1/13
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Redenering
Reeks zinnen die eindigen met een conclusie
Premissen
Zinnen die geen conclusie zijn, ze geven reden/motivatie om de conclusie te aanvaarden
Deductief geldig (waarheidsbewarend)
Indien de premissen waar zijn, moet de conclusie ook waar zijn. Indien de conclusie niet waar is, is het onmogelijk dat alle premissen waar zijn
Inductief plausibel (niet-waarheidsbewarend)
De conclusie volgt niet uit de waarheid van de premissen, maar enkel met een zekere waarschijnlijkheid. De premissen ondersteunen de conclusie zonder ze met zekerheid te laten volgen
Deductieve geldigheid en gezondheid
Peptiden zijn feitelijk waar!, enkel vorm moet juist zijn inhoud does not matter
Contradictie
Twee zinnen niet kunnen tegelijk waar zijn, meest onmogelijke vorm, als er contradictie is dan is alles waar
Ex falso quodlibet
Uit een stel contradictiore premissen volgt alles. Als een uitspraak en negatieve van die uitspraak als premissen worden genomen, kan er om het evenement welke conclusie afgeleid worden
Formele (logica)
Een kunstmatige taak die toelaat heel duidelijk en uitdrukkelijk deductieve redeneringen te bestuderen
onderzoekt vorm van redenering
Structuur
Vaak met symbolen
Formele drogredenen
Redeneringen die formele gebreken vertonen, deductief geldig als geldig gepresenteerd
Een fout in de logische structuur van een redenering.
Zelfs als de inhoud klopt, is de redenering ongeldig.
Hard denken
streng, precies en kritisch redeneren. Regels zijn belangrijk.
Voorbeeld: wiskundig bewijzen, formele logica.
Zacht denken
flexibel en contextgevoelig redeneren. Gevoel, situatie en waarschijnlijkheid tellen mee.
Voorbeeld: morele discussies, dagelijkse gesprekken.
Metadrogredenen
Dit zijn argumenten die zeggen dat er geen objectieve waarheid of goede argumenten bestaan, en zo kritiek proberen te vermijden.
Ze ondermijnen het idee van logisch redeneren zelf.
Voorbeeld:
“Iedereen heeft zijn eigen waarheid, dus jouw argument is niet beter dan het mijne.”
Informele logica
Onderzoekt argumenten in gewone taal, met aandacht voor context, inhoud en drogredenen.
Deze gaan niet over de vorm, maar over inhoud, relevantie of taalgebruik.
Relativisme
Opvatting dat uitspraken en oordelen alleen waar of vals zijn binnen een bepaalde tijd, plaats of cultuur.
Er is geen universele waarheid.
Voorbeeld:
“Wat hier fout is, kan ergens anders juist zijn.”