bio 8.1

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/75

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

76 Terms

1
New cards

Welke rol speelt DNA in chromatine?

Erfelijk materiaal in chromatine (= DNA en histonen).

2
New cards

Wat zijn nucleosomen?

Structuur, eiwit-DNA-complex waar DNA om histonen is gerold.

3
New cards

Hoe zijn nucleosomen met elkaar verbonden?

Nucleosomen met elkaar verbonden door korte stukjes los DNA.

4
New cards

Hoe is de lange keten nucleosomen gerangschikt?

De lange keten nucleosomen in spiraalvorm.

5
New cards

Hoe wordt de spiraalstructuur verder gevormd?

Zelf weer verder opgerold tot een spiraalstructuur.

6
New cards

Wat is de eerste functie van nucleosomen?

Compact maken van het lange DNA-molecuul (±2 meter) zodat het in de kern past door spiraliseren.

7
New cards

Wat is de tweede functie van nucleosomen?

Regulatie van DNA-activiteit: delen kunnen tijdelijk worden afgeschermd of juist vrijgemaakt door enzymen die nucleosomen verschuiven.

8
New cards

Hoe is chromatine zichtbaar tijdens interfase?

Tijdens de interfase zichtbaar als korrelige massa.

9
New cards

Wat is heterochromatine?

Sterk verdicht en inactief.

10
New cards

Wat is euchromatine?

Losser en actief in transcriptie.

11
New cards

Wat is DNA chemisch?

DNA is een polymeer van aaneengeschakelde nucleotiden.

12
New cards

Wat vormen de suiker en fosfaat in DNA?

Een herhalende ruggengraat

13
New cards

Wat vormt de structuur van DNA?

DNA bestaat uit twee antiparallelle ketens die samen een dubbele helix vormen.

14
New cards

Welke paring hebben complementaire basen A en T?

A ↔ T (twee waterstofbruggen).

15
New cards

Welke paring hebben complementaire basen G en C?

G ↔ C (drie waterstofbruggen).

16
New cards

Wat maken de verbindingen tussen basen in DNA?

Deze verbindingen maken DNA tot een stabiele, spiraalvormige ladder.

17
New cards

Wat is de antiparallelle oriëntatie van DNA-strengen?

Ene streng loopt van 5’ → 3’, de andere van 3’ → 5’.

18
New cards

Wat bevat de volgorde van basen in DNA?

De volgorde van basen bevat de erfelijke informatie.

19
New cards

Wat is een gen?

Een DNA-fragment dat codeert voor de synthese van een eiwit (bijv. een enzym).

20
New cards

Hoe varieert de lengte van een gen?

Genlengte varieert van ±100 tot enkele duizenden nucleotiden.

21
New cards

Hoeveel genen bezit de mens?

De mens bezit ongeveer 21.000 genen.

22
New cards

Welk DNA hebben mitochondriën en chloroplasten?

Mitochondriën en chloroplasten bevatten eigen DNA.

23
New cards

Wat codeert mitochondriaal DNA voor?

Mitochondriaal DNA codeert voor ±13 eigenschappen.

24
New cards

Wat heeft elke DNA-streng aan uiteinden?

Een 5’-kant (kant van de fosfaatgroep) en een 3’-kant (kant van de desoxyribose).

25
New cards

Waarom is de helix antiparallel?

Één streng loopt 5’→3’, de andere 3’→5’.

26
New cards

Wat is de beginfase van replicatie?

Helicase verbreekt waterstofbruggen → DNA-strengen scheiden.

27
New cards

Waarom begint replicatie vaak bij AT?

Vaak bij AT want deze zitten vast met 2 H-bruggen dus makkelijker open te breken.

28
New cards

Wat vormt de open structuur bij replicatie?

De open structuur vormt een replicatievork.

29
New cards

Wat is de synthesefase van replicatie?

DNA-polymerase (koppelt de nucleotiden aan stikstofbasen).

30
New cards

Wat is het primer herkenningspunt?

Primer herkenningspunt voor DNA-polymerase om daar te beginnen.

31
New cards

Hoe leest DNA-polymerase de sjabloonstreng?

Leest sjabloonstreng in 3’→5’-richting, vormt nieuwe streng in 5’→3’-richting.

32
New cards

Wat is de leidende streng?

Continu gekopieerd.

33
New cards

Wat is de volgende streng (lagging strand)?

Opgebouwd uit korte fragmenten (Okazaki-fragmenten).

34
New cards

Hoe ontstaan Okazaki-fragmenten?

Steeds beginnen met primer en dan DNAp weer verder maken, terug met primer en dan weer verder, daarna primer weggehaald en DNAp maakt t gat waar de primer zat dicht.

35
New cards

Wat is de afwerking van replicatie?

Ligase verbindt Okazaki-fragmenten tot één doorlopende streng.

36
New cards

Wat is het resultaat van replicatie?

Twee dubbele DNA-moleculen, elk met één oude en één nieuwe streng (semi-conservatief model).

37
New cards

Wat is PCR?

PCR (Polymerase Chain Reaction) maakt het mogelijk om een klein stukje DNA in het lab miljarden keren te kopiëren.

38
New cards

Welke componenten zijn nodig voor PCR?

DNA-polymerase (hittebestendig enzym), DNA dat gekopieerd moet worden, nucleotiden: A, T, C, G, primers: korte enkelstrengs DNA-stukjes die de startpunten markeren (aan beide uiteinden van het doel-DNA).

39
New cards

Wat is denaturatie in PCR?

(95°C, 30 s): DNA-strengen worden gescheiden.

40
New cards

Wat is annealing in PCR?

(≈55°C, 30 s): primers binden aan enkelstrengs DNA.

41
New cards

Wat is verlenging in PCR?

(72°C, 1–5 min): DNAp en nucleotiden worden toegevoegd, polymerase bouwt nieuwe DNA-strengen, oude DNA-streng wordt matrijs genoemd.

42
New cards

Hoeveel verdubbelt DNA per PCR-cyclus?

Elke cyclus verdubbelt de hoeveelheid DNA.

43
New cards

Hoeveel kopieën na 30–40 cycli?

Na 30–40 cycli (>1 miljard kopieën) is er genoeg materiaal voor analyse.

44
New cards

Wat bepaalt de tijdsduur van PCR?

GC-gehalte (meer G-C betekent trager), lengte van de DNA-sequentie.

45
New cards

Wat is de totale duur van PCR?

Ongeveer twee uur in moderne geautomatiseerde PCR-machines.

46
New cards

Waar is PCR op gebaseerd?

Gebaseerd op complementaire basenparing (A-T en G-C), kettingreactie à want de gevormde streng kan weer dienen als matrijs.

47
New cards

Welke toepassingen heeft PCR?

Kloneren van DNA bij genetische modificatie, forensisch onderzoek: identificatie van individuen via DNA-sporen, verwantschapstests: vaststellen van familiebanden, diagnostiek: detecteren van infecties op basis van pathogeen-DNA.

48
New cards

Wat is sequensen?

Sequensen = bepalen van de nucleotidenvolgorde in DNA.

49
New cards

Wat maakt het genoom van veel soorten bekend?

Genoom van veel soorten hierdoor bekend.

50
New cards

Wat gebeurt voorafgaand aan sequensen?

Voorafgaand wordt het te analyseren DNA eerst vaak vermenigvuldigd via PCR.

51
New cards

Wat wordt toegevoegd bij sequensen?

Gewone nucleotiden (A, T, C, G), dideoxynucleotiden (ddNTP’s): nucleotiden zonder OH-groep maar met H-groep → beëindigen replicatie (ipv dATP en dTTP, ddATP en ddTTP).

52
New cards

Wat gebeurt tijdens replicatie bij sequensen?

Tijdens replicatie wordt af en toe een ddNTP ingebouwd, waardoor DNAp stopt met kopiëren en fragmenten van verschillende lengtes ontstaan.

53
New cards

Hoe worden fragmenten gedetecteerd bij sequensen?

Aan de basen zijn kleurstoffen bevestigd, deze fluoresceren onder UV-licht.

54
New cards

Wat is gelelektroforese bij DNA?

Gelelektroforese van DNA-fragmenten is techniek om verwantschap tussen 2 personen aan te tonen.

55
New cards

Wat is stap 1 van gelelektroforese?

Extractie à DNA wordt uit weefsel geïsoleerd en gezuiverd.

56
New cards

Wat is stap 2 van gelelektroforese?

Knippen à DNA in stukjes geknipt met restrictie-enzymen.

57
New cards

Wat is stap 3 van gelelektroforese?

Vermeerdering à Door PCR kan van een kleine hoeveelheid DNA miljoenen kopieën gemaakt worden.

58
New cards

Hoe werkt de migratie in gelelektroforese?

Over gel komt elektrische spanning, en bufferoplossing trekt omhoog in de gel, DNA is een zwak zuur en is negatief geladen, DNA gaat door de poreuze gel en de DNA-fragmenten gaan naar beneden richting de plus elektrode, hoe kleiner het fragment hoe verder het komt.

59
New cards

Wat hebben de fragmenten in sequensen?

Hebben elk een fluorescente kleurstof (bv. blauw voor C).

60
New cards

Hoe worden fragmenten gescheiden?

Worden gescheiden via gelelektroforese volgens lengte.

61
New cards

Wat toont de kleurvolgorde?

De kleurvolgorde toont de onderlinge positie van basen → levert de volledige DNA-sequentie op.

62
New cards

Hoe gebeurt analyse van sequensen?

Analyse gebeurt automatisch en zeer nauwkeurig.

63
New cards

Waarom is Whole Genome Sequencing (WGS) relevant?

De meeste ziekten zijn multifactorieel overerfbaar: meerdere genen, levensstijl en omgevingsfactoren spelen een rol.

64
New cards

Wat is chromatine?

Complex van DNA en histonen in de celkern.

65
New cards

Wat zijn complementaire basen?

A-T en G-C paren die door waterstofbruggen verbonden zijn.

66
New cards

Wat is een gen?

Stuk DNA met code voor een eiwit of eigenschap.

67
New cards

Wat is een replicatievork?

Y-vormige structuur waar DNA wordt ‘ontvouwen’ tijdens replicatie.

68
New cards

Wat is helicase?

Enzym dat waterstofbruggen verbreekt tussen DNA-strengen.

69
New cards

Wat is DNA-polymerase?

Enzym dat nieuwe DNA-strengen synthetiseert.

70
New cards

Wat zijn Okazaki-fragmenten?

Korte DNA-fragmenten gevormd op de volgende streng.

71
New cards

Wat is ligase?

Enzym dat DNA-fragmenten aan elkaar koppelt.

72
New cards

Wat is PCR?

Methode om DNA in het lab te vermenigvuldigen.

73
New cards

Wat is een primer?

Kort DNA-fragment dat het startpunt vormt voor DNA-synthese.

74
New cards

Wat is sequensen?

Vaststellen van de nucleotidenvolgorde van DNA.

75
New cards

Wat is een dideoxynucleotide?

Nucleotide zonder 3’-OH-groep

76
New cards

Wat is gelelektroforese?

Scheiding van DNA-fragmenten op basis van grootte.