1/20
Deze flashcards zijn gericht op belangrijke begrippen met betrekking tot diepte-interviews en marktonderzoek.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Diepte-interview
Een uitvoerig vraaggesprek met één persoon, doorgaans 45 minuten tot 1 uur.
Marktonderzoek
Onderzoek dat markt- en consumenteninzichten verzamelt met als doel bedrijfsstrategieën te verbeteren.
Kwalitatief onderzoek
Type onderzoek dat antwoorden biedt op vragen als 'Waarom?' en 'Hoe?'. Het richt zich op motieven en ervaringen.
Kwantitatief onderzoek
Type onderzoek dat zich richt op het meten van hoeveelheden en resultaten in cijfers.
Funneltechniek
Een techniek waarbij je begint met algemene vragen en steeds specifieker wordt.
Openingsvragen
Vragen die gebruikt worden als ijsbrekers om respondenten comfortabel te maken.
Inleidende vragen
Vragen die bedoeld zijn om het gesprek inhoudelijk te openen.
Transitvragen
Vragen die het gesprek naar de kern van het onderwerp sturen.
Sleutelvragen
Vragen die peilen naar de houding en gevoelens van de respondent.
Overzichtsvragen
Vragen die inzicht geven in de belangrijkste punten die in het gesprek zijn besproken.
Opdrachtgever
De persoon of organisatie die het marktonderzoek initieert.
Opstelling van interviewer vs. respondent
De ideale opstelling is schuin tegenover elkaar om een goede interactie te bevorderen.
Vragenlijst ontwerpen
Het proces van het creëren van een reeks vragen om informatie te verzamelen.
Comfortabele omstandigheden
Een omgeving voor het interview waar de respondent zich op zijn gemak voelt.
Actief luisteren
De vaardigheid om aandachtig te luisteren en te reageren op wat de geïnterviewde zegt.
Projectieve technieken
Onderzoeksmethoden die indirecte input van respondenten verzamelen.
Woordassociaties
Een techniek waarbij respondenten moeten reageren op woorden die worden voorgelezen.
Typische gebruiker
Een techniek waarin respondenten een product als een persoon beschrijven.
Derdepersoonstechnieken
Technieken waarbij respondenten over iemand anders spreken om indirecte antwoorden te krijgen.
Aanvulling van zinnen
Een techniek waarbij respondenten onvolledige zinnen afmaken.
De planeetoefening
Een creatieve projectieve techniek waarbij respondenten een merk als een planeet beschrijven.