De Nederlanden bestonden uit zeventien provincies die onder het gezag stonden van de Habsburgse heersers. Onder Karel V werden de Nederlanden geconfronteerd met religieuze onrust, zoals de opkomst van het protestantisme. Onder Filips II escaleerde de spanning tussen de katholieke vorst en de protestantse bevolking, wat leidde tot de Nederlandse Opstand. De Opstand resulteerde uiteindelijk in de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden (Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) en de voortzetting van de Zuidelijke Nederlanden onder Spaanse heerschappij.
31
New cards
D6. Absolutisme en parlementarisme:
Het absolutisme was een politiek systeem waarbij vorsten absolute macht uitoefenden, zonder rekening te houden met beperkingen van andere instellingen of de rechten van het volk. Parlementarisme daarentegen was een systeem waarbij de macht van de vorst werd beperkt door een parlement of volksvertegenwoordiging. In Europa waren er verschillende voorbeelden van absolutistische heerschappij, zoals Lodewijk XIV in Frankrijk, terwijl landen als Engeland een parlementair systeem ontwikkelden met een beperking van de koninklijke macht.
32
New cards
D7. Renaissance, barok en (neo)classicisme:
De Renaissance was een periode van culturele vernieuwing en herontdekking van de klassieke Grieks-Romeinse cultuur. Het werd gekenmerkt door een focus op menselijke capaciteiten, wetenschappelijke ontdekkingen en artistieke expressie. De barok was een kunststroming die volgde op de Renaissance en gekenmerkt werd door dramatische expressie, weelderige decoratie en religieus geïnspireerde thema's. Het (neo)classicisme was een artistieke beweging die teruggreep op de esthetiek en idealen van de klassieke oudheid, met nadruk op eenvoud, symmetrie en harmonie.
33
New cards
E1. Van heksengeloof naar heksenprocessen:
Tijdens de late middeleeuwen en vroegmoderne periode heerste er een wijdverbreid geloof in heksen en hun vermeende krachten om schade aan te richten. Heksenprocessen waren gerechtelijke procedures waarbij mensen werden beschuldigd van hekserij en vervolgd en gestraft werden. De heksenprocessen bereikten hun hoogtepunt in de 16e en 17e eeuw, met bekende gevallen zoals de heksenprocessen van Salem in de Amerikaanse koloniën.
34
New cards
F1. De Verlichting:
De Verlichting was een intellectuele en filosofische beweging die plaatsvond in de 17e en 18e eeuw in Europa. Het benadrukte rationeel denken, wetenschappelijke vooruitgang, individuele vrijheid en de rechten van de mens. Belangrijke denkers van de Verlichting waren onder andere Voltaire, Rousseau en Montesquieu.
35
New cards
F2. De Amerikaanse Revolutie:
De Amerikaanse Revolutie was een onafhankelijkheidsstrijd die plaatsvond tussen 1775 en 1783, waarbij de dertien Britse koloniën in Noord-Amerika zich afscheidden van Groot-Brittannië. De revolutionairen streefden naar politieke autonomie, bescherming van individuele rechten en democratische principes. De Amerikaanse Revolutie resulteerde uiteindelijk in de oprichting van de Verenigde Staten van Amerika.
36
New cards
F3. Franse Revolutie:
De Franse Revolutie was een periode van politieke en sociale omwenteling in Frankrijk die begon in 1789. Het volk kwam in opstand tegen de absolute monarchie, ongelijkheid en privileges van de adel en de geestelijkheid. De revolutie leidde tot de val van de monarchie, de opkomst van de Eerste Franse Republiek en uiteindelijk het bewind van Napoleon Bonaparte.