Logica Terminology

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/13

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

14 Terms

1
New cards

Redenering

Reeks zinnen die eindigen met een conclusie

2
New cards

Premissen

Zinnen die geen conclusie zijn, ze geven reden/motivatie om de conclusie te aanvaarden

3
New cards

Deductief geldig (waarheidsbewarend)

Indien de premissen waar zijn, moet de conclusie ook waar zijn. Indien de conclusie niet waar is, is het onmogelijk dat alle premissen waar zijn

4
New cards

Inductief plausibel (niet-waarheidsbewarend)

De conclusie volgt niet uit de waarheid van de premissen, maar enkel met een zekere waarschijnlijkheid. De premissen ondersteunen de conclusie zonder ze met zekerheid te laten volgen

5
New cards

Deductieve geldigheid en gezondheid

Peptiden zijn feitelijk waar!, enkel vorm moet juist zijn inhoud does not matter

6
New cards

Contradictie

Twee zinnen niet kunnen tegelijk waar zijn, meest onmogelijke vorm, als er contradictie is dan is alles waar

7
New cards

Ex falso quodlibet

Uit een stel contradictiore premissen volgt alles. Als een uitspraak en negatieve van die uitspraak als premissen worden genomen, kan er om het evenement welke conclusie afgeleid worden

8
New cards

Formele (logica)

Een kunstmatige taak die toelaat heel duidelijk en uitdrukkelijk deductieve redeneringen te bestuderen

  • onderzoekt vorm van redenering

  • Structuur

  • Vaak met symbolen

9
New cards

Formele drogredenen

Redeneringen die formele gebreken vertonen, deductief geldig als geldig gepresenteerd

  • Een fout in de logische structuur van een redenering.

  • Zelfs als de inhoud klopt, is de redenering ongeldig.

10
New cards

Hard denken

streng, precies en kritisch redeneren. Regels zijn belangrijk.
Voorbeeld: wiskundig bewijzen, formele logica.

11
New cards

Zacht denken

flexibel en contextgevoelig redeneren. Gevoel, situatie en waarschijnlijkheid tellen mee.
Voorbeeld: morele discussies, dagelijkse gesprekken.

12
New cards

Metadrogredenen

  • Dit zijn argumenten die zeggen dat er geen objectieve waarheid of goede argumenten bestaan, en zo kritiek proberen te vermijden.

  • Ze ondermijnen het idee van logisch redeneren zelf.

Voorbeeld:

“Iedereen heeft zijn eigen waarheid, dus jouw argument is niet beter dan het mijne.”

13
New cards

Informele logica

  • Onderzoekt argumenten in gewone taal, met aandacht voor context, inhoud en drogredenen.

  • Deze gaan niet over de vorm, maar over inhoud, relevantie of taalgebruik.

14
New cards

Relativisme

  • Opvatting dat uitspraken en oordelen alleen waar of vals zijn binnen een bepaalde tijd, plaats of cultuur.

  • Er is geen universele waarheid.

Voorbeeld:

“Wat hier fout is, kan ergens anders juist zijn.”