen = 90%

  • eosinofielen granulocyten

  • basofiele granulocyten

granulocyten ongeveer 2x zo groot als erytrocyten — aangetrokken door chemische stoffen: chemotaxis + kunnen doorheen capillaire wand verplaatsen = diapedese

kunnen actief bewegen doorheen het weefsel adhv amoeboïde bewegingen

98
New cards

neutrofielen granulocyten

  • lichtroze, korrelig cytoplasma

  • aantal vaak verhoogd bij begin v infectie

  • in staat om bacteriën te fagocyteren

    • wnr neutrofiele granulocyt dit overleefd keer die terug nr de bloedbaan

    • als cel dood gaat: ettervorming/pus = chemische stoffen komen vrij die andere neutrofielen aantrekken

99
New cards

eosinofiele granulocyten

rood korrelig cytoplasma en gelobde kern

vernietigen de antigeen-antistofcomplexen die in het bloed circuleren.

100
New cards

basofiele granulocyten

grote blauwe korrels in het cytoplasma en een gelobde kern

produceren heparine en histamine + zorgen voor lokale reacties die optreden bij ontstekingen: roodheid en zwelling

versterken de werking vd mestcellen die in het bindweefsel aanwezig zijn

kunnen stoffen afscheiden waardoor andere granulocyten aangetrokken worden