Prota goederenrecht Y!S2P3

5.0(1)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Get a hint
Hint

Wie stichtte Rome volgens de legende en hoe werd de eerste koning gekozen? W1

Get a hint
Hint

Rome werd in 753 v. Chr. gesticht door Romulus en Remus. Romulus werd koning na een ‘vogelschouw’ (auspicium).

Get a hint
Hint

Hoe verhouden beperkte rechten zich tot het eigendomsrecht in het Romeinse recht? W6

Get a hint
Hint

Beperkte rechten zijn evenals het eigendomsrecht absolute rechten, maar geven in tegenstelling tot het eigendomsrecht geen volledige bevoegdheid, maar een bevoegdheid in een bepaald opzicht. De traditionele voorstelling van beperkte rechten is dat zij rusten op andermans zaak. De volstrekte aard blijkt uit dat de beperkt gerechtigde zijn recht niet slechts tegen de hoofdgerechtigde kan inroepen, maar ook tegen diens opvolgers onder bijzondere titel. Beperkte rechten hebben dus zaaksgevolg en droit de préférence.

Card Sorting

1/199

Anonymous user
Anonymous user
encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

200 Terms

1
New cards

Wie stichtte Rome volgens de legende en hoe werd de eerste koning gekozen? W1

Rome werd in 753 v. Chr. gesticht door Romulus en Remus. Romulus werd koning na een ‘vogelschouw’ (auspicium).

2
New cards

Hoe verhouden beperkte rechten zich tot het eigendomsrecht in het Romeinse recht? W6

Beperkte rechten zijn evenals het eigendomsrecht absolute rechten, maar geven in tegenstelling tot het eigendomsrecht geen volledige bevoegdheid, maar een bevoegdheid in een bepaald opzicht. De traditionele voorstelling van beperkte rechten is dat zij rusten op andermans zaak. De volstrekte aard blijkt uit dat de beperkt gerechtigde zijn recht niet slechts tegen de hoofdgerechtigde kan inroepen, maar ook tegen diens opvolgers onder bijzondere titel. Beperkte rechten hebben dus zaaksgevolg en droit de préférence.

3
New cards

Waarin kon in het Romeinse recht een erfdienstbaarheid bestaan? Is dat in het huidige recht anders? W6

Bij het ontstaan (vestigen) van de erfdienstbaarheid moet onderscheid worden gemaakt tussen landelijke en stedelijke erfdienstbaarheid. De landelijke erfdienstbaarheden ontstonden op dezelfde wijze als die waarop de eigendom van een onroerende zaak werd gevestigd, namelijk eerst door mancipatio en in iure cessio. De stedelijke erfdienstbaarheden werden niet als res mancipi beschouwd; voor hen was enkel de in iure cessio de normale ontstaanswijze. Daarnaast kon elke erfdienstbaarheid bij uiterste wil worden gelegateerd of aan een erfgenaam worden toegekend. Later bleef door de wetgeving van Justinianus enkel de traditio over als wijze van eigendomsoverdracht. Zij had plaats doordat de tradens de feitelijke uitoefening door de verkrijger mogelijk maakte en toeliet, oftewel door bezitsverschaffing. Wij hebben nu alleen nog de erfdienstbaarheid, die niet onderverdeeld is in stedelijke of landelijke.

4
New cards

Wat was voor de Romeinen het verschil tussen erfpacht enerzijds, en koop en huur anderzijds? W6

Erfpacht: is een zakelijk recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft eens anders onroerende zaak te houden en te gebruiken. Erfpacht geschiedt vaak tegen betaling (canon) en kan voor een bepaalde tijd, maar ook voor een eeuwige duur worden gevestigd. Indien de erfpachter in gebreke blijft drie achtereenvolgende canons te betalen, dan vervalt zijn erfpacht. Ook mat de erfpachter de onroerende zaak niet verwaarlozen. Omdat erfpacht een zakelijk recht betreft, is het recht zowel overerfbaar als overdraagbaar.

Koop:

Huur:

5
New cards

Waarom noemt men vuistpand een vuistpand? W7

Het Latijnse woord voor pand, pignus, werd door de Romeinen in taalkundig verband gebracht met pagnus, wat het Latijnse woord is voor ‘vuist’.

6
New cards

Wat is het verschil tussen het Romeinse hypotheca en het huidige hypotheekrecht? W7

in het romeinse recht was er geen verschil tussen stil pandrecht en het recht van hypotheek. Ook konden ze toen nog geen openbare registers. Hypotheek was enkel bij overeenkomst te vestigen. Hypotheekrecht in het huidige recht is een beperkt, afhankelijk zekerheidsrecht. Hypotheek is net zoals in het Romeinse recht een absoluut recht, wat tegen iedereen inzetbaar is. In het huidige recht kan hypotheek bij faillissement worden uitgevoerd, alsof er geen sprake is van faillissement.

7
New cards

Waar konden pandrechten allemaal op gevestigd worden volgens het Romeinse recht? En nu? W7

In het Romeinse recht kon het pandrecht op alle vermogensonderdelen afzonderlijk, ook de toekomstige, worden bezwaard. Op enkele hoogst persoonlijke zaken na. Niet alleen zaken 0 het eigendomsrecht van zaken - functioneerden als voorwerp van het hypotheek - of pandrecht, ook andere vermogensrechten konden in pand worden gegeven, zolang maar de uitoefening ervan kon worden te gelde gemaakt. In het huidige recht kan pandrecht worden gevestigd op niet-roerende zaken/niet registergoederen.

8
New cards

Wat betekent Bona Fide? W4

In goede trouw, subjectief. Is een ander woord voor dwaling, voor een onjuiste mening omtrent enig feit of enige omstandigheid. (niet te verwarren met de objective goede trouw, namelijk de redelijkheid en billijkheid).

9
New cards

a.     Wie was Friedrich Carl von Savigny en wat was zijn rol in de ontwikkeling van het Duitse overdrachtsstelsel, zoals dat vandaag de dag is neergelegd in het Duitse Burgerlijk Wetboek (Bürgerliches Gesetzbuch, BGB)? EL

Rechtsgeleerde, de geldigheid en de rechtsgevolgen van deze zakelijke overeenkomst worden door Von Saviguy geabstrabeert van de geldigheid van de rechtshandelingen die eraan ten grondslag liggen.

10
New cards

Hoe gingen de Glossatoren doorgaans om met (ogenschijnlijke) tegenstellingen tussen teksten binnen de Digesten van het Corpus Iuris Civilis? ELW3

De Glossatore hebben het Corpus Iurus Civil willen opvatten als geldend recht en geldend recht moet consistent zijn. Dit verklaart het streven om tegenstrijdigheden binnen het corpus Iuris of de Digesten zoveel mogelijk te harmoniseren.

11
New cards

Welke (schijnbare) tegenstelling ligt besloten tussen de tekst van D. 41.1.31.pr en de tekst van D. 12.1.18.pr? En hoe legt glossator Accursius (c. 1182-1263) deze beide teksten uit? ELW3

Kort gezegd verklaart Accursius het verschil tussen de teksten door te kijken naar de intentie van de tradens en de aanwezigheid van een eerdere verbintenis.

12
New cards

Waarom zouden de erven Goudstikker volgens Van der Ven eigenaar zijn van het gehele schilderij? ELW4 schilderij en zaakvorming

Van der Ven stelt dat het linkerdeel de hoofdzaak is en het rechterdeel een bestanddeel, waardoor natrekking plaatsvindt en de erven Goudstikker eigenaar worden van het geheel.

13
New cards

Hoe verdedigt Wichers mede-eigendom van beide partijen? ELW4 schilderij en zaakvorming

Wichers stelt dat er geen hoofdzaak is, waardoor artikel 5:14 lid 2 BW van toepassing is en beide partijen mede-eigenaar zijn naar evenredigheid van de oorspronkelijke waarde.

14
New cards

Waarom ziet Van Velten de samenvoeging als vermenging? ELW4 schilderij en zaakvorming

Van Velten stelt dat het samengevoegde schilderij een nieuwe zaak vormt door vermenging, waardoor beide oorspronkelijke eigenaren eigenaar blijven naar evenredigheid van de waarde.

15
New cards

Waarom concludeert de auteur dat sprake is van zaaksvorming? ELW4 schilderij en zaakvorming

De samenvoeging van de schilderijen vereiste menselijke arbeid en creëerde een nieuw object met een eigen identiteit, wat leidt tot zaaksvorming en mede-eigendom, elk voor 50%.

16
New cards

Hoe werd mede-eigendom als juridische oplossing verdedigd? ELW4 schilderij en zaakvorming

Wichers stelde dat geen van beide delen de hoofdzaak was en dat daarom artikel 5:14 lid 2 BW van toepassing was, waardoor beide partijen mede-eigenaar werden naar evenredigheid van de oorspronkelijke waarde.

17
New cards

Wat zijn de rechtsbronnen van het klassieke romeinse recht? W1

Keizersrecht (lex) en het juristenrecht (ius)

18
New cards

Uit welke vier delen bestaat het corpus iuris civilid? W1

Codex Justianius = bundel van keizerlijke verordeningen.

Digesten of pandekten = juristengeschriften (ius). hadden een exclusieve werking.

Instituten of elementen = leerboek met grondbeginselen van het romeinse recht.

Codex repetitive praelections = de codex bleek te zijn verouderd, en dit is de herziene versie.

19
New cards

Wat gebeurde er meestal met de edicten van de praetor na zijn termijn? W1

De nieuwe praetor nam de edicten van de vorige praetor vaak over.

20
New cards

Waar werden de edicten gepubliceerd? W1

Op een schutting (album) op het Forum Romanum.

21
New cards

Wat gebeurde er met aanspraken die niet in de lex, het plebisciet of het Edict stonden? W1

Deze hadden geen gelding en waren niet beschermd.

22
New cards

Wat waren de gevolgen als een praetor van zijn edicten afweek? W1

Hij kon na zijn ambt worden vervolgd.

23
New cards

Wat was het verschil tussen de Twaalf Tafelen en het Edict? W1

De Twaalf Tafelen waren bedoeld als codificatie, terwijl het Edict zich tot een codificatie ontwikkelde.

24
New cards

Wat waren de functies van het praetorische recht? W1

Het praetorische recht ondersteunde, vulde aan en verbeterde het civiele recht.

25
New cards

Welk later Engels rechtsprincipe lijkt op het praetorische recht? W1

Het principe van 'equity', toegepast door de Lord Chancellor.

26
New cards

Wat gebeurde er met de senatusconsulta in de keizertijd? W1

Ze kregen kracht van wet en de senaat nam de taak van de volksvergadering over.

27
New cards

Wat was de rol van de senaat in de keizertijd? W1

De senaat werd een ja-knikkend college dat keizerlijke wetsvoorstellen (oratio) zonder meer overnam.

28
New cards

Wie kreeg uiteindelijk de wetgevende macht in handen? W1

De keizer, omdat de senaat verdween als onafhankelijke wetgever.

29
New cards

Wat is een constitutie in de Romeinse keizertijd?

Een verzamelnaam voor keizerlijke maatregelen zoals edicten, mandaten, decreten en rescripten.

30
New cards

Wat was een belangrijke constitutie en wat regelde die? W1

De Constitutio Antoniniana gaf het Romeins burgerschap aan velen.

31
New cards

Welke rol kregen juristen in rechtszaken tijdens de keizertijd? W1

Men liet zich door juristen (iurisconsulti) consulteren in processen.

32
New cards

Wat zijn absolute of volstrekte rechten?

Subjectieve rechten die men niet alleen tegen een contractspartij, maar ook tegen derden kan handhaven, zoals het recht van erfdienstbaarheid.

33
New cards

Wat waren de Novellen? W1

Nieuwe constituties uitgevaardigd door de keizer.

34
New cards

Wat zijn de Instituten? W1

Een leerboek voor studenten over de grondbeginselen van het Romeinse recht. Deze zijn gebaseerd op de instituten van Gaius.

35
New cards

Waarom verloor Papinianus (jurist) zijn bijzondere positie?

Omdat het ius keizerlijke kracht kreeg en de keizer niet tegen zichzelf kon ingaan.

36
New cards

Wat zijn de Digesten? W1

verzameling geordende juristengeschriften met keizerlijke kracht.

37
New cards

Wat is de Codex Justinianus? W1

Een bundeling van keizerlijke verordeningen met exclusieve werking.

38
New cards

Welke twee middelen gebruikte keizer Justinianus om zijn doelen te bereiken? W1

Wetten en het leger.

39
New cards

Wat waren drie bewijzen dat het rijk staatsrechtelijk één bleef? W1

  • Elke keizer benoemde één consul.

  • De wetten van de ene keizer golden ook in het rijk van de andere.

  • Bij de dood van een keizer nam de andere keizer diens deel over.

40
New cards

Welke twee rechtsbronnen bleven er rond 300 na Chr. over? W1

Het keizerrecht (constituties, ook lex genoemd) en het juristenrecht (ius).

41
New cards

Wat waren rescripta? W1

Adviezen van de keizer zelf, die ook bindende kracht hadden.

42
New cards

Wat was de bindende kracht van juristen in de keizertijd? W1

De keizer kon een jurist een vergunning geven, waardoor zijn advies (responsa) bindend werd voor rechters.

43
New cards

Welke macht nam keizer Octavianus (27 v. Chr) op zich?

gaf zichzelf het imperium en het vetorecht.

44
New cards

Sprak de praetor zelf recht? W1

Nee, maar zijn toestemming was nodig om een zaak voor de rechter te brengen.

45
New cards

Wat was de taak van de praetor? W1

De praetor hield zich bezig met rechtsbedeling.

46
New cards

Wat eisten de plebejers in hun derde botsing met de patriciërs? W1

De patriciërs stemden toe, maar creëerden als compensatie het ambt van praetor (367 v. Chr.).

47
New cards

Wat was het resultaat van de tweede botsing tussen plebejers en patriciërs? W1

De ‘Twaalf Tafelen’ werden opgeschreven, maar de uitleg van de wet bleef bij de patriciërs.

48
New cards

Wat was de taak van de decemviri in 451 v. Chr.? W1

Ze moesten zorgen voor de codificatie van de wetten.

49
New cards

Wat eisten de plebejers in hun tweede botsing met de patriciërs? W1

Ze eisten codificatie van de wetten, zodat ze wisten op grond waarvan ze berecht werden.

50
New cards

Waarom ontstond er een botsing tussen plebejers en patriciërs? W1

De plebejers werden niet gelijk behandeld en niet gelijk berecht, wat leidde tot conflicten met de patriciërs.

51
New cards

Wat eisten de plebejers in hun eerste botsing met de patriciërs? W1

Ze wilden eigen magistraten en verlieten de stad Rome totdat ze dit kregen.

52
New cards

Wat was de rol van de senaat in wetgeving? W1

De senaat gaf advies aan de koning via senatusconsulta.

53
New cards

Wat was de senaat (senatus) en wie zaten erin? W1

De senaat bestond uit 100 patriciërs (familievaders) die ‘patres’ werden genoemd.

54
New cards

Wat was de functie van de volksvergadering (comitia) in de wetgeving? W1

De volksvergadering kon leges (wetten) maken.

55
New cards

Wat kon de koning (rex) in Rome doen met betrekking tot wetten? W1

De koning(rex) kon edicten (wetten) uitvaardigen.

56
New cards

Welke drie machtsorganen bestonden er in het Romeinse koninkrijk? W1

De koning (rex), de volksvergadering (comitia), en de senaat (senatus).

57
New cards

Wat gebeurde er als edicten en leges met elkaar in strijd waren? W1

Volgens Livius gingen edicten voor op leges.

58
New cards

Wat was een probleem bij de macht van de consuls? W1

Er ontstonden regelmatig onenigheden, vooral over wetgeving.

59
New cards

Hoe lang hadden de consuls de macht? W1

Ze werden voor één jaar gekozen.

60
New cards

Wat veranderde in 509 v. Chr. met de val van de laatste koning? W1

Tarquinius Superbus werd verdreven door Lucius Brutus en Rome werd een republiek met twee jaarlijks gekozen consuls.

61
New cards

Wat was het gevolg van de eerste strijd tussen plebejers en patriciërs? W1

De plebejers kregen volkstribunen met vetorecht (496 v. Chr.).

62
New cards

Wat waren de twaalf tafelen en waarom waren ze belangrijk? W1

De twaalf tafelen waren de eerste geschreven wetten van Rome (451 v. Chr.), maar de uitleg bleef bij de patriciërs.

63
New cards

Wat was de Lex Hortensia (286 v. Chr.)? W1

Deze wet bepaalde dat besluiten van de volkstribunen ook bindend waren voor patriciërs.

64
New cards

Wat was de rol van de praetor in het Romeinse recht? W2

De praetor gaf toestemming voor rechtszaken en stelde tijdelijke wetten op (edicten).

65
New cards

Wat waren de twee belangrijkste rechtsbronnen in de keizertijd? W1

Het keizerrecht (constituties) en het juristenrecht (ius).

66
New cards

Wat waren de twee middelen die Justinianus gebruikte om zijn imperium uit te breiden? W1

Wetten en het leger.

67
New cards

Wat was de Codex Justinianus en wanneer trad deze in werking? W1

Een verzameling keizerlijke verordeningen, in werking sinds 529 na Chr.

68
New cards

Wat was de lex posteri-regel in de Codex Justinianus? W1

Jongere wetten gaan voor oudere wetten.

69
New cards

Wat was het doel van de Digesten (533 na Chr.)? W1

Het ordenen van juristengeschriften en het geven van exclusieve rechtskracht aan het ius.

70
New cards

Wat waren de Instituten van Justinianus? W1

Een leerboek met de grondbeginselen van het Romeinse recht, in werking sinds 533 na Chr.

71
New cards

Wat was het belang van de Basilica in 900 na Chr.? W1

Keizer Leo gaf Griekse vertalingen formele rechtskracht

72
New cards

Wat is het verschil tussen een absoluut en een relatief recht?

Een absoluut recht kan tegen iedereen worden ingeroepen, een relatief recht alleen tegen een specifieke partij.

73
New cards

Wat betekent droit de suite en droit de préférence? W1

Droit de suite betekent dat een recht de zaak volgt, droit de préférence geeft voorrang bij faillissement.

74
New cards

Wat betekent "genus non perit"?

De soort gaat niet verloren; bij vervangbare zaken blijft de verplichting bestaan, zelfs bij overmacht.

75
New cards

Wat is het belangrijkste kenmerk van de mancipatio? W3

Het was een formele en rituele overdracht, waarbij vijf getuigen aanwezig moesten zijn.

76
New cards

Wat is het verschil tussen in iure cessio en traditio? W3

In iure cessio was een eigendomsoverdracht via een magistraat, vooral voor onlichamelijke zaken, terwijl traditio de overdracht van res nec mancipi was door bezitsverschaffing.

77
New cards

Welke drie vereisten golden voor een geldige traditio? W3

(a) Levering door bezitsverschaffing,

(b) een geldige titel (iusta causa), en

(c) beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder.

78
New cards

Wat houdt de nemo plus-regel in? W3

Niemand kan meer rechten overdragen dan hij zelf heeft. Dit betekent dat een onbevoegde vervreemder in principe geen eigendom kan overdragen, tenzij er een uitzondering van toepassing is, zoals art. 3:86 BW.

79
New cards

Wat is het verschil tussen een causaal en een abstract stelsel? W3

In een causaal stelsel (zoals in Nederland) is een geldige titel (iusta causa) vereist voor eigendomsoverdracht. Zonder geldige titel is de overdracht ongeldig.

In een abstract stelsel (zoals in Duitsland) is een geldige titel niet vereist en gaat de eigendom over bij levering, ongeacht de geldigheid van de onderliggende titel.

80
New cards

Wat is de bewijsrechtelijke functie van de causa in een abstract stelsel? W3

de causa dient als bewijs van de wil tot eigendomsoverdracht. Als er een titel (zoals een koopovereenkomst) bestaat, wordt aangenomen dat de levering ter uitvoering daarvan geschiedde.

81
New cards

Wat is de prijsbetalingsregel in het Romeinse recht? W3

In het Romeinse recht werd de eigendom overgedragen bij levering (traditio), ongeacht of de koopprijs al was betaald. De koper werd eigenaar zodra de verkoper de zaak leverde, ook als de betaling nog niet had plaatsgevonden.

82
New cards

Waarom is de wil tot eigendomsoverdracht essentieel in een abstract stelsel? W3

Omdat een geldige titel niet vereist is, moet er bij de levering een gerichte wil zijn om de eigendom over te dragen. Dit voorkomt dat elke feitelijke overdracht automatisch een eigendomsoverdracht zou betekenen.

83
New cards

Wat houdt het eigendomsvoorbehoud in? W3

Bij eigendomsvoorbehoud behoudt de verkoper de eigendom totdat de koopprijs volledig is betaald (art. 3:92 lid 1 BW). De koper wordt pas eigenaar na betaling.

84
New cards

Wat is een voldoeningstitel (titulus pro soluto) in het Romeins recht? W3

In sommige gevallen werd niet de oorspronkelijke titel, maar de voldoening ervan als titel beschouwd. Zelfs als de onderliggende verplichting ongeldig was, kon eigendom toch overgaan als de tradens dacht dat hij verplicht was te leveren.

85
New cards

Wat is bezit (possessio)? W2

Feitelijke heerschappij over een zaak met de intentie om deze voor jezelf te houden.

86
New cards

Wat is het verschil tussen bezit en eigendom? W2

Bezit is een feitelijke toestand, eigendom is een juridisch recht.

87
New cards

Kan bezit worden overgedragen? W2

Nee, bezit was geen subjectief recht en viel niet onder de nemo plus-regel.

88
New cards

Welke rechtsgevolgen heeft bezit? W2

Bezit geeft bescherming en bewijskracht in juridische procedures.

89
New cards

Wat zijn de twee elementen van bezitsverkrijging? W2

Corpus (feitelijke macht) en animus (wil om voor zichzelf te houden).

90
New cards

Wat is corpus? W2

Uiterlijke waarneembaarheid van bezit, door inbezitneming of bezitsverschaffing.

91
New cards

Wat is animus? W2

De wil om de zaak voor zichzelf te houden.

92
New cards

Wat is het verschil tussen inbezitneming en bezitsverschaffing? W2

Inbezitneming: zonder toestemming vorige bezitter.
Bezitsverschaffing: met toestemming vorige bezitter.

93
New cards

Wat is traditio solo animo? W2

Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling, enkel door wilsovereenstemming.

94
New cards

Hoe verlies je bezit? W2

Door verlies van feitelijke macht of verlies van de wil om voor jezelf te houden.

95
New cards

Wat gebeurt er als iemand bezit prijsgeeft? W2

Iemand anders kan het bezit verwerven.

96
New cards

Waarom is bezit procesrechtelijk belangrijk? W2

De bezitter wordt vermoed eigenaar te zijn, tenzij een ander beter recht bewijst.

97
New cards

Wat is een interdictenprocedure? W2

Een kort geding bij de praetor om bezit te beschermen tegen inbreuk.

98
New cards

Welke interdicten bestonden er? W2

Uti possidetis (onroerende zaken) en Utrubii (roerende zaken).

99
New cards

Wat is exceptio vitiosae possessionis? W2

Een verweer tegen bezit verkregen door geweld, list of heimelijkheid.

100
New cards

Wat is praetorische eigendom? W2

Bescherming van bezit als iemand een res mancipi heeft verkregen zonder de juiste formaliteiten.