Aard. Geologische tijdschaal pg.27-44

0.0(0)
studied byStudied by 4 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/83

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

84 Terms

1
New cards

geologische tijd

de tijd sinds het bestaan van de aarde 4,6 miljard jaar geleden

2
New cards

hoe bepalen we een geologische tijdschaal?

door te kijken naar de bodems, gesteenten en sedimenten in de grond en die vervolgens in lagen te ordenen

3
New cards

verschillende methodes om geologische datering te doen?

relatief dateren en absoluut dateren

4
New cards

relatief dateren

gebeurtenissen chronologisch rangschikken op basis van de natuurlijke opeenvolging van gesteenten en fossielen

5
New cards

relatief dateren is een manier van wat?

het is een manier van ouderdomsbepaling waarbij wetenschappers nagaan welke gesteentelaag het oudst is (maar niet hoe oud ze precies is)

6
New cards

2 manieren van relatief dateren

  1. via de wet van superpositie

  2. op basis van de evolutie van het leven en gidsfossielen

7
New cards

de wet van superpositie

de bovenste laag is jonger dan de laag eronder

8
New cards

discordantievlak

waar gebogen gesteente overgaat naar niet-gebogen gesteente

9
New cards

geplooid

botsing van platen

10
New cards

de evolutie van het leven en gidsfossielen

fossielen kunnen in volgorde gelegd worden van primitief naar geëvolueerd, gidsfossielen leiden ons naar een specifieke tijd in de geologische geschiedenis

11
New cards

waarom leiden gidsfossielen ons naar een specifieke tijd?

omdat ze onder een bepaalde vorm en talrijk over een groot deel van de aarde aanwezig waren tijdens een relatief korte periode, en daarna uitstierven

12
New cards

absoluut dateren

wetenschappers proberen de werkelijke ouderdom (in jaren) te achterhalen, en zo concrete jaartallen te plaatsen bij de vorming van materialen / gebeurtenissen

13
New cards

halfwaardetijd

de tijd waarin de helft van de aanwezige moederelementen omgezet wordt in dochterelementen

14
New cards

hoe meet je het begintijdstip van het verval?

door de verhouding te meten tussen het aantal resterende moederelementen en het aantal dochterelementen

15
New cards

verval

vorming van het gesteente

16
New cards

radioactieve isothopen

vormen van een chemisch element met een ander aantal neutronen

17
New cards

wat doen radioactieve isothopen?

vervallen spontaan en vormen andere elementen

18
New cards

2 soorten absoluut dateren

  1. koolstofdatering

  2. kaliumdatering

19
New cards

koolstofdatering

planten die groeien en dieren die eten leggen koolstof in hun weefsel of skelet vast, wanneer het organisme sterft, stopt dit en vermindert het aantal moederatomenen

20
New cards

halfwaardetijd koolstofdatering

5730 jaar

21
New cards

kaliumdatering

^40K is een isotoop dat veel voorkomt in gesteenten en wordt vaak gebruikt voor datering ervan

22
New cards

halfwaardetijd kaliumdatering

1,3 miljard jaar

23
New cards

in welke periode stond het zeepeil het hoogst?

ordovicium

24
New cards

in welktijdvak stond het zeepeil het laagst?

holoceen

25
New cards

3 plooiingen in Europa

  1. Caledonische

  2. Hercynische

  3. Alpiene

26
New cards

periodes (in het primair?) dat geplooid werden door de Caledonische plooiing

  1. Cambrium

  2. Ordovicium

  3. Siluur

27
New cards

periodes dat geplooid werden door de Hercynische plooiing

  1. Cambrium

  2. Ordovicium

  3. Siluur

  4. Devoon

  5. Carboon

28
New cards

Welke periodes werden dubbel geplooid en zijn dus metamorfe gesteenten?

  1. Cambrium

  2. Ordovicium

  3. Siluur

29
New cards

Welke plaatsen botsen om de Alpiene plooiing te vormen?

Euraziatische plaat met Italië (afgebroken v. Afrikaanse plaat)

30
New cards

In welke periode kwam Pangea

in het Perm

31
New cards

wat wijst erop dat belgie in een tropisch gebied heeft gelegen?

fossielen van koralen en steenkool in de belgische ondergrond

32
New cards

kleine ijstijd

gemiddeld 5°C - 10°C lager

33
New cards

Welke era is de tijd van de zoogdieren en vogels?

Cenozoïcum

34
New cards

In welk tijdsvak ontstaat de mens?

Pleistoceen

35
New cards

In welke era ontwikkelt het leven zich buiten water en nam het aantal sterk toe? De amfibieën waren de meest geëvolueerde wezens op het einde van dit era.

Paleozoïcum

36
New cards

Welk era werd gedomineerd door reptielen?

Mesozoïcum

37
New cards

dendrochronolgie

studie van jaarringen in boomstammen

38
New cards

van wat is de breedte van jaarringen afhankelijk?

het klimaat en de groeiomstandigheden van dat jaar

39
New cards

jaarringen in de zomer

breed en licht van kleur

40
New cards

jaarringen in de winter

smal en donker van kleur

41
New cards

pollen

stuifmeelkorrels van zaadplanten

42
New cards

wat kan men doen door determinatie?

de vroegere vegetatie reconstrueren

43
New cards

hoe krijgt men een idee van de temperatuur (pollen)

doordat het voorkomen van plantensoorten iets klimaat gebonden is

44
New cards

varven

meerafzettingen bestaan uit een reeks jaarlaagjes

45
New cards

waarom zijn varven dikker in de zomer?

dan is er meer smeltwater van de ijskap

46
New cards

Milankovic-theorie

Deze theorie is gebaseerd op het feit dat de invallende straling op aarde niet altijd gelijk is

47
New cards

3 dingen waar variaties in zitten waardoor de invallende straling op de aarde niet altijd gelijk is

  1. in de vorm van de baan rond de zon

  2. in de stand van de aardas

  3. in de tollende beweging die de aardas maakt

48
New cards

Milankovic-variabelen

deze variabelen kunnen er samen voor zorgen dat de aarde op sommige momenten minder of meer zonne-energie ontvangt

49
New cards

3 Milankovic-variabelen

  1. Excentriciteit

  2. hoekcyclus / obliquiteit

  3. precessie

50
New cards

excentriciteit

deze variabele geeft aan in welke mate de aardbaan rond de zon afwijkt van een cirkel, de vorm van de ellips verandert in een cyclus van 100 000 jaar

51
New cards

in welke vorm van de aardbaan krijg je extreme seizoenen / een groter verschil tussen winter en zomer ?

bij een (uitgesproken) ellipsvorm

52
New cards

hoe worden de overgangen tussen geologische periodes gekenmerkt?

door sterke veranderingen in het klimaat

53
New cards

hoe is het klimaat binnen een periode?

niet altijd stabiel

54
New cards

welke namen hebben we om het klimaat van een periode te omschrijven

  1. greenhouse earth (broeikasaarde)

  2. icehouse earth (diepvriesaarde)

55
New cards

greenhouse earth

de temperatuur ligt ver boven de huidige temperatuur

56
New cards

icehouse earth

een periode waarin het erg koud is

57
New cards

wat veroorzaakt de seizoenen op aarde?

de hoek van de aardas

58
New cards

wat gebeurd er als de hoek van de aardas groter is?

dan is het verschil tussen de seizoenen ook groter

59
New cards

Waarom betekent een grotere hoek van de aardas een warmere zomer?

omdat de culminatiehoogte toeneemt

60
New cards

culminatiehoogte

de maximale hoogte die een hemellichaam (bv. de zon) op een bepaald moment boven de horizon bereikt

61
New cards

waardoor kan de richting van de aardas nog veranderen?

door een draaiende beweging zoals een tol die scheef hangt

62
New cards

met wat komt de som van de 3 effecten van de Milankovic-theorie overeen?

met de temperatuur die verkregen werd uit het onderzoek naar de schommelingen van zuurstof-isothopen

63
New cards

wat gebeurt er als de parameters van de Milankovic-theorie elkaar versterken?

dan krijg je een ijstijd

64
New cards

wat gebeurt als de parameters van de Milankovi-theorie elkaar opheffen?

dan krijg je een warme periode

65
New cards

Wanneer is de zon actiever?

wanneer er meer zonnevlekken zijn

66
New cards

Waar zorgt een hoge zonneactiviteit voor?

dit verhoogt de inkomende straling

67
New cards

Wat gebeurt er als de aarde verder van de zon staat?

dan is de zonnestraling op aarde lager

68
New cards

circulatie

transportband van de oceaan

69
New cards

thermohaliene circulatie

wereldwijde circulatie van zeewater, aangedreven door temperatuurverschillen (thermo) en zoutgehalte (halien) die op hun beurt de dichtheid bepalen

70
New cards

welke zeestroming transporteert warm en zout water uit de tropen naar het hoge noorden?

golfstroom

71
New cards

waarom zou opwarming van de aarde tot koude kunnen leiden?

door afsmelten van de ijskappen komt er meer (zoet) water in de oceaan, zoet water heeft een kleinere massadichtheid dan zout water, hierdoor geraakt het natuurlijke pompsysteem verzwakt

72
New cards

wat beïnvloedt de weg van zeestromen nog?

de ligging van continenten

73
New cards

hoe hebben de continenten invloed op de zeestromingen?

zowel de kou op het landijsdek (bv. noordpool) als het koude zeewater (bv. Arctische Oceaan) blijven door zeestromingen en omringende landmassa's gevangen, uitwisseling met warmer water van lagere breedten vindt dus bijna niet plaats

74
New cards

Blijft het uitwisselingssyteem binnen 100 miljoen jaar hetzelfde?

nee, als de landmassa's verschuiven gaat dit het uitwisselingssysteem beïnvloeden

75
New cards

voorbeelden van fossielen gevonden in vlaanderen (maar 2 kennen)

  1. de wolharige neushoorn (Gent)

  2. de bruine beer

76
New cards

periglaciaal klimaat

aan de rand van een glaciaal klimaat (peri = aan de rand)

77
New cards

gelifluctie

hellingserosie

78
New cards

Wanneer ontstonden er ideale omstandigheden voor gelifluctie?

wanneer het bovenste laagje van de permafrost in de zomermaanden ontdooide

79
New cards

cryoturbaties

het vermengen van bodemmateriaal uit verschillende bodemhorizonten door afwisselend vriezen en dooien

80
New cards

Wat kunnen we in de bodem van vroegere permafrostgebieden terugvinden?

cryoturbaties

81
New cards

ijswiggen

bij felle winterkou ontstaan er scheuren in de bodem waarin een laag ijs wordt afgezet, dit ijs smelt niet in de zomer en na enkele jaren ontstaat er een verticale ijslaag

82
New cards

zeepeil tijdens een glaciaal klimaat

  1. zeepeil daalt

  2. water zit in ijskappen

  3. rivieren moeten verder stromen naar de zee en zullen zich insnijden in het landschap

83
New cards

zeepeil tijdens interglaciaal klimaat

* zeepeil stijgt

* ijskappen smelten

* rivieren moeten minder ver insnijden in het landschap en zullen sedimenten afzetten

84
New cards

hevige noordenwinden

de ijskappen en het polaire hogedrukgebied breidde uit naar het zuiden